Recensie Blind date

Blind Date: Op papier geen slecht idee, de praktijk op het toneel is wat minder (twee sterren)

Katja Schuurman en Thijs Römer in Blind date Foto Noortje van Gestel

De mooiste momenten tussen Schuurman en Römer in de toneelbewerking van Blind date zijn veelzeggend genoeg die zonder tekst.  Schuurmans spel is nogal gespannen en nadrukkelijk, Römer hanteert een wat botte, verbitterde rolopvatting.

Toen de film in 1996 uitkwam, en opnieuw bij de Amerikaanse remake in 2007, werd over Blind date van Theo van Gogh steeds geschreven: het is eigenlijk een toneelstuk. Want: twee personages, één locatie, en alles draait om de dialoog. Frank Houtappels bewerkte de film in 2001 al eens voor toneel, en nu is er een nieuwe versie, onder regie van Ruut Weissman en bewerkt door Thijs Römer.

Die laatste speelt ook de mannelijke hoofdrol. De vrouwelijke hoofdrol wordt vertolkt door zijn ex, Katja Schuurman. Op papier geen slecht idee, om twee ‘echte’ exen de ex-geliefden in Blind date te laten spelen. Ja, het is in dit geval óók handig voor de pr, maar de makers zullen oprecht hebben gehoopt dat de vertrouwelijkheid, het gedeelde verleden, wellicht zelfs iets van rouw en spijt, door de dialogen heen zou kieren.

Dat gebeurt helaas niet.

Blind date gaat over Pom en Katja (in de film Peer Mascini en Renée Fokker) die elkaar zijn kwijtgeraakt na de dood van hun 3-jarige dochtertje. Omdat ze elkaar ook niet los kunnen laten, zoeken ze contact via advertenties. Steeds weer spelen ze hun eerste ontmoeting, als een ander, om vorm te geven aan de woede, het schuldgevoel, de liefde, het verdriet. Soms vlamt de verliefdheid even op, maar uiteindelijk dient zich onvermijdelijk de gruwel van het verlies weer aan. De treurige paradox, zoals Katja het uiteindelijk formuleert, is deze: als zij opnieuw beginnen, is het of hun dochter nooit heeft bestaan. Alsof haar ouders haar leven zouden uitwissen. Hij wil door, maar zij kan dat niet; rouwen is onthouden.

Het decor in theater DeLaMar is een sobere, multifunctionele kruising tussen een kinderspeelplaats en een bar. Zo hangt de associatie met onbekommerd kinderspel als een schaduw over elke nieuwe ontmoeting; nooit zullen ze loskomen van het verdriet. Volgens een vast stramien vindt in die sobere setting een vijftal ontmoetingen plaats, steeds voorafgegaan door de advertentie: ‘Katja zkt. danspartner’, bijvoorbeeld. Of: ‘Journalist van serieus opinieblad zkt. agressieve vrouw’.

In de klassieke regie van Weissman is geen ruimte voor knipogen naar de realiteit. Echte exen of niet, Römer en Schuurman spelen hier gewoon een personage, en hun samenspel en dialogen moeten dus het werk doen. In hun verbale steekspel moet het drama doorschemeren, onder het oppervlak van grappen en pesterijtjes moet de pijn steeds voelbaar zijn. En elke ontmoeting moet opbouwen naar die laatste, onvermijdelijke apotheose. Dat vraagt grote technische beheersing van een acteur; het vereist subtiel, gelaagd en geraffineerd samenspel. Maar daarvan is te weinig sprake.

Schuurman heeft nauwelijks toneelervaring, en bovendien leken premièrezenuwen haar parten te spelen, waardoor haar spel nogal gespannen en nadrukkelijk was, op het verkrampte af. Römer, wel een ervaren toneelacteur, hanteert op zijn beurt een wat botte, verbitterde rolopvatting, die van Pom een eenzijdig, onsympathieke figuur maakt, mijlenver verwijderd van de innemende, droevige clown die Mascini in de film was.

De mooiste momenten tussen hen zijn veelzeggend genoeg die zonder tekst: wanneer ze zwijgend samen ronddraaien in een kermisautootje bijvoorbeeld, en zij, uitgeput en moedeloos van al het praten en proberen, even simpelweg haar hoofd op zijn schouder legt. Of de scène waarin hij haar met opgelegde vrolijkheid dwingt mee te zingen met de karaoke-versie van Hazes’ Zij gelooft in mij, en zij dat wel doet, maar huilend, want het is niet zo, niet meer.

Een ontroerende theatrale vondst is bovendien de aanwezigheid van de al wat oudere danser Francis Sinceretti. Hij is de barman en de (soms iets te uitleggerige) voice-over, maar vooral verbeeldt hij dansend dat gebied waar taal ontoereikend is. In zijn elegante, breekbare verschijning en zijn sierlijke, soms onzekere danspassen schemert woordeloos de menselijke tragiek door: schoonheid en vergankelijkheid, leven en dood. Waar de pijn te groot is, biedt de kunst iets van troost. Dat is mooi.

Katja Schuurman en Thijs Römer in Blind date Foto Noortje van Gestel

Blind date van Theo van Gogh. 19/8 Theater DeLaMar, Amsterdam. T/m 6/9

De film Blind date

Theo van Gogh maakte de film Blind date in 1996, samen met acteurs Peer Mascini en Renée Fokker. Kim van Kooten schreef de dialogen. De film, die in een week werd opgenomen, werd bekroond met drie Gouden Kalveren, voor beste regie (Van Gogh), beste acteur (Mascini) en beste actrice (Fokker). In 2007 maakte de Amerikaanse acteur en regisseur Stanley Tucci een remake, met zichzelf en Patricia Clarkson in de hoofdrollen. In die versie speelde Thijs Römer de barman.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.