Blijft voor Hollywood de disclaimer over 'gelijkenissen met bestaande personen' genoeg?

Dat moet de rechtszaak tegen The Wolf of Wall Street uitwijzen

Een puik naslagwerk laat zien op welke echte mensen Hollywood-personages zijn gebaseerd. En hoe filmmakers daarbij soms de boel manipuleren. Noodgedwongen.

Jeffrey 'The Dude' Lebowski, gebaseerd op Peter Exline, gespeeld door Jeff Bridges. Foto Studio V

Omineus bericht in filmblad The Hollywood Reporter afgelopen week: het zijn riskante tijden voor makers van speelfilms en tv-series die zich baseren op ware gebeurtenissen en bestaande personen, juridisch gesproken. Aanleiding is de rechtszaak die is aangespannen tegen de makers van de succesvolle film The Wolf of Wall Street (2013) .

Klager is ondernemer en advocaat Andrew Green. Hij heeft acteur Leonardo DiCaprio, regisseur Martin Scorsese en scenarist Terence Winter beschuldigd van 'laster' en 'broddelwerk'.

Gehaaide advocaat

Wat is er aan de hand? The Wolf of Wallstreet is gebasserd op de memoires van Jordan Belfort, de later veroordeelde bankier (vertolkt door DiCaprio) van de corrupte beursfirma Stratton Oakmont. Andrew Green was midden jaren negentig de belangrijkste advocaat bij Stratton Oakmont. Green duikt ook op in de film, maar uit voorzorg - hij blijft een gehaaide advocaat, natuurlijk - hebben de makers hem de naam Nicky 'Rugrat' Koskoff meegegeven.

Greens claim luidt nu dat hij zichzelf in het geheel niet herkent in dit 'criminele, drugsverslaafde, gedegenereerde personage, zonder enig besef van moraliteit en/of ethiek.' Een flagrante schending van zijn privacy, betoogde hij. En of de makers maar even 50 miljoen dollar smartegeld op tafel wilden leggen.

Met het Eerste Amendement over de vrijheid van meningsuiting in de hand oordeelde rechter Joanna Seybert al in oktober 2015 dat een schending van privacy hier niet aan de orde was. Bovendien hadden de makers keurig de rechten voor de memoires van Jordan Belfort betaald. Wel liet zij de klacht van 'laster'en 'broddelwerk' staan, wat zoveel betekent dat Andrew Green nu zelf moet bewijzen dat Scorsese & co hun huiswerk niet goed hebben gedaan.

Dat liet hij zich geen twee keer zeggen. Wat hij wil aantonen, is dat de makers 'nalatig' zijn geweest bij het scheppen van 'zijn' personage, wat een juridische term is voor zijn opvatting dat ze maar wat bij elkaar hebben verzonnen. De verdediging houdt het erop dat een gewone kijker de link tussen Andrew Green en het personage Nicky 'Rugrat' Koskoff niet zal leggen ('Zo bekend is Green nu ook weer niet'). Juist door de publiciteit te zoeken, heeft Green zichzelf in de voet geschoten, stellen ze. En dan nog: in de film kijken we mee door de bril van de paranoïde Jordan Belfort. Zo zag hij zijn medewerkers, blijkbaar, want zo heeft hij die in zijn memoires beschreven. Het is dit perspectief waaraan de filmmakers zich hebben vastgehouden.

Géén documentaire

Deze bokswedstrijd strekt zich inmiddels over vele rondes uit. Zo werd in juli 2016 DiCaprio op verzoek van Green door de rechtbank gehoord. 'Voor The Wolf of Wall Street heb ik de gelijknamige memoires van Belfort gelezen. Ik heb een rondleiding gekregen op Wall Street en de mensen bestudeerd die daar werken. Anders dan dat kan ik mij niet herinneren.'

Scenarist Terence Winter stelde: 'De film ging eerst en vooral over het maniakale gezichtspunt van Jordan Belfort. De bijfiguren dienden slechts zijn verhaal. Als we daarvoor andere bestaande figuren moesten schrappen of samenvoegen, dan deden we dat. Geen probleem. Dat is heel gebruikelijk: een film moet zich focussen.'

Het is fictie, legde Scorsese op zijn beurt uit, géén documentaire. 'Net als bijvoorbeeld in mijn eerdere werkstuk Goodfellas, hoort de kijker de hoofdpersoon deels in een voice-over en bemerkt hij hoe het personage probeert recht te praten wat krom is. Die tegenstrijdigheid en die gespleten manier van denken is iets wat iedereen zal herkennen, denk ik.' En daar ging de film over, niet om de samengestelde bijfiguur Nicky 'Rugrat' Koskoff, of de andere secundaire personages.

Hal Erickson

Auteur Hal Erickson (1950) was jarenlang redacteur van de All Movie Guide, een online datebase over de filmwereld. Als mediahistoricus publiceerde hij onder meer boeken over thema's al 'militaire comedies', 'honkbalfilms', 'de encyclopedie van juridische series', 'de geschiedenis van tekenfilms op tv', alsook 'religieuze radio en televisie in Amerika'.

Van levensbelang

De zaak loopt nog, dus het juridische gehakketak zal nog wel even aanhouden, maar voor Hollywood is de uitspraak van levensbelang. Mocht de rechter Andrew Green alsnog in het gelijk stellen, dat is dat een zware klap voor alle filmmakers, liet de Motion Picture Association of America (MPPA) weten: 'Dan verliezen we de bescherming van het Eerste Amendement en krijgt het publiek nimmer meer dit soort historisch verantwoorde en cultureel belangrijke werkstukken te zien.' Kort gezegd: als 'losjes gebaseerd op' al niet meer mag, dan kun je als filmmaker in feite niets meer maken.

Op de achtergrond speelt nog iets: biopics zijn populairder dan ooit. Zoals in de boekenbranche non-fictie de boventoon voert - denk aan alle true crime over misdaad, de stapels biografische voetbalboeken - wil het bioscooppubliek graag films over, noem er eens een paar, het leven van Winston Churchill, Jackie Kennedy of Tonya Harding zien. Echt gebeurd - het is een genre op zich geworden.

'Louter toeval'

Timing is alles: juist op het moment dat de aanklacht tegen The Wolf zijn climax bereikt, verschijnt een lijvig naslagwerk, getiteld: Any Resemblance to Actual Persons - The Real People Behind 400+ Fictional Movie Characters. De titel is uiteraard een verwijzing naar de disclaimer, de vrijwaring, die je bij zo goed als iedere film aantreft: 'Elke gelijkenis met bestaande personen of gebeurtenissen berust op louter toeval.'

De studie komt van de hand van de vooraanstaande Amerikaanse mediahistoricus Hal Erickson; het is zijn tiende boektitel. De zaak van Green versus The Wolf staat nog niet in deze eerste editie, maar ondertussen toont Erickson in puntig geschreven profielen op wie gekende filmpersonages feitelijk gebaseerd zijn (zie kaders onderaan dit artikel). Zoals een schrijver precies genoeg aanwijzingen geeft aan zijn lezers om uit een sleutelroman de werkelijkheid te kunnen destilleren, zo speelt de filmindustrie met de kijker.

Dat is dikwijls een juridische noodzaak. Het gedonder begon reeds in 1933, zo laat Erickson ons weten. Dat was het jaar dat MGM het epische drama Rasputin and the Empress uitbracht, over de verstrengeling van tsarina Alexandra met de gevreesde monnik, ziener en intrigant Grigori Raspoetin.

Wie bezwaar aantekende tegen de film was prins Felix Joesoepov. Weliswaar had hij op het witte doek het pseudoniem prins Chegodieff meegekregen en was zijn vrouw Irene in het script omgedoopt tot prinses Natasja, maar een sleutelfilm vond hij het niet echt, nee. Dat hij in 1916 de hand had gehad in de moord op de monnik - zoals de film naar waarheid toont - ach, daar had Joesoepov geen moeite mee. Integendeel, daar was hij juist wel trots op. Maar dat regisseur Richard Boleslawski op het scherm durfde beweren dat ook zijn vrouw Irene intiem met Raspoetin geweest was, ja hallo: de film werd uit roulatie gehaald en MGM moest 1,1 miljoen dollar smartegeld betalen.

Sindsdien kennen we dus de disclaimer; Hollywood-studio's zijn ook niet gek. Een en ander sloeg nogal door, zacht gezegd. Toen MGM in 1938 de biopic Maria Antoinette uitbracht, over het tragische leven van de laatste koningin van Frankrijk, meldde de studio monter: 'Elke gelijkenis met bestaande personen...' Totaal ridicuul natuurlijk en de film werd dan ook het mikpunt van spot van Hollywood-columnisten.

Parodie lag in het verschiet. Soms op het baldadige af. Voorafgaand aan hun film Block-Heads (1936) lieten Laurel & Hardy hun publiek weten: 'De gebeurtenissen en personages in deze film zijn fictief. Iedere overeenkomst met bestaande personen, levend of dood, is stom toeval, en niet onze schuld!'

Chaplin had er ook een. Het was overduidelijk dat The Great Dictator (1940) over Adolf Hitler ging, al heette hij in de film dan Adenoid Hynkel, dictator van Tomania. Daar tegenover staat de kleine naamloze joodse barbier, en Charles Chaplin speelt beide rollen. Stelt de disclaimer: 'Let wel: iedere gelijkenis tussen Hynkel en de joodse barbier is puur toeval.' Maar niet tussen Adolf en Adenoid, dus.

Geen vorm van vrijwaring

Animatiekeizer Tex Avery deed er in 1942 nog een schepje bovenop. In Blitz Wolf treffen we andermaal zijn drie kleine biggetjes aan, maar hun vijand is een nauwelijks verhulde oude bekende. 'Woord vooraf: De Wolf in deze rolprent is NIET fictief. Iedere overeenkomst tussen De Wolf en die (*!!¿=%) rukker van een Hitler is volledig zo bedoeld.'

Ach ja, het was oorlog, en ook Tex Avery sloot zich aan bij propaganda voor de goede zaak. Daar kijken we niet van op. Veel curieuzer is dat uitgerekend Citizen Kane (1941) geen enkele vorm van vrijwaring kende. De film nam het nota bene op tegen de keiharde krantenmagnaat William Randolph Hearst, al hield regisseur Orson Welles het dan op een nieuwe versie van Faust, bij wijze van eerste verdedigingslijn. In zijn slag om artistieke vrijheid werd Welles gesteund door studio RKO Radio Pictures, en tot een rechtszaak kwam het niet. Wel verbood de woedende Hearst alle advertenties voor en recensies over de film in zijn talloze kranten. Maar uiteindelijk besefte hij dat de rel de film alleen maar groter zou maken, en uiteindelijk zweeg hij.

Zou dat vandaag ook nog kunnen? De beroepsgroep die van alle gehakketak over privacy en disclaimers nog wel het meeste profijt trok, is het gilde van Hollywood-advocaten: zéér gevreesd. Ook als filmmaker kom je zonder juridische bijstand nergens, en niet alleen bij de contractbesprekingen. Zo heet het advocatenkantoor in Beverly Hills dat bijvoorbeeld Paul Verhoeven tot zijn clièntele rekent, dat van zijn vriend Thomas Hansen, voluit: Hansen, Jacobson, Teller, Hoberman, Newman, Warren, Richman, Rush, Kaller & Gellman. Voldoende om iedereen schrik aan te jagen. Wel nodig ook, want nog in 1984 nam Californië een wet aan waardoor nabestaanden kunnen procederen als een van hun voorvaderen in een kunstwerk wordt besmeurd - regeren van over het graf, zogezegd.

Ongetwijfeld hebben ook Martin Scorsese & co de steun van een gereputeerd advocatencollectief, in de zaak The Wolf of Wall Street. De uitkomst wachten we nog even af, maar tot die tijd is het goed spitten in Any Resemblance to Actual Persons - zo'n gedegen 'wie is wie' bestond over Hollywood nog niet.

Hal Erickson: Any Resemblance to Actual Persons - The Real People Behind 400+ Fictional Movie Characters. Paperback. 403 pagina's. Circa euro 47 (import).

Tekst gaat verder onder de afbeelding.


Jennifer North, gespeeld door Sharon Tate, gebaseerd op Marilyn Monroe. Foto Studio V, foto rechts: Getty

De echte Jennifer North

In de cultklassieker Valley of the Dolls (1967) maken we kennis met starlet Jennifer North. Een prachtige blondine, ze ambieert een carrière in de showbizz, maar ze heeft slechts een beperkt talent. 'Let's face it...,' zegt Jennifer tegen haar vriendinnen, 'het enige wat ik echt goed kan is mijn kleren uittrekken'. Na alweer een mislukte affaire en een vernedering te veel pleegt ze zelfmoord. Jennifer is gebaseerd op Marilyn Monroe. Wat het allemaal nog saillanter maakt is dat Jennifer in Valley wordt gespeeld door de diep betreurde Sharon Tate, twee jaar later vermoord door de clan rond Charles Manson.


De echte The Dude

De sympathiekste aller antihelden is ongetwijfeld Jeffrey 'The Dude' Lebowski. Deze goedwillende schemiel treedt op in The Big Lebowski (1998) van de broers Coen en wordt onnavolgbaar gespeeld door Jeff Bridges. Het verhaal ging lang dat het filmduo de hoofdrolspeler voor zich zagen toen ze het script schreven, maar dat is een misverstand. The Dude, ook wel: His Dudeness; Duder; El Duderino is gebaseerd op hun oude studievriend Peter Exline die ook de UCLA filmschool volgde - net zo vaag en net zo lief. Uiteindelijk werd hij een van de gangmakers achter het beroemde Sundance filmfestival.


Joe Klein, gebaseerd op Bill Clinton, gespeeld door John Travolta. Foto Studio V

De echte Bill Clinton

In kleine kring al wel bekend: Newsweek-journalist Joe Klein baseerde zijn sleutelroman Primary Colors (1996) op de presidentscampagne van Bill Clinton uit 1992. In de filmversie zet John Travolta de ambitieuze en toch ook wat ranzige Arkansas gouverneur op levensechte wijze neer, inclusief dat wat zangerige idiolect.


Don Vito Corleone, gebaseerd op Frank Costello, gespeeld door Marlon Brando. Foto Studio V, foto links: Getty

De echte Don Corleone

In karakteristieke pose staat Marlon Brando als Don Vito Corleone uit The Godfather (1972) op de cover van Any Resemblance. Maar op wie had romancier en scenarist Mario Puzo de machtige maffiabaas gebaseerd? Hij heeft zeker trekjes van andere mafiosi meegekregen, maar de belangrijkste inspiratiebron blijkt Frank 'Prime Minister' Costello (1891-1973). De geraspte stem, zijn politieke connecties, het verdelen van New York onder vijf criminele families, de erecodes, het overleven van aanslagen, allemaal Costello. Marlon Brando heeft diens optredens in de beklaagdenbank uitputtend bestudeerd, met name de handgebaren.