Blij met enorme olifant

Hadden de Moren de slag bij Tours in 732 gewonnen, dan had christelijk Europa niet nog vele eeuwen hoeven te wachten op de vruchten van wetenschap en techniek.Door Henk Müller..

Erg geliefd zal prins Abd al Rahman zich niet hebben gevoeld toen hij in 755 voet aan wal zette op het Iberisch schiereiland, nadat hij met zijn leger net de straat van Gibraltar was overgestoken. Als enige had hij de slachtpartij overleefd die het leven had gekost aan zijn grootvader, kalief Hisham I en de rest van zijn familie, de Omayyadendynastie in Damascus, waar de zetel van het kalifaat was gevestigd.

De macht van de Omayyaden – sinds de dood van de profeet Mohammed de leiders van de islamitische wereld – werd betwist door de Abbasiden, die na hun succesvolle coup de zetel van het kalifaat verlegden naar de nieuw gebouwde stad Bagdad.

De prins kwam na vijf jaar van omzwervingen in Marokko terecht. Hij wilde met zijn volgelingen naar Spanje, dat ruim veertig jaar daarvoor in handen was gevallen van een van de Arabische legers die direct na de dood van Mohammed veroveringstochten waren begonnen.

Al Dakhil, luidde zijn bijnaam: de immigrant. Maar wat de Arabieren in Spanje betrof kwam hij hun gebied niet in. ‘Hij komt van een geslacht waarvan er maar één hoeft te plassen op ons schiereiland, en we zullen met ons allen in zijn urine verzuipen’, aldus de Syrische rechterhand van Yusuf al-Fihri, de lokale heerser in een onverbloemd advies aan zijn baas om de immigrant de toegang te weigeren. Het mocht niet baten. Met zijn volgelingen stak Abd al Rahman toch over en versloeg Al Fihri. Hij riep zich uit tot emir, gouverneur van Al Andalus en stichtte een emiraat dat de kern zou vormen van een ongekend rijke beschaving die tot ver na het jaar 1000 zou duren. Zonder dit rijk zou Europa nooit het Europa zijn wat het nu is, schrijft de historicus David Lewis in zijn boek God’s Crucible, islam and the making of Europe, 570-1215.

Het Cordoba van de Omayyaden zou de kern vormen van een beschaving die de rest van Europa zeker vier eeuwen vooruit was in technisch, commercieel en cultureel opzicht. Lewis beschrijft nauwgezet hoe deze beschaving tot stand kwam en hoe zij geschraagd werd door wat convivencia werd genoemd, het samenleven van moslims, joden en christenen, op basis van een tolerantie met beperkingen. Joden en christenen mochten daarbij niet te opzichtig hun religie uitoefenen en de eerste jaren na de verovering geen kerken of synagoges bouwen, ze mochten zich niet zo kleden als Arabieren, geen wapens dragen en niemand bekeren.

Deze tolerantie was gebaseerd op minachting en niet op welwillendheid, schrijft Lewis. Maar het legde niemand windeieren en na een tiental jaren werd het meer een sociale conventie dan een last. Dankzij contacten met hun geloofsgenoten in de rest van het Middellandse Zeegebied – dat gold zowel voor moslims als joden – werd Andalusië een centrum van internationale handel en stroomden geleerden, militairen en wetenschappers toe.

De centrale stelling van Lewis luidt dat dankzij de Arabieren in Spanje, techniek en wetenschap – afkomstig uit India, China (papier) en het Romeinse rijk – naar de rest van Europa doorsijpelden. Dat gebeurde nadat de Moren in de vijftiende eeuw uiteindelijk definitief door de christenen werden verslagen, nadat deze eeuwenlang tevergeefs hadden geprobeerd Spanje tijdens de Reconquista te heroveren.

Lewis merkt daarbij vilein op dat de rest van Europa geen eeuwen op die kennis had hoeven te wachten als de Moren de slag bij Tours hadden gewonnen. Abd al Rahman werd één jaar geboren voor die slag, die de geschiedenis zou ingaan als het moment waarop de strijd tussen de islam en het christendom in Europa een beslissende wending kreeg. In 732 werd de Arabieren bij deze Franse plaats een halt toegeroepen door de grootvader van Karel de Grote, Karel Martel. Lewis’ visie op die slag staat haaks op de gangbare. Waren de Moren succesvol geweest, zo verwoordde bijvoorbeeld de fameuze Britse historicus Edward Gibbon een gevoel dat nog steeds bestaat, dan zou ‘aan de universiteit van Oxford de Koran zijn uitgelegd en zouden predikers besneden publiek hebben toegesproken’. Europa ging kortom door het oog van de naald.

Een christelijke kroniek uit 754 – ironisch genoeg geschreven in Andalusië – doet verslag van deze veldslag, en noemt de overwinnaars Europenses, de eerste keer dat het Latijnse woord voor de bevolking van Europa is getraceerd. Lewis wil echter niet zozeer van een veroveringstocht van de Moren spreken. De Arabische troepen waren in Frankrijk opgerukt op uitnodiging van Frankische stammen, die Arabische hulp in hun onderlinge machtsstrijd goed konden gebruiken. En ook daarna bleven de Moren nog decennia lang Frankrijk en de rest van Europa binnenvallen. Zelfs Rome, de zetel van de paus – hét symbool van de christenheid – werd nog in de negende eeuw belegerd.

Uiteindelijk maakte verdeeldheid onder moslims in Andalusië zelf een einde aan veldtochten over de Pyreneeën. Ze raakten verzeild in onderlinge gevechten op het Iberisch schiereiland die losbarstten nadat de Omayyaden in Cordoba waren opgevolgd door nieuwe heersers, de Almohaden. Deze Berbers uit Marokko hielden er conservatieve religieuze opvattingen op na, waarin voor tolerantie geen plaats was. De onderlinge strijd putte uit en de christelijke legers konden nu zelf de Pyreneeën over, richting Cordoba.

Lewis heeft in zijn boek zichtbaar plezier in het neersabelen van gangbare opvattingen. Zoals over keizer Karel de Grote, de stichter van het Heilige Roomse Rijk en vaak de grondlegger van Europa genoemd. In Lewis’ ogen is hij de mindere tegenpool van de emirs in Cordoba.

De auteur geeft toe dat de keizer kloosters en scholen stichtte en geleerden aantrok, maar dat verbleekte bij de pracht, luister en diepgang van de Andalusische cultuur. De zogeheten Karolingische Renaissance was opmerkelijk, schrijft hij, maar voor de toekomst van Europa veel minder belangrijk dan wat in Andalusië gebeurde.

De keizer mocht dan bij Aken een paleis hebben gebouwd met de grootste ontvangsthal ten noorden van de Alpen, hij bleef een barbaar die meer van vechten hield dan van wijsbegeerte en als een kind zo blij was met de enorme olifant die de kalief van Bagdad, Harun al Rashid, hem in die hal aanbood. Als stimulans om de concurrent in Cordoba van de troon te stoten.

De ‘grondlegger’ van Europa, wil Lewis maar gezegd hebben, was niet meer dan een speelbal van de echte politieke grootmachten: Andalusië en het Abbasidische rijk. Aken was een provinciestadje vergeleken met Bagdad, de hoofdstad van het Abbasiden-kalifaat, dat twee miljoen inwoners telde.

Lewis formuleert af en toe ingewikkeld, maar leidt met vaste hand door een complexe geschiedenis die cruciaal is geweest voor Europa.

Jonathan Lyons, oud-correspondent voor Reuters in het Midden-Oosten, diept in zijn boek The House of Wisdom nog veel meer de intellectuele rol uit die de Arabieren hebben gespeeld bij het ontstaan van de Europese beschaving.

Dat Huis van Wijsheid werd in de 9de eeuw in Bagdad gesticht, niet lang nadat de emir van Cordoba zich zo machtig voelde, dat hij zich zelf tot kalief had uitgeroepen. Het kalifaat van Cordoba overlaadde geleerden nu helemaal met gunsten, zette vertalers aan het werk en stichtte grote bibliotheken. De Abbasidische kaliefen lieten dat niet op zich zitten en vertaalden gedurende de 150 jaar dat het Huis bestond alle beschikbare Griekse boeken over wetenschap en techniek. Het centrum trok wetenschappers uit het hele rijk. Ook de daar vergaarde kennis vond uiteindelijk zijn weg naar Cordoba, en dus later naar de rest van Europa.

Kenmerkend voor deze bloeiperiode in zowel Cordoba als Bagdad was dat de theologen aanvaardden dat rede en geloof elkaar niet uitsloten, aldus Lyons. God had de mens niet voor niets verstand gegeven. Maar die opvatting moest uiteindelijk het onderspit delven: religieuze voorschriften vervingen het gebruik van de rede. De ‘poort der vernieuwing’, zoals de Arabieren dat noemden, werd gesloten.

Maar het zaad was gezaaid en Cordoba en Bagdad lieten Europa een erfenis na van onschatbare waarde: het gebruik van de rede.

* * * * *

David Levering Lewis: Gods Crucible, Islam and the Making of Europe, 570-1215

* * * *

Jonathan Lyons: The House of Wisdom – How the Arabs transformed Western Civilisation

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden