Blauwe nachten

'Geen enkele zin schreef zichzelf'

Op de vraag aan Joan Didion (1934) of ze het gevoel had dat haar veelgeprezen boek Het jaar van magisch denken- waarin ze haarfijn de rouw om haar plotseling bezweken echtgenoot beschreef -critic proof was, antwoordde ze: 'Not if my daughter's name wasn't critic proof'.

Dochter Quintana Roo werd vernoemd naar een streek in Mexico, waar Didion en haar man in de jaren zestig doorheen waren gereden. Niet dat Didion toen zwanger was - ze wist zelfs niet eens dat ze niet lang daarna de beeldige baby die Quintana was, zouden adopteren.

Die speelsheid tekent het wezen en de 'schuld' van haar moederschap, een schuld die zo vreest ze misschien wel debet is aan Quintana's ongrijpbare persoonlijkheid - vol angsten. Didion en haar man leefden een glamoureus bestaan, waar vele reizen langs hotels bij hoorden, en het gezelschap van beroemde mensen. Quintana ging naar een van de duurste privéscholen van de Verenigde Staten, wist al vroeg hoe je lekkere lamskarbonaadjes in een hotel kon bestellen, droeg de kasjmieren coltruitjes die haar moeder voor haar meebracht. Een bevoorrechte jeugd, en toch las Didion later de lijstjes die Quintana maakte van haar moeders huisregels met pijn in het hart. Ze verraadden vooral haar gevoel van eenzaamheid en afzondering: 'Poets je tanden, borstel je haar, stil, ik ben aan het werk.'

De kritiek op Quintana's naam kan niet anders dan bruut verstomd zijn na de verschijning van Blauwe nachten, dat Didion publiceerde naar aanleiding van de dood van Quintana op 39-jarige leeftijd. Ze stierf in hetzelfde jaar als haar vader, na een medische nachtmerrie van twintig maanden. Voor Didion moet Blauwe nachten vooral een bloedige noodzaak hebben geleken, een soort parallelle verplichting - ook haar dochter verdiende, net als haar man, een elegie. Maar Didion lijkt zich terdege van haar onmacht bewust - ze thematiseert die ook. Ze twijfelt aan haar schrijverschap en aan zichzelf. Geen enkele zin in dit boek 'schreef zichzelf', zegt ze, zoals in het boek over de dood van haar man. Toch is het de vraag of die barsten en die schijnbare onmacht niet ook een stijlvorm zijn. Er lijkt Didion veel aan gelegen haar verdriet en herinneringen zo onscherp mogelijk te houden in de manier waarop ze Quintana schildert en tegelijkertijd bij ons weghoudt. Haar rouw is privé - hoe publiekelijk ook, en het weinige dat we over Quintana te weten komen, is voor haar moeder in zekere zin 'vergeefse' kennis.

En dan blijkt dat wat eerst Quintana's kwikzilverigheid heet, voort te komen uit problemen met namen als borderline, depressie, persoonlijkheidsstoornis, getroebleerd, alcoholverslaafd. Dat haar dochter al vroeg aan angsten leed, lijkt in eerste instantie zelfs schattig. Maar als Didion vertelt dat haar dochter op 5-jarige leeftijd naar een inrichting belt om te vragen wat ze moet doen als ze gek zou worden, begrijp je dat ze daar iets anders mee wil duidelijk maken. 'Laat mij maar in de grond liggen slapen...', had Didion haar eens horen snikken als kind. Ook een zin waarmee Didion haar boek lardeert - die vooraankondiging roept de vraag op hoezeer Quintana's noodlottige ziektegeschiedenis iets onvermijdelijks had.

De laatste zin luidt: 'Toch is er geen dag in haar leven dat ik haar niet zie.' Een dag in háár leven - een raadselachtige zin. Onmacht. Maar gestileerde onmacht. Zorgvuldig aangebrachte barsten. Tranen roept het niet op, wel respect en een gevoel van grote droefheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden