Blauwe maandag

Waar een vrouw 's nachts niet zou moeten lopen

De formule was: een vrouwelijke hoofdpersoon vanuit een normale, zelfs gelukkige, situatie te laten belanden in een nachtmerrie. Soepel geschreven, met empathie voor de personages. Er kwamen in de psychologische thrillers van het echtpaar Nicci French wel eens verdwenen kinderen voor. En daarmee begint ook hun nieuwe boek, Blauwe maandag. In 1987 verloor Rosie, bijna 10 jaar, haar zusje Joanna, 5 jaar, even uit het oog en weg was ze. Ontvoerd? Angst, wanhoop, schuldgevoel. Nooit meer gevonden.

Maar dan, op pagina 25, verspringt het beeld naar Londen, nu, tien voor drie 's nachts, waar Frieda Klein wandelt, ook door buurten waar een vrouw niet zou moeten lopen, november, de nieuwe werkweek maakt aanstalten met tegenzin te ontwaken, ze vindt het ineens een verstikkend idee omringd te worden door mensen die liggen te slapen in appartementen, huizen, hotels, die dromen, naar films kijken die voor hun geestesoog worden afgedraaid, ze wil niet een van hen zijn, twee politieagenten in een patrouillewagen, 'Alles in orde, mevrouw?', ze praat niet, wil gewoon maar lopen in zo'n nacht dat ze de slaap niet kan vatten, proberen de warboel in haar hoofd een beetje te ordenen, twee jongens met capuchons en broeken met laaghangend kruis, kantoren, flats, een spoorweg, de loop van een oude rivier, nog geen vier uur, East End of West End? eindelijk moe, vage indrukken, dan de vertrouwde kasseien van het straatje waar ze woont, haar sleutel zit er een paar keer naast voor ze het sleutelgat vindt.

Deze eerste van vele nachtelijke wandelingen introduceert psychoanalytica Frieda Klein, de hoofdpersoon in een serie die acht thrillers zal omvatten. Weggevaagd zijn de snieren waar Nicci French de laatste jaren nogal eens op getrakteerd werd, veel van hetzelfde, te weinig diepgang. Een zo krachtige hoofdpersoon slaat zich met (on)gemak door acht boeken heen - op de voet gevolgd door de lezers. Wat er zich in haar en om haar heen afspeelt is goed doordacht en laat genoeg te raden over om het ook psychisch spannend te houden.

Begon Blauwe maandag met een ontvoering van meer dan twintig jaar geleden, al snel verdwijnt ook in het heden een kind. Een jongetje met vuurrood haar en sproeten, Matthew Faraday. Frieda Klein leest in de krant: 'Kleine Mattie nog vermist - smeekbede van moeder.' Alan Dekker, een patiënt van haar - gevoel alsof zijn hart wordt opgeblazen, storm op komst, paniekaanvallen - heeft haar pas nog verteld van zijn dromen. Over een zoontje, dat hij niet heeft, met rood haar, net als hij. 'Ik wilde naar hem toe, maar ik wist dat als ik één stap zou zetten, ik in de duisternis zou storten.' In een andere droom ontvoert hij het kind.

Klein doet iets dat ze nog nooit eerder heeft gedaan. Ze gaat naar de politie. Hoofdinspecteur Malcolm Karlsson is niet onder de indruk, ook al droomde Dekker al vóór Matthew verdween dat hij het roodharige jongetje meenam. Geïnteresseerd raakt hij als Klein vertelt dat hij eenzelfde droom over een ontvoering zo'n twintig jaar geleden ook had.

Alle karakters in het verhaal zijn knap uitgewerkt, of het nu kinderen of volwassenen, slachtoffers, daders, politiemensen of hulpverleners zijn. De ontknoping breekt harten, zo hard en mooi. 'Hier hoorde ze thuis, begreep ze, in dit koude, winderige, drukke, middelmatige land, in deze overvolle, vieze, lawaaiige, levendige stad, in dat oude huisje in een verscholen straatje met kinderkopjes waarvan ze haar toevluchtsoord had gemaakt, de enige plek die ze bijna haar thuis kon noemen.'

Hierna nog zeven delen met Frieda Klein, een vijfsterrenvrouw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden