Kunstwerk van de week

Blauw dekzeil, een bed van karton: voor een landschapschilder kan de schuilplaats van een dakloze een goed onderwerp zijn

Olphaert den Otter - uit de postcodeserie: 1081 JH, 2016, ei-tempera op papier, 18 x 26 cm. Beeld Stadsarchief Amsterdam
Olphaert den Otter - uit de postcodeserie: 1081 JH, 2016, ei-tempera op papier, 18 x 26 cm.Beeld Stadsarchief Amsterdam

Wekelijks bespreken we een kunstwerk dat nú om aandacht vraagt. Deze week: de Postcode-serie van schilder Olphaert den Otter.

Een van de neveneffecten van de lockdown en het zelf opgelegde dagelijkse stappenquotum, is dat je een beter beeld krijgt van de daklozen in je stad. Ik bedoel: wie ze zijn, en waar ze zich ophouden. Hier in Amsterdam weet ik van veel zwervers inmiddels zo precies waar ze gedurende de dag rondscharrelen, dat het me opvalt wanneer ik ze opeens niet meer tegenkom. Gebeurt best nog vaak. Wie onlangs bijvoorbeeld verkaste, en dit was voor de vrieskou inzette, is de man die een tijd bivakkeerde in het Sarphatipark. Hij had daar kamp opgeslagen in de bosjes. Een grijs koepeltentje. Toen ik het voor het eerst zag was m’n reactie: rare plek om te kamperen, om me meteen te realiseren dat dit geen kamperen was, of op z’n minst een ander soort kamperen: wild kamperen, en dat dan permanent. Het tentje stond er wat verdekt. Je keek er makkelijk langs.

Het had een onderwerp kunnen zijn in de Postcode-serie, een reeks schilderijen in eitempera op papier van provisorische schuilplaatsen, gemaakt door de te weinig bekende Olphaert den Otter (te zien op zijn tentoonstelling Aarde en Wereld, die medio maart heropent in Museum Belvédère, insjallah) Een bed van karton in Londen, een tent van oranje steigerdoek in Rotterdam; de titels verwijzen standaard naar de postcode van de afgebeelde plek. Het zijn sterke schilderijen. Goed gemaakt, vaardig gecomponeerd, solide. Het is misschien eigenaardig om de lof te zingen van het blauwe dekzeil of het met graffiti bespoten viaduct, maar voor een landschapschilder zijn dergelijke elementen aantrekkelijk werkmateriaal. Den Otter kan er in elk geval goed mee uit de voeten.

De Postcode serie, vertelt Den Otter over de telefoon vanuit Rotterdam, bouwt voort op een van zijn eerdere reeksen, de serie Stal- en kluismorfologie – lekker titeltje, ja.

Olphaert den Otter - uit de Stal- en Kluismorfologieserie: Niet Sint Fransciscus van Bellini, 2004,
ei-tempera op papier, 61 x 46 cm. Beeld Pieter Vandermeer
Olphaert den Otter - uit de Stal- en Kluismorfologieserie: Niet Sint Fransciscus van Bellini, 2004,ei-tempera op papier, 61 x 46 cm.Beeld Pieter Vandermeer

Ook die werken gingen over beschutting. Den Otter deed er uitvoerig onderzoek voor naar de weergave van schuilplaatsen van thuislozen op schilderijen van oude meesters als Bellini en Piero della Francesca. Zíjn schilderijen waren heruitvoeringen van die bekende werken, met als verschil dat de thuislozen zelf waren weggelaten. Je zag dus wel de spelonk waar Franciscus van Assisi zat te bidden, maar niet de heilige zelf; wel de stal, maar niet Jozef en Maria en de koningen. De os en de ezel? Geen spoor. De schilderijen illustreerden dat (bijbelse) figuren meer nog dan door hun uiterlijk of kleding worden gedefinieerd door de plek waar we ze aantreffen. Ze zijn, kun je beweren, hun behuizing.

Ook de Postcode-serie toont de schuilplaats zonder de bewoner, met als verschil dat het hier gaat om echte shelters. Den Otter fotografeerde ze eigenhandig, soms ging er een tip van een kennis aan vooraf. Een enkel beeld kwam tot hem via Google Earth View.

Den Otter werd gaandeweg een soort expert in het leven van de daklozen, vertelt hij. Hij weet wat zij zoeken. Een geschikte schuilplaats, zegt Den Otter, is dicht genoeg bij de stadse voorzieningen om te kunnen hosselen en afgelegen genoeg om een minimum aan privacy te garanderen. Middelen en afzondering, daar gaat het om. Leegstaande gebouwen bieden dat. Stukjes niemandsland eveneens.

Hiernaast ziet u 1081 JH, het vroegste werk uit de reeks: een hutje van touwen en plastic zeil bij een poeltje: waslijnen, klerenhangers, emmers en ondefinieerbare ronde dingen, fietsbanden misschien? In 2016 stond het in de oksel van een afrit van de ring van Amsterdam. Den Otter zag het vanuit de auto toen hij met een ‘kornuit’ op weg was naar kendo-training in de Sporthallen Zuid. Toen hij er terugkeerde, was er niemand thuis. Er is zelden iemand thuis. Is er wel iemand thuis, dan vraagt Den Otter toestemming om foto’s te maken. Krijgt hij die niet, dan neemt hij er geen, even goede vrienden. Hij toont, zegt hij, een wereld die het verdient om gezien te worden. Hij zegt: ik wil voor de dak en thuislozen zijn wat de gebroeders van Limburg in de 15de eeuw waren voor de rijke Hertog van Berry.

Den Otters zoon reed trouwens mee naar Amsterdam, die bewuste dag.

Pa, zei hij toen de schilder het autoportier opensloeg, ik wacht wel even hier…

Olphaert den Otter Beeld Marijn de Jong
Olphaert den OtterBeeld Marijn de Jong

Olphaert den Otter (Poortugal, 1955)

1081 JH (uit de Postcode-serie)

Museum Belvédère, Oranjewoud

Vanaf 3 maart, als de omstandigheden het toelaten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden