Drama

Black Butterflies

Hoge toppen, duistere dalen

Floortje Smit

Het zal weinigen onberoerd laten. Als Nelson Mandela aan het einde van Black Butterflies Ingrid Jonkers gedicht Die Kind voordraagt, maakt hij in een klap weer duidelijk hoe krachtig en politiek Jonkers poëzie kan zijn.

De geluidsopname is gemaakt in 1994, toen Mandela de eerste zitting van het democratisch gekozen parlement in Zuid-Afrika opende. Daarmee liet hij de aandacht voor de dichteres weer opvlammen. Het zou fijn zijn als de film over haar leven, geregisseerd door Paula van der Oest, een zelfde effect zou hebben.

Black Butterflies richt zich op de laatste jaren van de jonggestorven Afrikaanse dichteres. Haar levensverhaal wordt verteld via twee belangrijke mannen uit haar leven. Allereerst haar vader: politicus en schrijver, Afrikaner in hart en nieren. Een man die apartheid ziet als grondrecht en daarmee lijnrecht tegenover zijn dochter staat. De tweede is schrijver en minnaar Jack Cope, die haar in de openingsscène van de verdrinkingsdood redt.

Dat is overigens nooit echt gebeurd – en het is niet de enige keer dat scenarist Greg Latter (Goodbye Bafana) het verhaal een handje helpt. Het valt te betwisten of Cope echt ‘de liefde van haar leven’ was. Jonkers labiele geestelijke gesteldheid wordt erg eenvoudig gelinkt aan haar talent, net zoals haar moedergevoel doorslaggevend lijkt voor haar definitieve politiek ontwaken.

Natuurlijk, het is ‘geen documentaire’ zoals de makers benadrukken. Maar hoe ver kun je gaan in een biografische film? In Black Butterflies is Ingrid Jonker ooggetuige van het bloedbad bij Sharpeville – waar dat beroemde gedicht over gaat – terwijl zij daar nooit geweest is. Had zoiets gekund in een biopic van, zeg, Harry Mulisch?

Nodig zijn dat soort verfraaiingen niet altijd: het verhaal van Ingrid Jonker is al indrukwekkend genoeg. Toch valt het te verantwoorden. Alles in Black Butterflies moet Jonkers werk, de achtergrond waartegen dat verscheen en haar complexe persoonlijkheid, onderstrepen.

Van der Oest past haar gedichten naadloos in het verhaal en maakt hongerig naar meer – al is het jammer dat de voertaal voor een internationale afzetmarkt Engels is in plaats van Afrikaans. Zeker omdat de film via Cope ook veel wil zeggen over de opbloeiende Afrikaanse literatuur van de jaren zestig en het vrijgevochten milieu. Via de verhaallijn rondom haar vader wordt ook de censuur behandeld en de politieke achtergrond – ondersteund met bijna onzichtbare, maar onberispelijke vormgeving.

Maar vooral het beeld van Jonker, in al haar facetten, is onvergetelijk. Wispelturig is ze, behaagziek. Maar ook een vrouw waarvan je de aantrekkingskracht begrijpt: bij Jonker zijn de toppen hoog en de dalen duister. Carice van Houten – die van het spelen van labiele vrouwen inmiddels zo’n beetje haar handelsmerk heeft gemaakt – kreeg niet eerder een personage dat zo rond is. Moeiteloos schakelt ze tussen extremen, zonder onuitstaanbaar of simpel te worden. Dan weer droevig, geil, uitbundig, verongelijkt. ‘Je put me uit’, zeggen maar liefst twee minnaars tegen haar – het is volstrekt begrijpelijk.

Alleen twee krachtige acteurs houden zoiets in evenwicht, en Rutger Hauer en Liam Cunningham zorgen voor vuurwerk. Het knettert juist in kleine scènes waarin twee personages tegenover elkaar staan.

En daarom doet Black Butterflies Ingrid Jonker toch recht. Wat haar karakter betreft romantiseren Van der Oest en Latter niets; ze doen geen concessies. Ze durven te kiezen

voor een hoofdpersoon die niet gemakkelijk te behappen valt. Het maakt Jonker zo fascinerend als ze ongetwijfeld was.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden