Recensie Tijs Goldschmidt

Bioloog Tijs Goldschmidt blijkt een innemend brievenschrijver ★★★★☆

Het is maar goed dat de uitgever Tijs Goldschmidt zover kreeg zijn brieven te publiceren. De bioloog toont zich een grage verteller met een mooie voorraad anekdotes.

Beeld Max Kisman

Tot een uitgever het opperde, had schrijver en bioloog Tijs Goldschmidt geen moment gedacht aan het publiceren van zijn eigen brieven. Was dat, schrijft hij in de inleiding van Onvoldoende liefdesbrieven, niet meer iets voor familieleden van gevierde romanschrijvers en dichters die niet meer leven? De uitgever trok hem niettemin over de streep en daarvoor mogen we hem dankbaar zijn: Goldschmidt blijkt een onderhoudend brievenschrijver. 

In de tweehonderd brieven die hij selecteerde uit wat hij de afgelopen dertig jaar schreef aan vrienden, familie, kennissen en mensen met wie hij samenwerkt, toont hij zich een grage, zorgvuldig formulerende verteller met een brede belangstelling en een flink reservoir aan anekdotes en wetenswaardigheden. ‘Het lijkt me erg onwaarschijnlijk dat een kat zich zou kunnen schamen, maar overspronggedrag is het wel’, schrijft hij op de vraag van Joop Goudsblom of een kat die zijn vacht likt als het hem niet lukt een prooi te vangen, dat doet uit schaamte. Om vervolgens zowel het principe van overspronggedrag uit te leggen als de onwaarschijnlijkheid van schaamte. Uit een brief aan Anna Tilroe leren we hoe het komt dat zebra’s dunne of dikke zwarte strepen hebben. En uit een brief aan Claire Weeda hoe kansloze stekelbaarsmannetjes er op de relatiemarkt toch in slagen om via slinkse wegen (ze worden ook wel sneaky fuckers genoemd) vrouweneitjes te bevruchten. Allemaal leuk om te weten, maar vooral mooi om te zien hoe Goldschmidt in zijn brieven niet minder dan in zijn boeken afgewogen tot voorzichtige conclusies komt.

Tijs Goldschmidt: Onvoldoende liefdesbrieven

Wie vertrouwd is met het werk van Goldschmidt, komt een hoop oude bekenden tegen. Zoals de in Darwins hofvijver beschreven vispopulatie van het Victoriameer in Tanzania, die hij vijf jaar lang observeerde, onderzocht en goeddeels uitgeroeid zag worden dankzij de onbesuisde introductie van de nijlbaars in het meer. Of de Asmat, de door Goldschmidt geregeld bezochte bevolkingsgroep in het zuiden van Papoea die we kennen van zijn deelname aan het VPRO-programma Zomergasten en van de essaybundels die verschenen sinds hij in 1993 de wetenschap verruilde voor het schrijverschap. Ook andere thema’s uit zijn essays, zoals kunst, poëzie en muziek, vind je terug in zijn brieven, zij het vluchtiger. Het blijven tenslotte brieven. Goldschmidt geeft antwoord op vragen die je niet hebt gehoord, reageert op discussies die je niet kent en vertelt verhalen maar half omdat de ontvanger van de brief de andere helft wel weet. Meestal hindert dat niet, maar soms sprokkel je net genoeg informatie bij elkaar om de behoefte naar meer aan te wakkeren.

Hoe zit het bijvoorbeeld precies met zijn terugkerende depressies, die begonnen met een ‘halfslachtige suïcidepoging’ op zijn 17de? Hij meldt ze af en toe terloops en probeert ze tegenwoordig te bestrijden met verwoed salsadansen, maar ze moeten toch behoorlijk ontregelend zijn geweest: ‘Een half jaar voor de dood van mijn vader zakte ik weg in een peilloos diepe depressie die vervolgens enkele jaren aanhield.’

En hoe zit het met zijn vader, die hij nu eens verdedigt, dan weer afserveert als een man die zijn leven lange tijd behoorlijk heeft vergald? Zijn vader – Joods kampoverlever, geliefd logopedist maar ook een ‘toegewijde narcist’ die van complimenten leefde en geen kinderen wilde – stond in het gezin op een voetstuk, tot hij vertrok met een jongere vrouw. Dat hij toch kinderen kreeg, was om zijn vrouw te plezieren, maar aandacht gaf hij ze nooit. Hij vertelde zijn 10-jarige zoon dat hij hem nooit gewild had met het voor een jongensbrein te ingewikkelde argument dat hij ‘te veel van hem hield om hem het leven te willen aandoen’.

Dat je bij dit soort fragmenten graag het hele verhaal zou willen weten, maakt Onvoldoende liefdesbrieven niet minder mooi en innemend.

Tijs Goldschmidt: Onvoldoende liefdesbrievenVan Oorschot; 340 pagina’s; € 25,-.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden