Review

Biografie: Vincent van Gogh was onuitstaanbaar, driftig, onbeschoft, schaamteloos, haatdragend en laks

Een karakterologische afrekening met het troetelkind van de Nederlandse schilderkunst, dat is de biografie over Vincent van Gogh. De schilder was gewoon een onuitstaanbaar sujet.

Zelfportret Vincent van Gogh. Foto ap

Het is even schrikken: dat de schrijvers Steven Naifeh en Gregory White Smith berucht zijn om de grondige aanpak, was bekend. In 1991 wonnen ze de Pulitzer Prize met hun lijvige boek over de Amerikaanse drip-schilder Jackson Pollock. Een monumentale studie van 900 pagina's die tot in detail inging op Pollocks uitgebreide familiegeschiedenis, het rurale landschap van de Mid West waarin hij opgroeide en de New Yorkse kunstscene van de jaren dertig en veertig.

IJstijd
Maar in hun nieuwste publicatie Vincent van Gogh. De biografie valt al na acht bladzijden tekst het woordje 'ijstijd'. Dat is nog eens wat anders. Hier wordt niet zomaar een levensgeschiedenis geschreven, dit moet een reconstructie worden die alles wat we van Van Gogh weten zal overtreffen, opgetekend vanuit verre verleden - vanaf het allereerste begin, zo'n 20 duizend jaar geleden.

Zeker, het spectaculaire nieuws van de biografie was overal al te lezen: Van Gogh zou volgens Naifeh en White Smith geen zelfmoord hebben gepleegd, maar door twee kwajongens om het leven zijn gebracht. Van Goghs vroegtijdig sterven was geen suïcidale opvlieging, in een korenveld ergens buiten Auvers-sur-Oise. Het was moord, uitgevoerd met een .380 kaliber proppenschieter op een erf vlak bij de Auberge Ravoux, waar de schilder een kamer had gehuurd. Wie de uitsmijter van het boek leest, zal niet overtuigd zijn door de flinterdunne bewijsvoering. Naifeh en White Smith hadden waarschijnlijk een nieuwtje nodig om hun meer dan duizend pagina's tellende biografie te rechtvaardigen. Tien jaar onderzoek zonder een revolutionaire vondst, het kon eenvoudig niet.

Lange inleiding
Maar met de moordtheorie schieten de schrijvers in hun eigen voet: het slotakkoord degradeert alles wat daarvoor is opgetekend tot niet meer dan een lange inleiding. Onterecht. Het boek is een minutieus verslag, van dag tot dag, brief tot brief, gebeurtenis tot gebeurtenis en van schilderij tot schilderij. En levert vooral over Van Goghs jeugd een ander beeld op dan tot nu toe bekend is. En dat behoorlijk verschilt van wat we graag over het karakter van de schilder willen lezen. De jonge Vincent was, zo houden Naifeh en White Smith ons bladzij na bladzij voor, niets anders dan een regelrechte pain in the ass.

Zelden heb ik een biografie gelezen waarin één persoon met zoveel bijvoeglijk naamwoorden voor zijn onhebbelijke gedrag wordt gekarakteriseerd. Een alfabetische greep uit het aanbod: achterdochtig, bruusk, dreigend, driftig, dwingend, eigenwijs, haatdragend, koppig, kwaadaardig, laks, lastig, luidruchtig, manipulatief, obsessief, obstinaat, onbeschoft, ondankbaar, ongehoorzaam, opvliegend, recalcitrant, ruw, schaamteloos, slechtgehumeurd, slijmerig, spilziek, twistziek, veeleisend, venijnig, zelfingenomen. Of het nu gaat over weglopen van school, zijn ouders schofferen in de Zundertse dorpsgemeente waar zijn vader predikant was, ondankbaarheid tegenover zijn broer Theo die hem zijn halve leven financieel de hand boven het hoofd heeft gehouden - overal en altijd zet Van Gogh zijn grillige, egocentrische wil door, omdat het moet en zal gebeuren zoals hij dat wil.

En overal en altijd is het zijn familie die hem blijft ondersteunen. Zich vanuit een familiaire verbondenheid en protestants plichtsbesef het lot aantrekt van dit gitzwarte schaap dat maar niet wil deugen. Theo die blijft betalen, zijn vader die in de pastorie een atelier voor hem inricht, ooms die hem onderdak verlenen of een baantje aanbieden, ondanks zijn faam overal te mislukken. Steeds heeft Van Gogh een idealistisch doel voor ogen; overal haakt hij met ruzie af. Waarna steevast een (korte) periode van schuld, schaamte en zelfverwijten volgt. Het is een patroon dat zich zijn hele leven zal herhalen - op de Drentse veengrond, tussen de mijnwerkers in de Borinage, in de kunsthandel van Goupil & Cie, op de Antwerpse academie. Zelfs in de periode dat hij iets van een ware bestemming heeft gevonden: de kunst.

Zielige Vincent?
Het boek is een karakterologische afrekening met het troetelkind van de Nederlandse schilderkunst. Van de zielige Vincent die - ach gut - miskend was, nooit iets verkocht, op zoek naar liefde was, et cetera. Als tegenbeeld zetten Naifeh en White Smith Van Gogh neer als een onuitstaanbaar sujet met adhd-verschijnselen. Lastig voor zichzelf en vooral voor anderen.

Tegelijk besef je dat Van Gogh nooit Van Gogh zou zijn geworden zonder die lastige persoonlijkheidsstructuur. Het blijft onvoorstelbaar dat hij in de laatste twee jaar van zijn leven ongeveer de helft van zijn oeuvre bij elkaar heeft geschilderd - de beste helft. Van Gogh had juist dat drammerige, opvliegende en overgevoelige karakter nodig om iets te 'scheppen' waar destijds niemand op zat te wachten. Schilderijen en tekeningen die, nu ze er eenmaal zijn, niet meer uit het collectieve geheugen zijn weg te denken.

Vincent van Gogh. De biografie Steven Naifeh en Gregory White Smith.

  • Oordeel van de recensent:
Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.