BoekrecensieKlaas Tammes - Een verdwaalde intellectueel

Biografie van oud-minister Hans Gruijters moet het hebben van de sappige anekdotes ★★★☆☆

Echt meeslepend wil de biografie van oud-minister Hans Gruijters niet worden. Gelukkig doen de vele sappige anekdotes hun werk.

Hans Gruijters in 2001.Beeld Bob Bronshoff / HH

Kleurrijk is een fletse typering voor Hans Gruijters (1931-2005), medeoprichter van D’66, minister van Volkshuisvesting in het kabinet-Den Uyl, zestien jaar lang burgemeester van Lelystad. Kleurrijk en desondanks vergeten, behalve door de lezers van Lelystad (2008) van Joris van Casteren, die ons een oord voorschotelt waaruit elke energie is weggetrokken en waarin een nurkse, onbenaderbare burgemeester Gruijters als een zombie ronddoolt, als hij al niet beneveld is.

Biograaf Klaas Tammes belooft al op de eerste pagina’s dat hij dat beeld wil rechtzetten, waarin hij half slaagt. Gruijters was beslist voor velen onuitstaanbaar. Hij was narrig, schiep er een genoegen in mindere geesten op hun nummer te zetten, bestuurde Lelystad ‘voor de ochtendsherry’ om daarna leuke dingen te doen, een boek te lezen of zo snel mogelijk naar zijn geliefde Amsterdam te trekken. Hij was een bestuurder met weinig aanleg voor inspraak en streefde ernaar de raadsvergaderingen zo kort mogelijk te laten duren. Het record was acht minuten.

Tammes, zelf oud-burgervader en ook van D66, biografeerde eerder Ridder van Rappard, vanuit een klaarblijkelijke voorkeur voor oud-collega’s die uit een houtsoort zijn gesneden die niet meer te vinden is. Want onder de oppervlakte van de anekdotiek gaat het boek eigenlijk over de snelheid waarmee de tijd verglijdt en opvattingen veranderen, niet zelden in krampachtige zin.

Prototype D66’er

Gruijters was het prototype van de D66’er en zou tegelijkertijd noch in die partij, noch meer in het algemeen in de huidige politiek kunnen functioneren. Jan Terlouw noemde hem toen al ‘eigendunkelijk’. Gruijters was voorstander van rationele, pragmatische politiek en afkerig van het spinrag van de jaren vijftig en alles wat met zuilen te maken had. Dat was heel erg des D66’s, net als zijn weerzin tegen het koninklijk huis. Hij zei ooit dat hij prins Bernhard helaas niet op het stadhuis kon ontvangen omdat hij naar Breda moest, maar even later zat hij in zijn burgemeesterskamer gewoon een boek te lezen.

Hans Gruijters (uiterst links) op een algemene ledenvergadering van de VPRO in 1968.Beeld ANP

Hij had het gelijkhebberige dat D66 een halve eeuw later nog altijd kenmerkt: wie zichzelf rationeel vindt, zegt in één moeite door dat dat anderen minder gegeven is. Democratisering als hoofdthema van de nieuwe partij was dan ook beslist niet door Gruijters bedacht. Het was reclameman Martin Veltman die inzag dat D66 één onderwerp aan de man moest brengen, de vastgelopen democratie. Gruijters was wel staatsrechtelijk geïnteresseerd, maar had voor het besturen weinig anderen nodig. Hij was afgekeurd voor militaire dienst omdat ze, zoals de sergeant hem toevoegde, ‘helaas al een generaal hadden’. Zijn correcte inschatting na afloop van het kabinet-Den Uyl was ‘dat ze me in Den Haag niet meer pruimen’. Het duurde drie jaar voordat hij een nieuwe, tamelijk bescheiden baan kreeg in het burgemeesterschap van Lelystad.

Aan de vooravond van dat befaamde kabinet-Den Uyl had hij de christen-democratie al tot razernij gebracht met de opmerking ‘dat hij zijn vingers altijd natelde als hij een confessioneel een hand gegeven had’. Toch werd hij minister, enerzijds omdat de partijleiders van KVP en ARP bereid waren hun woede in te slikken. En anderzijds omdat zijn eigen politiek leider, Hans van Mierlo, pal bleef staan ‘omdat het in dit land mogelijk moet zijn om dit soort politieke opvattingen in vrijheid te ventileren zonder daarmee het recht op een ministerschap te verliezen’. Allemaal ondenkbaar in de kousenvoetenmaatschappij van nu.

Whisky in de Kamer

Gruijters was afkomstig uit Helmond, had vier jaar bij Dries van Agt in de klas gezeten. Die kon goed met zijn mede-katholiek overweg, anders dan de protestanten in de regering en de meeste PvdA’ers. In de kabinetsvergadering zei Gruijters, als er weer eens was georeerd over misstanden in het buitenland: ‘Voorzitter, zijn we weer klaar met het knippen van buurmans heg?’ Den Uyl vroeg hem wat hij vond van het Jaar van de Vrouw. ‘Goed, voor één jaar dan’, sprak Gruijters. Minister Irene Vorrink lachte nooit om zijn grappen, maar zijn staatssecretarissen Marcel van Dam en Jan Schaefer liepen met hem weg. Zij kregen net als hun minister tijdens de ellenlange Kamerdebatten hun whisky stiekem geserveerd in een theekopje, en om het beeld af te maken bliezen ze erover omdat de thee te heet was.

Tammes is geen meeslepend scribent, en het boek is raar opgebouwd met een omgekeerde chronologie, de jeugd komt achteraan, maar gelukkig doet de overdaad aan sappige anekdotiek zijn werk. Gruijters lag al moeilijk bij de oprichting van D’66. Dat zijn mensentype onder het huidige gesternte zeker geen prominente rol meer zou kunnen spelen, is niet alleen jammer voor de pret maar zeker ook voor de politieke scherpte. Hij nam in 2004, kort voor zijn overlijden, met stille trom afscheid van de partij. Hij was toen al ruimschoots weggedreven. Hij was voor de kruisraketten geweest, voor kernenergie, en hij vond dat Nederland vol was. De partij was hem toen allang vergeten.

Beeld Prometheus

Klaas Tammes

Een verdwaalde intellectueel – Hans Gruijters 

★★★☆☆

Prometheus; 288 pagina’s

€ 24,99

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden