boekrecensie

Biografie van Hugo de Groot laat ook het immense belang van zijn bijbelstudies zien ★★★★☆

In een gedetailleerde biografie laat Henk Nellen zien dat de juridische werken én de bijbelstudies van Hugo de Groot van grote invloed zijn geweest.

Marcel Hulspas

‘Vanaf mijn vroegste jeugd heen en weer geslingerd tussen allerlei specialismen, vond ik nooit méér bevrediging dan in de bespiegeling over sacrale zaken.’ Aldus Hugo de Groot, de man die we kennen van zijn ontsnapping uit de gevangenis in een boekenkist en van beroemde juridische werken over het zeerecht (Mare liberum) en het internationaal recht (De jure belli ac pacis). Maar werkelijk gelukkig voelde hij zich pas wanneer hij zich in de Bijbel kon verdiepen.

Hij besteedde het beste deel van zijn leven aan bijbelexegese en beschouwde zijn uiterst secure bijbelcommentaren, tweeduizend dichtbedrukte foliopagina’s, als zijn hoofdwerk. Niemand kende dat boek als hij, niemand kende de literatuur beter. In de gedetailleerde biografie Geen vredestichter is zonder tegenstrevers laat historicus Henk Nellen zien hoe De Groot zich vol hartstocht in de religieuze twisten van zijn tijd wierp. Het zou hem duur komen te staan.

Wonderkind Hugo, zoon van de Delftse patriciër Jan de Groot, had inderdaad voor elk specialisme kunnen kiezen. Aan het begin van zijn studie aan de Leidse universiteit in 1594 werd hij al met Erasmus vergeleken. Na zijn afstuderen koos ‘Hugo Grotius’ voor een bestuurlijke carrière en in 1604 kreeg hij vanuit Amsterdam zijn eerste grote opdracht: een rechtvaardiging schrijven voor het overvallen van koopvaardijschepen. Het resultaat was De jure praedae (‘Over het recht op buit’), een doorwrochte studie over staatsvorming, het recht om in opstand te komen, de oorlog tegen Spanje en o ja, het recht om schepen van de tegenstander buit te maken.

Uiteindelijk zou hiervan slechts één hoofdstuk de drukker bereiken, Mare liberum. De zee was vloeibaar en niemand kon daarover gezag claimen. Bovendien was de zee voor het welzijn van volkeren van fundamenteel belang en niemand had het recht dat belang te schaden. Het recht op welzijn was een natuurrecht, door God aan ieder schepsel gegeven, ook aan de heidenen en de volgelingen van Mohammed.

Wereldberoemd

Mare liberum (1609) maakte Grotius wereldberoemd. En die roem steeg nog verder met De jure belli ac pacis (1625), ‘over het recht van oorlog en vrede’, waarin hij dezelfde principes toepaste. Grotius verwierp de opvatting dat een oorlog tegen ‘ongelovigen’ altijd gerechtvaardigd was, maar ook de ‘protestantse’ opvatting dat een volk zich tegen zijn vorst mocht keren met een beroep op het geweten. Hij erkende dat er zoiets bestond als een gerechtvaardigde oorlog of opstand, maar alleen onder strikt juridische voorwaarden.

Hij wist wat het was om in opstand te komen. Tijdens het Twaalfjarig Bestand (1609-1621) brak er een felle strijd uit tussen aanhangers van de theologen Arminius en Gomarus. Het kon het niet anders of de vermaarde jurist met de scherpe pen mengde zich in de strijd, en wel aan de kant van Arminius. Het draaide om de oeroude kwestie of de mens zijn plek in de hemel kon ‘verdienen’ door goede werken te doen of dat hij hierin volledig afhankelijk was van de almachtige God. Arminius pleitte voor het belang van goede werken en vond Grotius aan zijn zijde.

De laatste vond het belachelijk God verantwoordelijk te houden voor het kwaad dat de mens aanricht. Daarbij pleitte hij voor tolerantie: Arminius’ opvatting was in de eerste christelijke eeuwen wijdverbreid en werd toen niet bestreden. Grotius’ geschriften waren olie op het vuur. Er dreigde een burgeroorlog uit te breken, net op het moment dat het bestand met Spanje afliep. Prins Maurits greep in en koos voor Gomarus. Zijn grote tegenstrever Oldenbarnevelt werd onthoofd; Grotius werd opgesloten in Slot Loevestein, maar wist dus te ontsnappen.

Op zoek naar verzoening

Na zijn vlucht werd Grotius in Parijs met alle egards ontvangen, maar zijn nieuwe baan als ambassadeur voor de Zweedse kroon bezorgde hem vooral kopzorgen. Hij raakte verbitterd, werd onredelijk voor zijn vrienden en vond een uitvlucht in zijn bijbelstudies. Vanaf dat moment zette hij zijn fenomenale kennis van de Bijbel en de kerkgeschiedenis in voor slechts één doel: de verzoening van alle christelijke stromingen. Een onmogelijke en ondankbare taak.

Kenmerkend was de reactie op zijn bewering dat als er in de Bijbel sprake was van ‘de antichrist’, die term géén betrekking had op de paus. Protestanten waren daar heilig van overtuigd maar bijbelauteurs, zo redeneerde Grotius, deden geen onbegrijpelijke uitspraken over iets wat pas 1.500 jaar later zou gebeuren. Na de publicatie van deze Commentatio de antichristo brak in de Republiek een storm van verontwaardiging los. Het was voor velen hét bewijs dat de beroemde geleerde stiekem katholiek was, of dat spoedig zou worden.

Grotius stierf op 28 augustus 1645, in Rostock. Hij kwam net uit Zweden, waar hij zijn ontslag als ambassadeur had aangeboden. Biograaf Henk Nellen vat Grotius’ verdiensten aan het slot van zijn boek krachtig samen: de invloed van zijn juridische werken én zijn bijbelstudies waren immens. Grotius is een van de voornaamste grondleggers van het internationale recht en hij legde het fundament voor de bijbelkritiek van de Verlichting. De boekenkist is zoek, maar Grotius’ geest is nog altijd onder ons.

null Beeld Athenaeum
Beeld Athenaeum

Henk Nellen: Geen vredestichter is zonder tegenstrevers. Athenaeum; 416 pagina’s; € 30.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden