Boekrecensie

Bill Gates reduceert het klimaatprobleem tot de uitstoot van broeikasgassen: simpel en effectief ★★★☆☆

In een behoorlijk optimistisch boek beschrijft Bill Gates zijn oplossingen voor de klimaatcrisis, waarin bijna alles draait om schone technologie. De vraag blijft hoe wenselijk het is dat één techmiljardair de koers kan bepalen.

Bil Gates wil zo snel mogelijk een wereldwijd programma voor onderzoek en ontwikkeling opzetten, met een vervijfvoudiging van de budgetten voor onderzoek naar schone energie. Beeld John Keatley / The Guardian / Eyevin
Bil Gates wil zo snel mogelijk een wereldwijd programma voor onderzoek en ontwikkeling opzetten, met een vervijfvoudiging van de budgetten voor onderzoek naar schone energie.Beeld John Keatley / The Guardian / Eyevin

Vers voer voor complotdenkers: Bill Gates, de Microsoft-miljardair en filantroop (vermogen 124 miljard dollar), in hun ogen de kwade genius die het coronavirus op ons losliet en nu via de door hem gefinancierde vaccins microchips wil implanteren, schreef een boek over hoe de wereld de klimaatcrisis kan oplossen. How to Avoid a Climate Disaster The Solutions We Have and the Breakthroughs We Need, heet het. Komende week verschijnt de Nederlandse vertaling. Probeert hij ons opnieuw voor het karretje van de wereldelite te spannen?

Wellicht tot teleurstelling van de QAnon-adepten zet Gates in een verrassend helder, zij het nogal droog betoog een aantal basislessen uiteen die hij zegt zelf over de klimaatcrisis te hebben geleerd en die we ons allemaal zouden moeten aantrekken, als we het grootste probleem van de wereld tijdig willen oplossen.

Bill Gates is een ingenieur en uitvinder, een nerd die met zijn zoon Rory niets liever doet dan energiecentrales en kunstmestfabrieken bezoeken. Hij bekijkt het klimaatprobleem als een technische uitdaging: hoe komen we van een mondiale uitstoot van 51 miljard ton CO2 per jaar naar nul ton in 2050, zodat de opwarming deze eeuw beperkt blijft tot 2 graden en liever nog 1,5 graad, het doel van het akkoord van Parijs.

Het slechte nieuws is, zegt Gates, dat dit een titanenklus zal worden. ‘We moeten een gigantische klus zien te klaren, iets wat we nooit eerder hebben gedaan, en veel sneller dan we ooit iets vergelijkbaars tot stand hebben gebracht.’ Het goede nieuws is: we kunnen het. Dit is een behoorlijk optimistisch boek.

De retorische truc die Gates toepast, tevens de kern van zijn klimaatstrategie, is even simpel als effectief. Hij reduceert alle aspecten van het opwarmingsprobleem tot die 51 miljard ton broeikasgassen per jaar. Het boek behandelt alle relevante sectoren naar de omvang van hun emissies (van elektriciteitsproductie, industrie, landbouw en transport tot verwarming en koeling) en bespreekt de technologieën die we al hebben om die uitstoot te kunnen terugdringen en de oplossingen die we nog moeten uitvinden.

Dat laatste krijgt de meeste nadruk. Niet verwonderlijk, want daarover kan Gates met enig gezag spreken, als iemand die zijn miljarden verdiende met software-innovaties. Al is hij naar eigen zeggen wel een laatkomer in het klimaatdebat. Pas in 2006 ging hij zich in het probleem verdiepen, waarna het nog duurde tot 2019 – vier jaar na Parijs – voor hij zijn geld en dat van de Gates Foundation terugtrok uit olie en gas.

Investeren

Gates weet hoe je innoveert. Hij steekt met zijn investeringsfonds Breakthrough Energy veel durfkapitaal in duurzame energie (zo’n 2 miljard dollar, en de komende vijf jaar nog eens 2 miljard). Daarbij stelt hij altijd dezelfde vragen: over hoeveel vermeden uitstoot hebben we het? Het wordt pas interessant bij 500 miljoen ton, 1 procent van de mondiale emissies per jaar. En: hoeveel kost het? Groene opties breken pas door als ze bijna zo goedkoop zijn als fossiele. Tot nu toe zijn ze, tenzij je de verborgen klimaatkosten meerekent, bijna altijd veel duurder.

‘Green Premiums’ noemt Gates die meerprijzen, als het ware de kosten voor de aanpak van het klimaatprobleem. Zijn advies: benut alle beschikbare duurzame energieopties met weinig tot geen extra kosten (zoals zonne- en windenergie, die afgelopen jaren in hoog tempo concurrerend werden) en investeer alle innovatiekracht in het vinden van alternatieven voor de opties met nog hoge Green Premiums. Want die zijn de reden dat het nu te duur is om de mondiale emissies terug te dringen, zeker voor arme landen.

Zoals Gates zei in een Zoom-gesprek met de Europese pers, waaronder de Volkskrant: ‘Het probleem is dat we ons nu vooral richten op makkelijke sectoren waar de Green Premiums relatief laag zijn, zoals elektrische auto’s en bepaalde technieken voor stroomopwekking. We doen veel te weinig aan de lastige sectoren – staal, cement en vliegtuigbrandstof – terwijl het precies omgekeerd zou moeten zijn als je op nul wilt uitkomen.’

De meeste aandacht besteedt Gates niettemin aan de verduurzaming van de elektriciteitsproductie, die verantwoordelijk is voor 27 procent van de mondiale emissies. Hier zit de Green Premium hem niet zozeer in de prijs (groene stroom via zon en wind is maar 15 tot 20 procent duurder dan fossiel), maar in de betrouwbaarheid en onderbrekingen van de levering (wat te doen als er geen zon of wind is?). Opslag van stroom is nog altijd het grote knelpunt. Mede daarom zet Bill Gates met zijn bedrijf TerraPower in op kernenergie nieuwe stijl: het met supercomputers ontwikkelde concept voor een veilige, goedkope reactor die kernafval kan verwerken en het zelf amper produceert. De Amerikaanse overheid gaat 4 miljard dollar meebetalen voor de verdere ontwikkeling.

Verduurzaming van de stroomproductie is cruciaal, omdat het ook kan bijdragen aan het vergroenen van andere sectoren, zoals transport (16 procent van de mondiale emissies). Maar terwijl je auto’s makkelijk kunt elektrificeren, stuit je bij vrachtwagens, schepen en vliegtuigen op enorme Green Premiums. Zo zou een elektrisch aangedreven jumbojet meer dan 35 keer meer gewicht aan accu’s moeten meenemen als nu aan kerosine en dus nooit kunnen opstijgen, een probleem dat de bestaande batterijtechnologie volgens Gates niet zal oplossen. Zijn stelregel is daarom: zet groene stroom in waar dit kan, maar ontwikkel daarnaast goedkope, schone alternatieven (zoals nieuwe bio- en electrofuels, en kernreactoren voor schepen).

Het lastigste vergroeningsprobleem is volgens Gates de industriële productie van essentiële materialen als staal, cement en plastic. Bij die processen komen veel broeikasgassen vrij (1 ton cement betekent 1 ton CO2), die bijna eenderde van de mondiale emissies uitmaken, maar bedrijven en overheden doen er amper onderzoek naar. Het is cruciaal dat we technieken ontwikkelen om de productieprocessen klimaatneutraal te maken, zeker omdat ze enorm in omvang zullen toenemen. We bouwen de komende veertig jaar elke maand een compleet New York City.

Opvallend is dat Gates in zijn boek vooral aandacht heeft voor het terugdringen van de uitstoot. Hij besteedt maar één hoofdstuk aan noodzakelijke aanpassingen aan de al bestaande opwarming, waaronder vooral de armste mensen lijden, bijvoorbeeld omdat hun leefgebied vaker overstroomt. Terwijl Gates, samen met oud-VN-topman Ban Ki-moon, toch de voorzitter is van de Global Commission on Adaptation. Als de wereld komende tien jaar 1,8 biljoen dollar, circa 0,2 procent van het mondiale bnp, investeert in adaptatie, levert dat 7 biljoen aan baten op, rekende die commissie voor. Zowel economisch als moreel een juiste zet, aldus Gates. ‘Degenen onder ons die het probleem vooral veroorzaakt hebben, moeten de rest van de wereld helpen het te overleven.’

Actieplan

Gates’ betoog in dit boek mondt uit in een actieplan (of beter een prioriteitenlijstje) om in elk geval de rijke, ontwikkelde landen tegen 2050 van de fossiele energie af te krijgen. Het pleidooi van radicale klimaatactivisten als Greta Thunberg om fossiel al per 2030 uit te bannen, noemt Gates een fata morgana. Daarvoor zijn kolen, olie en gas nog te alomtegenwoordig en te goedkoop. ‘Dan moet je zeggen: bouw geen nieuwe woningen meer, ga nooit meer vliegen, zelfs eten zou een probleem worden. Dan maak je de hele economie kapot.’

Wat we wel kunnen doen, aldus Gates, is zorgen dat we vóór 2030 alles in stelling brengen om in 2050 op nul uit te komen. Dat betekent: niet voor de makkelijke tussenstappen gaan (zoals kolen eerst vervangen door gas), maar investeren in echte doorbraken met nieuwe technieken en elektrificering. Zoals Gates zelf doet met zijn investeringen in Direct Air Capture, enorme luchtzuiveraars die CO2 uit de lucht halen.

Concreet betekent dit dat hij zo snel mogelijk een wereldwijd programma voor research en ontwikkeling wil opzetten, met een vervijfvoudiging van de budgetten voor onderzoek naar schone energie – ook voor onderzoek waarvan bij voorbaat niet zeker is of het iets oplevert. Denk aan het Human Genome Project, zegt Gates. Het volledig in kaart brengen van het menselijke dna was ook een gok, maar elke dollar overheidsgeld leverde uiteindelijk 141 dollar aan baten op. Overheden kunnen ook helpen door snel een prijskaartje te hangen aan CO2, want de Green Premiums moeten omlaag, fossiel mag niet meer lonen. En de rijke landen moeten het voortouw nemen. Ook in hun eigen belang: er zijn miljardenmarkten te winnen voor schone energie, staal en cement.

Gates hoopt met zijn plan het debat te beïnvloeden op de (vanwege de coronacrisis uitgestelde) klimaattop van Glasgow, eind dit jaar. Zoals hij in 2015 in Parijs deed met ‘Mission Innovation’ (met de toenmalige presidenten Obama en Hollande). Hij benadrukt in zijn boek hoe cruciaal overheden zijn bij het steunen van innovaties in de kwetsbare beginfase en bij het opschalen van nieuwe toepassingen (voor niet-Amerikaanse lezers een open deur). Overheden moeten dus een actieve rol spelen, zoals Duitsland en Denemarken deden voor zonne- en windenergie. En niet alleen in de makkelijke sectoren, of in de modieuze, zoals ‘groene waterstof’.

Politiek is verder nagenoeg afwezig in zijn boek. Gates zegt weinig over de politieke kanten van de klimaatcrisis, van de destructieve impact van rechts-populisten als Trump en Bolsonaro tot de manier waarop de fossiele sector nog steeds de energietransitie traineert, toch een cruciaal probleem. In het interview met de Europese pers was hij wel kritisch over politici die lippendienst bewijzen aan zero carbon in 2050, maar dat niet vertalen in serieuze financiering van onderzoek en ontwikkeling. ‘Dit laat zien dat de wereld nog steeds geen echt plan heeft. Hoe kan het anders dat ík de grootste investeerder ben in technologie voor CO2-reductie, één iemand, dat is toch idioot?’

‘Rijke man met een mening’

De vraag blijft intussen of we dit boek zouden lezen als het niet geschreven was door Bill Gates. Een techmiljardair die weliswaar kapitalen steekt in schone technologie en op grond daarvan bij wereldleiders aanschuift, maar die nog lang in olie en gas belegde en in privéjets over de wereld vliegt, zelfs naar de klimaattop van Parijs. Moeten we ons iets aantrekken van weer een rijke man die denkt dat technologie voor alles de oplossing is?

Klopt, zegt Gates in zijn inleiding, hij is een ‘rijke man met een mening’, maar het is een onderlegde mening, en hij is inderdaad een ‘technofiel’, maar zonder technologie gaan we die klimaatcrisis zeker niet oplossen. En ja, zijn CO2-voetafdruk is natuurlijk ‘absurd hoog’, maar hij compenseert die ‘meer dan dubbel’.

De Gates-factor wringt vooral op momenten dat zijn eigen belangen een rol spelen, zoals wanneer hij het over de kernreactor van TerraPower heeft. Jammer dat overheden niet meebetalen aan een demonstratiemodel, aldus Gates (‘Ik besef dat dit klinkt als eigenbelang, aangezien ik een hightech nucleair bedrijf bezit’). Het leidt, los van de paranoia van de complotdenkers, toch tot de vraag hoe wenselijk het is dat de technologische oplossingen voor de klimaatcrisis mede bepaald worden door de afwegingen van één man. U weet het antwoord.

null Beeld Hollands Diep
Beeld Hollands Diep

Bill Gates: Hoe we een klimaatramp kunnen vermijden – De oplossingen die er al zijn en de doorbraken die we nodig hebben. Uit het Engels vertaald door Edzard Krol en Ireen Niessen. Hollands Diep; 288 pagina’s; € 21,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden