Bijzondere chemie tussen dirigent Shani en het Rotterdams Philharmonisch

Concert (klassiek) - Bernstein, Gershwin, Weill en Ives

Het vonkt nu al tussen dirigent Lahav Shani en het Rotterdams Philharmonisch. Onder zijn leiding blinken de Rotterdammers uit met risicovol spel.

Lahav Shani. Beeld Marco Borggreve

Lahav Shani (28) mag dan een rijzende ster zijn in de wereld van de klassieke muziek, nog lang niet iedereen kent de naam van de dirigent die vanaf volgend jaar chef is van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Toen de Israëlier woensdagavond in het Concertgebouw het podium werd opgeroepen, werd hij liefst drie keer Shahav Lani genoemd.

Lang zal het niet duren voordat Shani een fenomeen is, bleek tijdens het concert in de serie Robeco Summer Nights. De chemie tussen hem en zijn aanstaande orkest is bijzonder. Shani krijgt de musici achter zich door kunde én spelplezier.

Glibberige klarinetsolo

In de spelersbus van Excelsior waren de Rotterdammers naar Amsterdam afgereisd voor een overwegend Amerikaans programma. Als eerste klonk Charles Ives' Unanswered Question. De concentratie was er nog niet helemaal in het stuk dat draait om conflicterende lagen van strijkers, blazers en solotrompet. Kurt Weills Tweede symfonie (die in 1934 nota bene in première ging in het Concertgebouw) werd met veel drive gebracht.

Maar het was de tweede helft waarin de Rotterdammers echt indruk maakten. Shani dirigeerde een frisse Rhapsody in Blue als solist vanachter de vleugel. Hij permitteerde zich veel vrijheden in zijn tempi en gaf de humor in George Gershwins muziek ruim baan. De glibberige klarinetsolo waarmee het stuk begint, gespeeld door Bruno Bonansea, kon haast niet beter.

Bernstein, Gershwin, Weill en Ives
Klassiek
Rotterdams Philharmonisch Orkest met Lahav Shani (directie en piano)
16 augustus, Concertgebouw, Amsterdam

Leonard Bernsteins Symphonic Dances uit West Side Story, waarmee werd afgesloten, doen een groot beroep op de flexibiliteit van een symfonieorkest; er moet snel geschakeld worden tussen felle ritmes en liefdevolle melodieën. Geen probleem voor het Rotterdams Philharmonisch, waarin ook een heuse latinband blijkt te schuilen. De slagwerkers deden het stuk voor stuk uitmuntend en de zaal moest zich inhouden om niet lekker 'Mambo!' mee te schreeuwen.

Dat het Rotterdams Philharmonisch risico's neemt en op het scherp van de snede speelt, is precies wat het zo'n leuk orkest maakt. Shani weet die eigenschappen te versterken. En dan die verwondering op het gezicht van de jonge dirigent die het allemaal maar voor elkaar krijgt: wat mooi.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.