Bijna satire

0 ERST EVEN EEN paar wetenswaardigheden die we tegenkomen in The Royals, de door Kitty Kelley geschreven geschiedenis van het Huis Windsor....

JAN BLOKKER

Koningin Elizabeth liet zich in de eerste maanden van haar huwelijk kennen als een onverzadigbare erotomane.

Haar moeder (97), die zich nog graag vermaakt met bejaarde homo's, is niet altijd dronken, maar wel bijna altijd aangeschoten.

Haar zuster Margaret haat joden, negers en Amerikanen en heeft daar nooit een geheim van gemaakt.

Haar enigszins ruwgebekte echtenoot Philip zei een keer tegen Britse studenten in Peking: 'Blijf hier niet te lang, anders krijgen jullie allemaal spleetogen.'

Haar oudste zoon Charles bracht de nacht voor hij met Diana trouwde in de armen door van zijn (getrouwde) maîtresse Camilla Parker Bowles.

Haar dochter Anne zou het liefst met een paard zijn getrouwd.

Haar ene schoondochter was een betrekkelijk domme gans die erin slaagde de nog dommere schoonfamilie op het mediaslagveld te verslaan.

Haar andere schoondochter - vanwege haar molligheid ook wel 'the Dutchess of Pork' genoemd - blonk uit in het vertellen van schuine moppen en de consumptie van indukwekkende hoeveelheden alcohol en drugs.

Haar jongste zoon wilde tot verdriet van zijn ouders niet bij de marine, en bleef hangen in wat zijn vader 'smerige nichtenkringen' noemde.

Moeten we het allemaal geloven?

Nee natuurlijk - al kan het best allemaal waar zijn.

Maar in beschaafde milieus wordt in zulke gevallen prijs gesteld op bewijzen, op bronnen, op zegslieden, op ooggetuigen. Wie was er in Althorp bij toen de prinses van Wales met James Hewitt de overspelige liefde bedreef in een 'inpandig zwembad', en wie toen ze het later in Devon nog eens deed, en nu in de tuin van de familie Hewitt? Wie luisterde toen Joan Collins zei dat ze in een koninklijke soap graag de rol van Camilla Parker Bowles zou spelen en het ervoor overhad zch daar lelijk voor te maken?

Wie heeft gezien dat prinses Margaret kettingrokend naar bed ging met Peter Sellers, Mick Jagger en de zoon van de Engelse premier Hume? En welke dokter heeft verklaard dat George VI in 1952 is geëuthaniseerd?

Kitty Kelley heeft het allemaal van horen zeggen, en in negen van de tien gevallen verzwijgt ze de naam van degene die het haar heeft verteld. Met duizend mensen zou ze hebben gepraat (net als toen ze de ongeautoriseerde biografieën schreef van Frank Sinatra, Elizabeth Taylor, Jacqueline Onassis en Nancy Reagan), maar negenhonderd wilden 'om begrijpelije reden' anoniem blijven. Zo was de schrijfster wel verplicht om er oncontroleerbaar op los te kwebbelen, want het alternatief zou geweest zijn: geen boek over de geschiedenis van het Huis Windsor.

Als Kelley iets meer was geweest dan louter een roddeltante, had ze misschien ook een ander alternatief kunnen ontwikkelen - namelijk een boek dat zou hebben gedaan alsof alles was verzonnen.

Je kunt The Royals met een beetje goede wil nu al lezen als het fictieve verhaal van een fictieve (koninklijke) familie, die zich op grond van een malle traditie gedraagt alsof ze boven alle medemensen verheven is - een olympische dynastie als het ware waar men zich, weliswaar aan het aardse oog onttrokken, niettemin aan de alleraardste sentimenten overlevert: passie, wraak, kift, jaloezie, woede, moordzucht en machtsvertoon.

Wat Kelley, geïnspireerd door wat haar over Buckingham Palace zoal ter ore is gekomen, over dat goden- en heldenrijk te vertellen heeft, behelst in 'journalistieke' zin nauwelijks iets nieuws - ze vergroot de verschillende 'feiten' alleen maar uit: een slippertje wordt bij haar een seksuele uitspatting, een glaasje whisky een bacchanaal, een meningsverschil een knetterende ruzie, en een moment van neerslachtigheid een leven vol depressies. Daarmee komt haar geschiedschrijving dicht in de buurt van satire: meer Spitting Images dan wat gewoonlijk onder producten van de pulpindustrie wordt verstaan. En vanuit die fantasie had mevrouw Kelley al schrijvend waarschijnlijk ook kunnen verzinnen dat een klein aanrijdinkje in Parijs een dodelijk auto-ongeluk was geworden.

Maar neen - van dat talent kunnen we haar niet betichten.

De plotselinge dood van de prinses van Wales - nog geen maand voor de The Royals zou worden gelanceerd - heeft haar in feite ernstig in verlegenheid gebracht. Ik las in de Herald Tribune dat de uitgever de presentatie aanvankelijk had willen uitstellen tot januari - 'omdat we niet de schijn wilden wekken te profiteren van een tragedie die ons diep geschokt heeft'.

Zou Kelley de resterende maanden van het jaar dan hebben moeten gebruiken voor een radicale herschrijving van al die hoofdstukken waarin Diana te voorschijn komt als een wat hysterische, maar lepe Assepoester, die beetje voor beetje het hele Instituut om haar vinger windt - ongeacht de boulimia, ongeacht de zelfmoordaanvallen, ongeacht de uitjes in het inpandige zwembad of de tuin? Dan had ze eigenlijk dat hele boek moeten overdoen, want Diana zeilt al vroeg binnen, en blijft tot de laatste bladzijde actief.

Uitgever en schrijfster hebben het dus maar gelaten bij de verschijningsdatum in september en zitten intussen lelijk in hun maag met een boek waarin een sedert 31 augustus ook in Amerika heilig verklaarde jonge dode wordt afgeschilderd als een aangetrouwd familielid dat eigenlijk geen haar beter was dan de rest van de firma. En zonder te kunnen beseffen dat hij in Westminster Abbey nota bene nog de tenhemelopneming zou bezingen, typeerde Kelley de popzanger Elton John als een enge aansteller ('met paarse bril en een paardenstaart'), waarboven mensen met koninklijk bloed zich ver verheven moesten voelen: deel van het vulgus profanum dat natuurlijk nooit zo hoog had mogen stijgen.

Time Warner was al te ver met de productie om er nog iets aan te kunnen doen. De uitgever van de (als de gesmeerde bliksem persklaar gemaakte) Nederlandse vertaling bedacht iets slims: men vroeg Kelley om een 'naschrift', dat vervolgens voor in het boek werd afgedrukt als een vroom in memoriam. Waar Diana in het manuscript nog werd aangeduid als onder andere 'triviaal, oppervlakkig en stokebranderig', werd ze in het naschrift alsnog herijkt als iemand die 'licht bracht in elke kamer die ze betrad', en: 'wanneer zij een hand toestak, was die van goud'.

En dezelfde Nederlandse uitgever - kennelijk minder beducht voor de schijn dat hij zou willen profiteren van een tragedie - viespelde nog snel even een banderolletje in mekaar waarop we, als op een bidprentje, de beeltenis van Sancta Diana nog twee keer zien afgedrukt.

Aan haaien geen gebrek in de boekenwereld.

Jan Blokker

Kitty Kelley: Het Britse koningshuis - Opkomst en ondergang van de Windsors.

Luitingh-Sijthoff; 608 pagina's; ¿ 49,90.

ISBN 90 245 0903 3.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden