Bespreking

Bijna niemand kent deze Nederlandse Poolheld

Met negen honden en een slee probeerde een poolreiziger uit Tilburg in de jaren twintig de opvarenden van een neergestorte zeppelin te redden. Toch weten weinig Nederlanders nog wie hij is. Vorige week verscheen het boek Sjef van Dongen, Nederlandse Poolheld.

Cover van Sjef van Dongen, Nederlandse Poolheld Beeld
Cover van Sjef van Dongen, Nederlandse PoolheldBeeld

De opmaat tot het heldendom schuilt in een brief die hij op 28 februari 1928 vanuit Spitsbergen naar zijn ouders schrijft. 'Nu hebben we Godzijdank de zon weer. Gisteren kregen we ze voor het eerst te zien. Nu is het weer spoedig dag en nacht licht. Deze zomer komt hier een Italiaans luchtschip, dat naar de pool gaat. In Kingsbay is een luchtschiphal.'

Sjef van Dongen, een jongeman van 21 uit Tilburg, verblijft dan al 4,5 jaar in Barentsburg, een rommelige mijnwerkersnederzetting aan de Green Harbour. Eerst werkte hij er als kantoorbediende voor de mijnmaatschappij Nespico (Nederlandsche Spitsbergen Compagnie). Met zijn moeder en twee broers en twee zussen was hij in 1923 zijn vader nagereisd. Die was er magazijnmeester en had een betrekking voor hem geregeld.

Sinds de winter van 1926/1927 zit hij er nagenoeg in z'n eentje, als wachtman. Het gezin is teruggegaan naar Nederland. Nespico had de pogingen steenkool te winnen gestaakt. De prijzen waren ingestort, de transportkosten te hoog. Sjef heeft nu als opdracht het bewaken en onderhouden van de installaties, samen met een handjevol Noren en Duitsers. Hij vecht tegen heimwee en verveling in de donkerte en de vrieskou van de poolnacht. Uit zijn brieven: 'Het dorp is totaal doods en verlaten'... 'Het is hier bijzonder stil en saai.' Er wordt stevig gezopen tegen de ledigheid. Sjef traint sledehonden om de tijd te doden.

Hij weet nog niet dat de komst van de zeppelin Italia een eind zal maken aan zijn kleurloze bestaan tussen de 77ste en 81ste noorderbreedtegraad. Het is het luchtschip van Umberto Nobile. Deze poolreiziger en luchtvaartingenieur wil eind mei met de zegen van paus Pius XI landen op de Noordpool - een nooit eerder vertoond kunststukje.

Het luchtschip Italia van Umberto Nobile. Beeld Øberg, Aasmund/Svalbard Museum
Het luchtschip Italia van Umberto Nobile.Beeld Øberg, Aasmund/Svalbard Museum

Hoewel hij nu onbekend is, zou Sjef van Dongen, in mei 1928 nog held in wording, decennia later nog met ruime tussenpozen aandacht krijgen. Hij was in oktober 1957 de eerste gast van het tv-programma Anders dan anderen. Het VPRO-radioprogramma OVT wijdde in 2008 twee uitzendingen aan hem. Dat jaar was op een tentoonstelling in het Zeeuws Maritiem Museum Vlissingen over poolgebieden plek voor hem ingeruimd. Sinds de nabestaanden zijn documentatie hebben overgedragen aan het Zeeuws Archief brandt ook nu het zoeklicht weer volop. Filmmaker Frans Mouws maakte in 2014 de documentaire De vergeten held, Sjef van Dongen. Eind vorige week verscheen het boek Sjef van Dongen, Nederlandse Poolheld van Michelle van Dijk, zelf gids, expeditieleider en campingeigenaar op Spitsbergen. Begin volgend jaar wordt het boek Terug uit de witte hel van Adwin de Kluyver verwacht - hij is de maker van het radioprogramma.

In mei 1928 gaat het mis met de missie van poolreiziger Nobile. Als gevolg van het slechte weer kan van een landing geen sprake zijn. De bemanningsleden werpen de Italiaanse vlag naar beneden en - op eerder verzoek van de paus - een reusachtig kruis. Op de terugweg, op 25 mei, verongelukt de Italia. De motor hapert en het gevaarte begint te dalen. De zeppelin raakt het ijs, de commandogondel scheurt los en de ballon, met nog zes inzittenden in een ander verblijf, schiet weer omhoog en vliegt verderop in brand. Nobile en het resterende deel van de bemanning blijven gehavend en ontredderd achter op het pakijs, in de buurt van Foyneiland.

Gennaro Sora (links) en Sjef van Dongen in 1928. Samen zochten ze naar overlevenden van de zeppelin Italia. Beeld Zeeuws Archief, Verzameling Sjef van Dongen
Gennaro Sora (links) en Sjef van Dongen in 1928. Samen zochten ze naar overlevenden van de zeppelin Italia.Beeld Zeeuws Archief, Verzameling Sjef van Dongen

Dan komt Sjef van Dongen, inmiddels 22 jaar, in beeld. Als hondenmenner met slee wordt zijn hulp ingeroepen. Hij zou het wereldnieuws halen. Op 13 juni, vlak voor het begin van de reddingsoperatie, voelt hij het kennelijk al aankomen. Hij schrijft: 'Zeg pa, stuur me geregeld de couranten, waar onze expeditie in komt.'

Wie naar sporen zoekt in Van Dongens laatste woonplaats Aardenburg moet wat ingewijd zijn. Ja, het sportpark draagt zijn naam, hij was er na de oorlog burgemeester, maar de verbintenis wortelt ook in 1928: hij heeft de aanleg deels zelf betaald, 13 duizend gulden, uit de opbrengst van lezingen. De tennisvereniging heet niet toevallig Sjef, Steeds Jong en Fit. En er prijkt een opvallend begrip boven de voordeur van een woning: Svalbard. Noren duiden er Spitsbergen mee aan. Hier woont zijn zoon, Sjef van Dongen jr. (78). Het opschrift zat eerst op de ouderlijke woning, maar staat nu op de eigen voorpui. Gidsen die bezoekers rondleiden in het stadje houden er weleens halt en als voorbijgangers hem ernaar vragen, doet junior met alle liefde nog eens het verhaal.

Sjef van Dongen gaat op 18 juni 1928 met negen honden en een slede, bijeengehouden door riemen en touwen, op zoek naar Nobile, die een noodsignaal heeft uitgezonden: 'SOS Italia Generale Nobile Isola Foyn.' Van Dongen heeft gezelschap van een ervaren Italiaanse alpenjager, kapitein Gennaro Sora, en een Deense ingenieur, Ludvig Varming. Ze hebben als voedsel vooral pemmikan bij zich, een mengsel van vet en proteïnen, en cacaodrank. Van Dongen maakt deel uit van een zoektocht die in het poolgebied nog altijd zijn weerga niet kent: 16 schepen, 23 vliegtuigen en 1.400 personen speuren naar de tent waarin de luchtschipbreukelingen proberen te overleven. Koekjesfabrikant Liga stuurt tienduizend Ho-Ha beschuiten.

De eerste dagen legt de hondenslee van Van Dongen een enorme afstand oostwaarts af, meer dan 200 kilometer in twee dagen, er wordt elke dag 19 uur gelopen. Er is wel een eerste tegenslag. Varming moet terug: hij is sneeuwblind geraakt. Van Dongen noteert optimistisch in zijn dagboek: 'Nog twee dagen reizen en we hebben Nobile.'

Umberto Nobile in 1926. Hij is de initiatiefnemer van de poolexpeditie met zeppelin Italia. Beeld
Umberto Nobile in 1926. Hij is de initiatiefnemer van de poolexpeditie met zeppelin Italia.Beeld

Nog Arctischer dan Dodenrit

Maar dan gaat de vaart er dramatisch uit. Het weer slaat om. Het pakijs tussen Kaap Bruun en het Schübelereiland is nagenoeg onbegaanbaar. Ze maken de slee lichter door proviand achter te laten. Van Dongen en Sora zetten de honden één voor één over van schots na schots, in een geïmproviseerd vaartuig van gummiblazen en houten latjes. Ze trekken de slee dikwijls zelf verder, ze waden geregeld tot het middel in het ijskoude water. Onder de kletsnatte jassen ontstaan blaren op de schouders. Sora gaat met zijn ski's aan een keer helemaal kopje onder, maar wordt door Van Dongen opgevist.

Het wordt uiteindelijk een nog Arctischer versie van de toch al vrieskoude Dodenrit van Drs. P.: één voor één gaan de honden eraan. Eerst sterven Prins en Bruno, uitgeput. Bij het Broch-eiland legt Polle het loodje. Vigo bezwijkt een dag later. Sora schiet vervolgens Hans dood, diens kadaver dient als voer voor de andere honden. Op 4 juli zetten ze gesloopt voet aan wal op Foyn. Bernard wordt geslacht, dit keer is het vlees voor de kapitein en de menner zelf. Enkele dagen later zetten ze de tanden in de gekookte resten van Tiger.

Dan hebben ze hun grootste teleurstelling al moeten incasseren. Op 8 juli gingen ze het pakijs oostelijk van Foyn op, naar de plek waar Nobile op zijn redding zou wachten. Van Dongen schrijft later in zijn boek Vijf jaar in sneeuw en ijs: 'Daar stonden we dan, in de Witte Hel, zoover als we zien konden was er niets dan sneeuw en dansende, tegen elkaar stootende ijskoppen (...) Uitgehongerd, afgemat en daarbij kletsnat.' Van Umberto Nobile geen spoor. Ze keren ontmoedigd terug naar Foyn.

Aan tafel in Aardenburg ging het zelden over die vier helse weken in de zomer van 1928. Meer nooit dan weleens, zegt Sjef van Dongen jr. Zijn vader had het boek na een royaal onthaal in eigen land wel zo'n beetje afgesloten. Hij was in de oorlog commandant geweest in een lokale afdeling van de Ordedienst, hij was burgemeester geworden, lid van Provinciale Staten en Tweede Kamerlid voor de KVP; voor zijn zoon was zijn vader de man die op zondag het vlees kwam snijden.

Maar nu hij erover nadenkt, herinnerde nog wel meer aan het verblijf op Spitsbergen dan alleen de letters Svalbard aan de gevel. Telkens een lapje op het oog als de lucht scherp was - hij was aan één oog sneeuwblind geraakt. Er heeft lang een opgezette zwarte panter in huis gestaan, een geschenk van een Egyptische prinses, die als toerist op de eilanden verbleef en wel gecharmeerd was van die lange jongeling met donkere krullen.

Alles apperbest

Het was de Russische ijsbreker Krassin die enkele dagen later de overlevenden van de Italia zou oppikken. In de zeven weken waarin de generaal en de zijnen op hun redding wachtten, waren ze wat afgedreven. Ook de kaarten met hun positie bleken onnauwkeurig.

De Italiaanse kapitein en de Hollandse hondenmenner worden door twee watervliegtuigjes opgehaald. De dodenrit wordt voltooid: de honden Izaak en Nero blijven achter op het ijs.

Sjef stuurt op 13 juli een telegram naar zijn ouders in Arnhem. 'Alles apperbest, viel grueten, Sjef.' Dat moet een opluchting zijn geweest. Dagen eerder was er al in kranten gespeculeerd over zijn dood in het ijs. Een verslaggever van het Rotterdamse blad Het leven is hem tegemoet gereisd en ontmoet hem in Bergen, Noorwegen. Hij noteert: 'In de poolzon op 't schitterend-flakkerend ijs van de Poolzon is hij tot brons gebruind, maar 't staat hem goed onder den ietwat-gekroesden zwarte kop.'

Amundsen

De zoektocht naar Umberto Nobile in 1928, waaraan Sjef van Dongen deelnam, kostte het leven aan een wereldberoemde ontdekkingsreiziger: X Roald Amundsen. De Noor, die in 1911 als eerste de Zuidpool had bereikt, was na het neerstorten van het luchtschip Italia te hulp geschoten. Amundsen en Nobile kenden elkaar. De Noor was twee jaar eerder met de zeppelin de Norge als eerste over de Noordpool gevlogen en ­Nobile zat aan boord, het luchtschip was zijn ontwerp. Het vliegtuig waarmee Amundsen deelnam aan de reddingsoperatie van de Italiaan, stortte op 18 juni 1928 in de Noordelijke IJszee.
Zijn lichaam en die van de vijf andere inzittenden zijn nooit teruggevonden.

Hij krijgt die augustusmaand een uitbundig onthaal. Er was, blikt zijn zoon terug, misschien wel behoefte aan een held buiten de sport, na de successen van Nederlandse deelnemers op de Olympische Spelen dat jaar in Amsterdam. Duizenden mensen wachten hem op in Arnhem, waar hij met de trein aankomt. Hij wordt koninklijk onderscheiden. Jaren later volgt Italiaans en pauselijk eerbetoon. Er wordt een mars voor hem gecomponeerd, een nieuwe pepermunt krijgt zijn naam. In 1929 verschijnt zijn Vijf jaar in sneeuw en ijs, gevolgd door een voor de jeugd aangepaste versie: Een Hollandsche jongen in het hooge noorden.

Na zijn mars door de lokale, provinciale en landelijke politiek overlijdt Sjef van Dongen op 15 maart 1973 in Vlissingen, 66 jaar oud. Volgens Sjef van Dongen jr. hebben de vier weken in de witte hel zijn vader gevormd. 'Als iemand met een probleem zat, dacht hij altijd meteen aan een oplossing.' Misschien is deze herinnering aan toen, bedenkt hij nu, wel het veelzeggendst: er waren thuis altijd honden geweest, een airedale terriër, een Duitse herder, een poedel en ze droegen steevast namen van de gestorven husky's, Prins, Tiger - Sjef van Dongen had ook zijn eigen helden.

Michelle van Dijk, Sjef van Dongen, Nederlandse Poolheld.
Uitgeverij LecturaCultura, 19,99 euro.

De film De vergeten held, Sjef van Dongen is begin 2016 online te zien.

Roald Amundsen. Beeld National Library of Norway
Roald Amundsen.Beeld National Library of Norway
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden