Bijlmertories: Het leven begon in de elastieken bus

De verhalen die de Surinaamse bewoners in de Bijlmer elkaar vertellen, heten Bijlmertories. Op inspraakavonden, in brieven of bij het noodgedwongen afscheid van de planoloog Martin Mulder, waar de bestuurders verstek lieten gaan....

Een Chinese man uit Indonesië vertelde over zijn correspondentie met een vriend in zijn geboorteland, die wel eens wat gelezen had over de Bijlmer en wilde weten hoe het nou leefde in de meest besproken woonwijk van Nederland.

'We wonen in een huis van steen', had hij zijn verre vriend geschreven. 'Het huis is niet alleen van steen, het is van beton. En niet alleen van beton, het huis is van gewapend beton. Maak je over ons geen zorgen.'

En de veiligheid dan, had de vriend in zijn volgende brief gevraagd?

'We wonen nou tien jaar in de Bijlmer. Ik ben beroofd. Niet alleen ik. Ook vrienden van mij. Die vrienden zeiden: je moet het aangeven, de politie alles vertellen. Hoe ze ons hebben overvallen. En hoe wij gevochten hebben. Wij geven ons niet zomaar over. Mijn vrouw heeft ook gevochten bij de roofoverval. Als je het niet aangeeft verandert er nooit wat, zeiden die vrienden. Nu is een persoon op de flat belast met de veiligheid. Sinds die tijd hebben we geen last meer van roofovervallen.'

En dat van dat vuilnis gooien van zoveel hoog over het balkon naar beneden, was dat dan niet erg?

'Zo een iemand hadden wij ook boven ons. Mevrouw Arts, mevrouw Swannie Arts zei dat we daar iets van moesten zeggen tegen die persoon. Dat we dat niet fatsoenlijk vinden. Daar hebben we een keer wat van gezegd tegen die persoon. Toen heeft hij met witte verf naar beneden gegooid. Een blikje witte verf. Op mijn mantel.'

Een ander verhaal op diezelfde decemberavond voor inspraak van Bijlmerbewoners over het plan voor rigoureuze vernieuwing van de K-buurt. Van een mevrouw die zichzelf kenbaar maakte als 'Oma'. Ze vertelde over junkies in haar trapopgang en hoe die te 'tackelen' (een veelgebruikt woord in de Bijlmer).

'Ik vraag: wil je weggaan?'

'Waarom? vraagt hij.'

'Dat wil ik graag, zeg ik.'

'Is goed, zegt hij dan.'

'Maar dan gaat de junkie nog niet weg, en jij moet ook blijven staan en zeggen: Ik wil ook graag dat je je rommel opruimt.'

'Is goed, zegt hij.'

'Als je dan doorloopt, doet de junkie een keer de buitendeur open en dicht en blijft gewoon waar hij is. Dus je moet op de trap blijven staan.'

'Oh, u kijkt, zegt hij dan.'

'Ja, net zo lang tot je weg bent.'

'En dan gaat hij weg.'

Buiten de raadzaal waar de hoorzitting plaatsvond, klonk een herrie van jewelste. Joesoe Maatrijk voerde in de wandelgangen het daverende woord. Als hij het op zijn heupen heeft is Joesoe een voordrachtskunstenaar als wijlen de acteur Albert van Dalsum. Een bode kwam op de jool en het gekeet af en riep: Hé Joesoe, we kunnen je tot op de vijfde etage horen. 'Nou, mooi man', zei Joesoe. 'Ik zeg het je, dan is het zeker dat ik nog leef, man.'

Of 'Oma' en die Chinese meneer zich nou voor of tegen het vernieuwingsplan van hun Bijlmer hoogbouw verklaarden, bleef gissen. De teneur van hun inspraakbijdrage was dat je de onhebbelijkheden niet zomaar over je heen hoefde laten komen.

Anders was het gesteld met die van de heer Strutjens uit de te slopen flat Koningshoef. Hij was langdurig in Afrika geweest, vertelde hij, dus kende hij de zwarte medemens. 'Ik heb geen teevee, ik heb geen auto, ik heb geen horloge. Al die dingen heb ik niet nodig, want ik heb negenduizend boeken in mijn flatwoning. Ik studeer. Honderd mensen heb ik gesproken over het plan van aanpak van de K-buurt. Bijna allemaal zwarten. En alle allochtonen vinden het verschrikkelijk. Ik ben 72 jaar, en ik sterf liever dan me als slappeling onder de wals te laten rijden. Ik raap altijd papiertjes op rondom de flat. Een Marokkaan die mij zo bezig zag zei tegen mij: Wat u doet, Allah goed vinden. Ja, zei ik, we moeten de wereld mooi maken. Ik heb één mooie droom gehad. Een stem die zei: de afbraak gaat niet door. Wat heb ik die nacht heerlijk geslapen.'

Martin Mulder nam afscheid als directeur van het Projectbureau Vernieuwing Bijlmermeer. Met pijn in het hart. Weliswaar kan hij per 1 januari in Almere beginnen als projectleider van het nieuw te bouwen stadscentrum in deze onvoltooide polderstad, naar een masterplan van Rem Koolhaas. Maar hij wou niet weg uit de Bijlmer. Hij moest weg. Op gezag van Ronald Janssen, de voorzitter van het stadsdeelbestuur. Hij had te vaak te onverbloemd - calvinist als hij is - van mening verschild met de bestuurlijk machtigste man van Amsterdam-Zuidoost.

Mulder stond een integrale vernieuwing van de Bijlmer voor, met de ruimtelijke tegelijkertijd een sociaal-economische en bestuurlijke wedergeboorte. Burgemeester Janssen wilde eerst verbouwen - vandaar de betiteling 'betonblok' voor Janssen en zijn wethouders - en daarna het andere. Martin Mulder legde het loodje in het verbitterde conflict. Hij wenste daarom geen obligate afscheidsreceptie, met kans op hypocriete handjes en plichtmatige toespraakjes. Het werd in de 'vernieuwingslocatie' van Ganzenhoef een bijeenkomst met 'Bijlmertories', de Surinaamse aanduiding voor Verhalen uit de Bijlmer. En niet een van de Bijlmer-beroepsbestuurders was er bij aanwezig.

Lucien Lafour, architect van een deel van de nieuwe Bijlmer laagbouwwijk Het Gulden Kruis, had zijn torie 'Allochtoon in de tropen' genoemd.

Hij was geboren in Amsterdam-West, vertelde hij, uit een Surinaamse vader, een door de paters in Suriname opgevoed weeskind, en een Noord-Hollandse moeder, dochter van een hereboer te Purmerend. Ouders van elf kinderen uiteindelijk.

'Voordat ik op mijn negenentwintigste voor het eerst naar Suriname ging, had ik al een heel leven meegemaakt. Op de kleuterschool mocht ik van mijn vader niet bidden voor de Jantjes in de Oost. Die maakten zwarte mensen mensen dood. En de bidprentjes van soldaten met palmbomen op de achtergrond werden me afgenomen. Bij het Van Heutsz-monument mochten we niet zwemmen, wat knap lastig was, want geld voor het zwembad was altijd maal veel kinderen.

'Op een nacht werden we wakker gemaakt door mijn vader. Hij had het laatste nieuws gehoord: Indonesië was onafhankelijk. Even over twaalf wapperde er een geïmproviseerde Indonesische vlag uit ons raam. Ik was toen zeven. De volgende dag voelde ik de ogen van de buren in mijn rug prikken. De zonen van die moeders of de liefjes van hun dochters zaten daar, aan de andere kant van de oceaan. Mischien was het mijn eerste besef van dubbelzinnigheid.

'Bij ons thuis kwamen veel Surinamers. De eerste studerenden. Meester Eddie Bruma, Eugène Gessel, Hein Eersel, Otto Sterman. Meneer Winter die in die tijd een hoge functie bij De Nederlandsche Bank bekleedde, en die ons vaak tot voorbeeld gesteld werd. Bisschop Zichem, Beri Herder, Eddie Faithfull, Prins Caja. Mijn vader deed kersttoneelstukjes met de jongens van de Cotton Club. Kid Dynamite, de heer Parisius, saxofonist in Casablanca, was een boezemvriend van mijn vader. Meneer Hidalgo en tante Bep uit Rotterdam kwam zo af en toe bij ons de straat inrijden in hun open Chevrolet Impala. Als uit een film. In een prachtig plat Rotterdams accent zei tante Bep dat ze haar kind kwam ophalen, mijn oudste broer, die geestelijk zwak begaafd was.

'We zagen de Harlem Globetrotters in het Olympisch Stadion en het Nederlands Elftal met Piet Kraak tegen Batavoco in het Ajax-stadion. Batavoco won met 9-1. De Brazilianen voetbalden op hun blote voeten en één minuut voor het einde van de wedstrijd ging de keeper naast het doel staan uit beleefdheid voor het gastland. Show en Zuid-Amerikaanse dubbelzinnigheid ten top.

'Feesten waren er, als iemand afgestudeerd was bijvoorbeeld, in De Brakke Grond, Krasnapolsky en het Minerva-paviljoen. Wij kinderen traden in het voorprogramma op, waarna het nachtelijk feest volgde met Zuid-Amerikaanse muziek en mijn broertje en ik vanaf het balkon naar de prachtig dansende menigte keken. Samen met mijn vader zagen we Ella en Lionel Hampton, Errol Garner, Louis Armstrong, Duke Ellington in het Concertgebouw. Later ging ik op m'n eentje en hoorde avant garde-kunstenaars als John Coltrane, Charles Mingues, Eric Dolphy, Art Blakey, Ornett Coleman.

'In 1969 ging ik bij mijn broer in Suriname op vakantie en zag de wereld waarin ik opgegroeid ben in het echt. Een jaar later vestigde ik me met mijn gezin in Paramaribo met de wens om veel mooie, liefdevolle woningbouw te maken. Alles was nieuw voor me, ik hield de adem in.

'De Donnie-bus, een omgebouwde bestelwagen voor 16 personen met klapbankjes in het middenpad, noemde ik al snel de elastieken bus. Want als je goed telde zaten er niet 16 maar 32 mensen in. Ik maakte kennis met het buurthuis Winawi, waar mijn vader, toen hij gepensioneerd was, een boksschool had. In Winawi werd drie avonden per week gedanst.

'Daar in Winawi en in de elastieken bus is mijn nieuwe leven begonnen. Daar heb ik opnieuw leren dansen en geleerd wat lijfelijkheid is. Aanraken is niet vies. Of toch wel? Tien jaar heb ik erover gedaan te begrijpen wat dubbelzinnigheid is. Want zwemmen met je onderbroek onder je badpak en de manier van dansen staan haaks op elkaar. Net als onderscheid maken naar kleur en haarsoort. Of als je kritiek hebt, dat je dan typisch een Hollander bent.

'Tien jaar heb ik erover gedaan de Creoolse kant van mijn vader te leren kennen: de blijdschap, de burgerlijkheid, het naïeve, het spontane, het wereldse, het deftige, het religieuze en het etnisch-religieuze.

'Het is de meest dubbelzinnige wereld die ik ken. Ik hou zielsveel van Suriname.'

Museum De Lakenhal heeft de openingstijden tijdens het weekeinde verruimd in verband met de overzichtsexpositie van werk van Jan van Goyen (1596-1656). Tot en met 13 januari is het museum op zaterdag en zondag van 11 tot 18 uur open.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.