Oog voor detailBleke huid

Bij zwart koord wordt witte huid nog witter

Beeld Tate

Je ziet het pas goed van dichtbij. Wieteke van Zeil over opmerkelijke en veelbetekenende bijzaken in de beeldende kunst. Deze week: huid.

Ik zat vroeger op school met een jonge vrouw die altijd de kleur van haar kleding aanpaste aan haar haar. Dat valt niet meteen op, maar het zorgt er wel voor dát je haar opmerkt. Haar haar was diep, natuurlijk rood, tussen gember en kastanje in. Of ze nou bruin droeg of groen, roze of oker, alles leek afgestemd op die golvende bos. Dat het allemaal klopt, is voor de meeste mensen geen uitgangspunt als ze voor de spiegel staan. En prima zo, je moet vooral aantrekken wat je wilt. Maar het valt wel op, als kleuren en stoffen passen. De opmerkzaamheid van je omgeving verdubbelt ervan. Net dezelfde kleur jas als broek, net een tas die bij de sjaal en jas past. Je wordt er zichtbaar mee op een beheerste, chique manier. Ik word er blij van als ik vrouwen dat zie doen, benadrukt of onbenadrukt. En bij mannen net zo trouwens, vooral extra punten voor een passende jas.

Beeld Tate

Marcus Gheeraerts

Portret van een vrouw in het rood

1620

Olieverf op paneel

114 x 90 cm

Tate Britain Londen

In de 16de eeuw schikten ze niet alleen kleuren en stoffen bij elkaar, of bij het haar, maar ook bij de huid. De overtreffende trap van ‘alles kloppend’ maken. Die huid moest zo bleek mogelijk zijn, wat racistisch klinkt, en dat was de samenleving toen ook, maar daar ging het hierbij niet om. Een witte huid was een teken van luxe; je hoefde niet te werken, en al helemaal niet buiten te zwoegen onder de zon. En een witte huid had in Engeland status, omdat de koningin die had. Elizabeth I had rood haar, een porseleinwitte huid en stiftte haar lippen met een rood pigment gemaakt van kwiksulfide. 

Elizabeth I, ‘The Darnley Portrait’, circa 1575Beeld National Portrait Gallery Londen

Haar invloed op rijke vrouwen was gigantisch. Het liep zelfs uit de hand; aan het eind van haar leven had zoetigheid haar gebit aangetast, en gingen sommige vrouwen hun tanden zwart maken om op haar te lijken. Haar huid maakte ze wit met Venetiaanse ceruse, een stikgiftig loodpoeder, gemaakt van lood en azijn. 

De huid moest niet alleen in het gezicht wit zijn, ook op het decolleté en de armen, en om dat te benadrukken schilderden de dames er nep-aderen op. Kijk hoe delicaat en doorzichtig! Ik werd erop gewezen dat er nog een andere manier was om de huid te benadrukken: zwart koord, zoals hier bij deze ‘onbekende vrouw in rood’. Of zwarte linten, zoals om haar andere pols. Dat stak lekker af tegen de porseleinhuid. Zoals ze in de 17de eeuw deden met een mouche, zo’n zwarte vlek in het gezicht (zie Oopjen van Rembrandt), zo deden ze dat in 16de en 17de eeuws Engeland met linten en koorden. 

Detail uit Portret van Oopjen Coppit, 1634, Rembrandt. RijksmuseumBeeld Rijksmuseum Amsterdam

Dit detail vind ik zo’n lief voorbeeld. Ze legt de hand met koord op haar hoogzwangere buik – in deze periode was het hip om je héél zwanger te laten vereeuwigen. Misschien is de ring een herinnering aan een dierbare. En je ziet meteen hoe ze met sieraden omgingen; ringen werden vaak aan koorden gehangen (ook om Oopjens nek, trouwens). In mijn eentje had ik nooit bedacht dat dat koord bedoeld was om de huid zichtbaarder te maken. Maar je merkt het wel op, al is het onbewust. Net als bij de jonge vrouw in rood op mijn school.

Detail uit ‘Portret van Lady Elizabeth Grey’, 1619, Tate BritainBeeld Tate Britain Londen

Volg Wieteke van Zeil op Instagram: @artpophistory

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden