Bij Wunderbaum wordt de soep zeer heet gegeten

Hoe goed kan een mens zijn? Waar ligt de grens? Soms sluit je jezelf af, en soms dreig je jezelf in je goedertierenheid weg te geven....

Twee zieke asielzoekers die je in huis hebt genomen je eigen bed aanbieden, gaat dat te ver? De jonge vrouw die dat aanbod doet, krijgt het finaal voor haar kiezen. Van haar huisgenoot die met het nodige voorbehoud is meegegaan in haar plan een groep asielzoekers hun tuin aan te bieden.

Daar zitten ze dan. We zien ze door de ramen en het beeld is onvergetelijk. Een man en een vrouw, een gezin met een kindje, nog een stug echtpaar en twee jongens uit Afrika. Ze kijken naar hun weldoeners die koekjes bakken in hun warme keuken. Zij krijgen soep, vieze soep vinden ze, en langzamerhand eigenen ze zich steeds meer ruimte toe.

Ze rukken op naar de keuken, maken muziek, dansen en ruziën over zaken die er in deze omgeving totaal niet toe doen. Kwaad zijn ze, ongericht, want de tegenstanders op wie die woede is gericht, zijn er niet meer. Dan maar schreeuwen tegen hun goede gevers. Die ook niet meer weten wat ze moeten doen.

Het is een onoplosbaar dilemma en Wunderbaum, de groep die onlangs nog Jonghollandia heette, kaart dat dilemma aan in Welcome in my backyard. Hoe bevlogen en betrokken dit viertal is, was al te zien in eerdere producties over eenzaamheid, armoe en feilen in de politiek. Het gaat ze niet alleen om tekst, de handeling is even belangrijk: eten koken, rondlopen, kijken, soms zegt een blik al genoeg. In die zin heeft de productie veel weg van het theater van Alain Platel.

En al is het emotionele appel minder groot, de vraag die ze stellen doet ertoe. Hoe ga je als rechtgeaarde Nederlander om met het besef dat dit beschaafde land vluchtelingen in de nacht het land uitzet, geboeid en wel? De twee Afrikanen van Wunderbaum worden afgevoerd met een afkoopsom om een nieuwe toekomst mogelijk te maken die hen daarginds onmiddellijk weer wordt afgenomen. Het is zelfs de vraag of ze het er levend afbrengen.

Wunderbaum zet je op zijn minst aan het denken. Daarnaast is er humor en herkenning. In de nieuwkomers, wankelend tussen woede en angst, maar ook in de bewoners: op verschillende manieren uiten ze hun compassie. De ene gaat wulps en nieuwsgierig op elke vreemdeling af. Een ander heeft geen eigen mening, maar is gevoelig en doet wat hij kan. Op zijn tijd gaat hij mee met de jonge vrouw die zichzelf verliest in hulpvaardigheid .

En dan nummer vier, een jongen die ervan overtuigd is dat zijn hulp niets uitricht. Hij zet de zaak op scherp en tot het uiterste getergd, roept hij tenslotte: 'Ze moeten weg!' Maar ze gaan voorlopig niet weg. Waar moeten ze heen? Een oplossing biedt de voorstelling niet.

Wel is er Moldavische accordeonist die met wondermooi spel lucht geeft in deze benauwenis. Eten en muziek verbroederen, in welke ellende dan ook.


Van 15 t/m 18 juni in Fort De Bilt (rotonde Berekuil) in Utrecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden