Udo en Therese thuis in Zeist.

Interview Therese Paul en Udo Hasewinkel

Bij Udo en Therese in Zeist wordt er grenzeloos gekookt: 'We eten zelden aardappelen-groenten-vlees’

Udo en Therese thuis in Zeist. Foto Ivo van der Bent

Vlogger Jonneke de Zeeuw onderzoekt de Nederlandse eetcultuur, die intrinsiek internationaal is. Hoe die beïnvloeding werkt, zie je het leukst bij de mensen thuis. Voorbeeld: Udo en Therese.

Als er één gerecht is dat symbool staat voor het huwelijk tussen Udo Hasewinkel (64) en Therese Paul (63) dan is het hun Caribische kerststol. Udo, Nederlander met Duits bloed, bracht de stol in. Zijn Haïtiaanse vrouw Therese leverde de tropische touch in de vorm van kokos, gember, banaan en tuttifrutti. Exotisch detail: hun fusion-gebak ontstond in Zimbabwe. ‘In de jaren tachtig heb ik een paar jaar in Zimbabwe gewerkt als verpleegkundige’, zegt Udo. ‘We kregen weleens tijdschriften toegestuurd uit Nederland en daarin vond ik een recept voor een kerststol. Dat was het begin. We hebben er onze eigen draai aan gegeven. We maken hem elk jaar.’

Nog geen tien minuten zijn we thuis bij het stel in een Zeister nieuwbouwwijk of Therese heeft de tuintafel volgebouwd met eten: twee soorten empanadas, kipkluifjes, gehaktballetjes, koolsalade. Gewoonte uit haar geboorteland, waar je gasten bij voorkeur verwelkomt met voedsel. Een dressing met loeihete Madame Jeanette-peper wordt los bijgeleverd zodat de Nederlandse smaakpapillen niet na één hap al total loss zijn.

De in Haïti geboren Therese is een van de geportretteerden in de nieuwe serie van foodblogger Mooncake (Jonneke de Zeeuw) op volkskrant.nl/video, over buitenlandse invloeden op de Nederlandse eetcultuur. Echtgenoot Udo komt in het filmpje niet aan het woord, maar uitgerekend hij blijkt in veel opzichten de fusionkeuken te vertegenwoordigen in huize Hasewinkel. Udo maakte als kind al kennis met de wereldkeuken, terwijl de meeste Nederlanders voor uitheems eten waren aangewezen op surrogaatsmaken uit zakjes en doosjes. Vader en grootvader zijn geboren in Suriname. ‘Het kerkgenootschap waarbij we zijn aangesloten, de Evangelische Broedergemeente, doet daar vanouds veel zendingswerk. Op het jaarlijkse zendingsfeest was er altijd roti, nasi en moksi alesi. Ik ben nog steeds dol op broodjes bakkeljauw. Die krijgen we nu weleens van onze buren, Javaanse Surinamers.’

Nieuwe smaken

Zijn Duitse moeder maakte zich de Nederlandse keuken eigen, maar bracht een paar Duitse tradities mee. ‘Met kerst bak ik nog steeds grote hoeveelheden koekjes.’ Het is makkelijker om onbekend voedsel te adopteren, zegt hij, als je het van kinds af krijgt voorgeschoteld. ‘Ik ben altijd nieuwsgierig naar nieuwe smaken. Tijdens een vakantie in Thailand heb ik meelwormen en sprinkhanen gegeten en onlangs op Lesbos hebben we een cursusje Grieks koken gevolgd. Tortilla, pizza, er komt thuis van alles op tafel. We eten zelden aardappelen-groenten-vlees.’

Eind jaren zeventig vertrok Udo voor zijn werk naar Haïti, waar niet alleen Therese een deel werd van zijn leven, maar ook het basisgerecht du riz ak pwa, Frans-Creools voor rijst met bonen. (Ak pwa staat voor avec pois, bonen, geen erwten zoals het Franse pois.) Het is nog altijd Therese’s comfortfood. ‘We eten het zeker één keer in de week. Zij maakt het klaar met onder meer kruidnagel. Het moet een bepaalde structuur hebben en dat kan ze perfect. Ik maak er dan een vleesschotel bij.’

Het plattelandsvoedsel waarmee Therese opgroeide was eenvoudig. Iedereen in haar geboortedorp Liancourt verbouwde zijn eigen groenten, verkopers kwamen aan de deur, een mand koopwaar op het hoofd. ‘Geef die schaal noten eens aan’, zegt Therese tegen haar man. Met een zwierig gebaar zet ze hem op haar vlechtjes en wandelt elegant door de kamer, kleinzoon van anderhalf op de heup. ‘Op elk erf stond ’s ochtends een grote pot te pruttelen met rijst, bonen en groenten. Vlees was voor de meeste mensen relatief duur. Soms aten we feuille, Frans voor blad, een gerecht van wilde bladeren die we her en der plukten en klaarmaakten als spinazie.’ De pain patat van vroeger, een pudding van zoete aardappel, staat in Zeist nog weleens op het menu.

Udo en Therese in hun keuken in Zeist. Foto Ivo van der Bent

Culinaire cultuurverschillen

Tijdens hun twee huwelijksfeesten, in Haïti en in Nederland, kwamen culinaire cultuurverschillen aan het licht. In Haïti moesten een geit en een kalkoen het leven laten voor de bruiloftsdis. ‘Maar het grootste deel van de geit verdween in de tas van de kokkin’, zegt Therese schaterend. In Nederland kreeg ze bijna een cultuurschok toen bij het zien van het koude buffet dat was aangericht. ‘Wie eet er nu koude kip?! Dat had ik nooit meegemaakt. De rijstsalade was koud, de pastasalade ook. Oh, nee.’ Udo: ‘Maar dat eet je nu ook gewoon.’ Therese: ‘Ik ben nu modern, hè.’

Creoolse keuken

De onlangs overleden Amerikaanse kok en programmamaker Anthony Bourdain bezocht Haïti voor zijn culinaire tv-serie No Reservations. Streetfood is wijdverbreid in het straatarme land. Bourdain gaat in op de Creoolse cultuur en keuken, 'een voortgaande evolutie, een mengeling van Frans, Afrikaans, Spaans, een beetje indiaans: iedereen die voorbij kwam liet zijn sporen achter.'

Als kook- en eetliefhebbers die het experiment niet uit de weg gaan, schoven ze hun beider kooktradities in elkaar. Haar ovenschotel met aubergines is bedekt met een laag Nederlandse kaas. Het gehakt gaat mee in de schotel en wordt niet apart geserveerd, zoals in Haïti. Therese: ‘Het recept voor saladedressing heb ik van hem gestolen.' Er wordt uitbundig gekookt, gegeten én gedeeld in huize Hasewinkel. ‘In Haïti koken de meeste mensen altijd alsof er gasten komen’, zegt Udo, ‘ook als ze weinig te besteden hebben.’ Therese: ‘Hier is alles meer afgemeten. Vroeger kreeg elke gast maar één stuk kip. Ik voelde me in die beginjaren wat eten betreft vaak meer thuis bij Surinamers, hoewel ik met alles tevreden ben.’

'Grote pot op het vuur'

Udo en Therese hebben een huis in Porte-au-Prince. Na de aardbeving van 2010 die grote delen van Haïti in puin legde, gaf ze haar zus opdracht het huis open te stellen en zo veel mogelijk mensen te eten te geven. De grote pot op het vuur in Haïti waaruit iedereen kan mee-eten, wordt in Nederland vertaald naar het bijschuiven van extra bordjes. ‘Gezelligheid is voor mij een van de belangrijkste aspecten van eten’, zegt Udo. ‘Gesprekken gaan makkelijker als er eten op tafel staat.’ 

Marinade van Therese

Hartige oliebollen zijn populair in Latijns Amerika, als streetfood of bijgerecht. Elk land, soms elke streek heeft zijn eigen variant. In delen van Brazilië kun je op straat acarajé kopen, een oliebol van bonenmeel gefrituurd in palmolie. De Surinaamse hartige oliebol, ook in Nederland bekend, heet bara en werd oorspronkelijk gemaakt met meel van mungbonen. De Haïtiaanse variant heet marinade. De snack heeft niets maken met het zure gekruide mengsel waarin vlees te week wordt gelegd voor het bakken.

Ingrediënten

200 gram bloem
100 ml water
2 eetlepels fijngeknipte peterselie
1 theelepel zout
½ theelepel witte peper
1 theelepel knoflookpoeder
1 theelepel sodium bicarbonaat

Meng alle ingrediënten met een mixer of een garde tot een glad beslag. Het hoeft niet te rijzen zoals beslag van Nederlandse oliebollen (sodium bicarbonaat is een rijsmiddel.) Verhit olie in een frituurpan en schep met twee eetlepels bolletjes van het beslag. Laat ze in de hete olie glijden en bak ze gaar. 

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.