Bij te introverte Damien Rice blijft de echte betovering uit

Damien Rice demonstreerde twee dingen, maandag in het uitverkochte Carré in Amsterdam. Ten eerste: hij is een formidabel zanger en performer, een artiest van het zeldzame type dat solo en zonder een enkel theatraal gebaar een volle zaal bij de strot kan grijpen. Ten tweede: zijn gemoed is nog altijd wankel.

Damien Rice. Beeld Warner Music

Acht jaar lang bracht de nukkige Ier Damien Rice (40) geen nieuwe muziek uit. Relatie kapot, twijfel, ongerichte woede, zelfhaat. Hij hervond zich de laatste jaren in IJsland, waar hij nu woont en zijn derde album opnam: My Favourite Faded Fantasy verschijnt vrijdag.

IJsland heeft hem goed gedaan. Het nieuwe album belooft even mooi te zijn als de twee voorgangers. In gesprek met de Volkskrant bleek Rice goedgeluimd en ook vanuit Brussel, waar hij zondag optrad, kwamen berichten over een vrolijke Damien Rice. Dat beloofde wat voor maandag in het uitverkochte Carré in Amsterdam.

Daar demonstreerde Damien Rice twee dingen. Ten eerste: hij is een formidabel zanger en performer, een artiest van het zeldzame type dat solo en zonder een enkel theatraal gebaar een volle zaal bij de strot kan grijpen. Ten tweede: zijn gemoed is nog altijd wankel.

Om dat laatste te concretiseren: in Amsterdam zei Damien Rice niets. Pas in de toegift sprak hij voor het eerst wat woorden en dat betrof een soort huishoudelijke mededeling: 'Please welcome My Bubba', waarop het Zweeds/IJslandse voorprogramma het schitterende I Remember kwam meezingen.

Verder zweeg Rice. Oogcontact maakte hij ook niet. Tot het aanlaten van de kroonluchters in de zaal had hij duidelijk niet opdracht gegeven om zijn publiek beter te kunnen zien. Zijn introvertie stond een mooi optreden niet in de weg, maar het was toch wel heel jammer dat Nederland het met de non-communicatieve Rice moest doen.

Concentratie of chagrijn?

Was het concentratie of gewoon chagrijn? Het had in elk geval als gevolg dat de echte betovering uitbleef, hoe mooi Rice ook zong, hoe beheerst zijn gitaarspel ook was en hoe spectaculair hij sommige songs ook tot ontploffing bracht: van ingetogen liefdesbekentenissen tot pure wanhoop, door Rice getergd de zaal in geschreeuwd, terwijl zijn gitaar meebrulde na een gerichte trap op het distortion-pedaal.

De titelsong van My Favourite Faded Fantasy hoorde tot de hoogtepunten, maar het had allemaal zo veel warmer kunnen aanvoelen, zoals je je bij de 'Brusselse' Damien Rice misschien ook minder had gestoord aan het feit dat zijn songs wel héél vaak op dezelfde manier een vlucht nemen. Wat meer variatie daarin zou welkom zijn.

Dat deed niets af aan de kippenvelmomenten. De traditional Black Is The Colour die naadloos overging in het uptempo Coconut Skins of het slotstuk Trusty And True, dat een heuse gospelkerkdienst werd toen zomaar een heel koor opdoemde uit de duisternis.

Na zoveel schoonheid tóch huiswaarts met een gevoel van 'hoe kon dit nou?' Waarom Brussel wel en wij niet? Aan het dankbare, muisstille publiek kan het niet hebben gelegen. Rice kennende zal hij vooral balen van zichzelf, maar ja, daar schiet ook niemand iets mee op.

Gezien: Damien Rice. Koninklijk Theater Carré, Amsterdam, 27 oktober.

Beeld Warner Music
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden