Bij het hoofdeind wacht dezelfde wijn

IN 1969 verscheen de LP Liege and Lief van de Britse folkrock-band Fairport Convention. Het was de tijd dat de Beatles Ravi Shankar inhuurden, hippies Stonehenge ontdekten en intellectuelen naar het platteland trokken om zo omslachtig mogelijk groente te gaan verbouwen....

Het is deze sfeer die ook uit De weg naar Egypte spreekt, een reusachtig gedicht van de in Cornwall woonachtige Gertrude Starink, dat nu na dertig jaar voltooid is. In 1980 verscheen het eerste deel, met de ondertitel Twintig passages 1970-1977, in 1993 gevolgd door Zeventien passages 1977-1985 en in 1995 door Een passage 1985-1993. En nu zijn er de twee slotdelen met de titels Zeventien passages 1993-1999 en Twintig passages 1999. De 75 passages omvattende cyclus is op het dwangmatige af symmetrisch opgebouwd. Telt het eerste gedicht uit de eerste bundel twee drieregelige strofen, dan geldt dat ook voor het allerlaatste gedicht uit 1999, bestaat de vierde passage uit één regel, ook bij de op drie na laatste is dat zo. Niet alleen is deze structuur vijf bundels lang - op enkele minieme uitzonderingen na - consequent volgehouden, ook afzonderlijke gedichten kennen soms een regelrecht kabbalistische wetmatigheid. Het is de wetmatigheid van op zichzelf betekenisloze rituelen die we kennen uit primitieve culturen, ceremonies die strikt volgens de voorschriften uitgevoerd moeten worden omdat anders de zon niet opkomt, het koren niet rijpt of het vee onvruchtbaar wordt.

In De weg naar Egypte wordt verslag gedaan van de levensreis van een naamloze vrouw. Het is een vreemd verhaal, vreemd omdat bij de beschrijving van de avonturen de aandacht vrijwel steeds op voorwerpen en praktische handelingen is gericht, zonder dat er ingegaan wordt op gevoelens of dat er een poging wordt gedaan de handelingen te duiden, vreemd ook omdat het relaas in hoge mate fragmentarisch is. De teksten kennen geen leestekens of hoofdletters en lopen jambisch door, zonder zich iets van regelgrenzen aan te trekken. In dat opzicht doen de gedichten denken aan oeroude inscripties. Het ligt, gezien de titel van Starinks epos, voor de hand aan Egyptische hiërogliefen te denken.

Hiërogliefen, de door de god Thoth uitgevonden heilige tekens, spelen in De weg naar Egypte een prominente rol. Op tientallen plaatsen wordt geprobeerd magische tekens te begrijpen: 'dit is geen wildernis ik weet/ wat er op deze planken staat', heet het in de laatste bundel, in een gedicht dat correspondeert met deze regels uit de eerste reeks:

dit is geen labyrint ik ken

de weg die deze gangen gaan

ik ken de treden van de trap

hun doel de duisternis

ik ken de nerven en de naam

van wie hier staan hun merg en merk

ik ken hun taal de tekens als

hun hese vochtstem stokt

Deze fixatie op het duiden van tekens staat echter in schril contrast met wat Starink de lezer aandoet. Wie de gehele cyclus achter elkaar leest en herleest, zit aan het eind nog steeds met lege handen. Het is 'geen slordigheid geen gril geen list/ als je een stukje mist', zegt de dichter, 'het is aan jou/ de pasbaarheid te vinden en aan jou/ als jij de delen anders wilt verbinden'. Met andere woorden, de lezer mag zijn gang gaan.

De titel geeft weinig aanknopingspunten. Op enkele plaatsen is sprake van 'de oude delta' en hier en daar lijken we ons in grafkelders te bevinden. De maangod Thoth, die de wereld schiep door middel van het woord en in de onderwereld de harten van de gestorvenen weegt, verschijnt in zijn gedaante van ibis, maar wordt ook met zijn naam Djehuti aangeduid. Zou Starink op weg zijn naar de Overzijde? Het lijkt erop:

ben je gekomenik ben gekomen

waar is de veerboottussen ons in

hoe heet de veerbootbark van djehuti

hoe heet de voorkanthet zijn er twee

hoe heet de jouwesikkel in wording

hoe heet de mijnesikkel geweest

De sfeer van de cyclus is echter eerder die van de Keltische mythologie, van middeleeuwse queesten naar de heilige graal. Het landschap bestaat uit bergen, rivieren, heuvels en ruïnes op klifranden, het weer is ruig en meestal winters, de talloze paarden en raven lijken eerder Europees dan Noord-Afrikaans.

De vrouw die de 75 rites de passage ondergaat is een mythisch wezen. In de centrale 38ste episode is ze een soort Lorelei, een Kirke of Kalypso die in opdracht van een hogere macht schipbreukelingen ombrengt. Wanneer er een man aanspoelt die ze Blankzeil noemt, wil ze die sparen. Deze Blankzeil is een figuur die associaties oproept met Defoe's nobele wilde Vrijdag. Een eerdere bezoeker van de vrouw heet Nemo, waarschijnlijk niet naar de kapitein uit het boek van Jules Verne, maar naar de bekende schuilnaam van Odysseus. Blankzeil wordt elders Soter genoemd, een Griekse benaming voor de joods-christelijke Heiland.

In een andere reeks gedraagt de vrouw zich als Maria Callas in Medea van Pasolini, waar deze toezicht houdt op een bizar offer:

het was de net bevruchte kudde die ik dan

mijn staf gedrenkt in vers geronnen bloed

over het graanbed naar de kooien bracht

en voorop liep zij die het ooilam droeg

De vraag is waarom we dit allemaal moeten lezen. Vijfenzeventig gedichten lang laat je je onderdompelen in gewild schimmige mythologie waarvan je niets, maar dan ook niets wijzer wordt. En toch blijf je doorlezen, toch voel je dat deze teksten iets meedelen wat essentieel is, misschien juist omdat ze zo ontoegankelijk zijn. Want gaat het in dit leven niet inderdaad om aarde, sneeuw, bron, vogel, zee? Voeren we iedere dag niet honderden handelingen uit omdat we die nu eenmaal uitvoeren, zonder dat er een toereikende verklaring voor is? Begrijpen we meer dan de Egyptenaren, de Grieken en de Kelten? Het enige dat we kunnen is structuur aanbrengen in de onoverzienbare chaos van ons bestaan. Wieg, reis en graf, dat zijn de weinige zekerheden die we hebben.

Het maakt niet uit, 'de luiken dicht of open/ de vraag is niet wat zou er over zijn// het veldbed staat nog altijd aangeschoven/ en bij het hoofdeind wacht dezelfde wijn'. En verstook je, zoals Kouwenaar doet met zijn verkankerde vlier, de oude ploegboom in de haard, dan besef je:

wat geeft het waar je oud wordt hier of daar

ook als je weggaat wordt dit bed je baar

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden