Tv-recensieFrank Heinen

Bij elk beeld dat het vorige weer in gruwel overtreft, denkt Fisk: ik moet weten hoe het verdergaat

Zelf durf ik bijna niets. Soms vergelijk ik me stiekem met mensen die net iets meer durven. Misschien steek ik er iets van op. Mocht ik me ooit per ongeluk aan een vergelijking met Robert Fisk wagen, dan zou ik vermoedelijk worden verpletterd onder een kolossaal minderwaardigheidscomplex. Waarna Fisk persoonlijk zou opdagen, schrijfblok in de hand, om indringend (maar niet onvriendelijk) bij mijn omgeving te informeren hoe het zo ver heeft kunnen komen.

Robert Fisk loopt door Homs. Een nog maar zo kort geleden levendige, drukke stad, waarvan niet meer over is dan een ruïne die al eeuwen onbewoond lijkt. Fisk bestudeert de vernietiging, drinkt de verwoesting in. Robert Fisk is geen jonge man. Zelfs op vergeelde archiefbeelden, waarin hij verslag doet vanuit een tot puin geschoten Belfast, oogt hij al van middelbare leeftijd. Maar wat is ‘oud’ als je Robert Fisk bent? Als je zonder zichtbare tekenen van energiegebrek of opdrogende nieuwsgierigheid door de wereld raust, van bombardement naar gifgasaanval, op zoek naar ooggetuigen van de total failure of the human spirit. Wat betekent ‘oud’ dan nog?

De documentaire over het leven en werk van Fisk, die woensdagavond op NPO2 werd uitgezonden, heet This Is Not a Movie (VPRO). Die titel verwijst naar de bron van Fisks ambitie, een vroege Hitchcock-film over een correspondent die naar het Europa van eind jaren dertig reist en daar een spionagenetwerk ontmantelt. Hergé had het kunnen verzinnen.

Fisk bestudeert de vernietiging, drinkt de verwoesting in.

Robert Fisk is geen Hitchcock-personage, ook geen Kuifje. Het voornaamste verschil is dat Fisk bestáát, niet als verzameling klare lijntjes, maar als een echt, leeftijdsloos mens. Zijn motor loopt op nieuwsgierigheid, een toverbrandstof die hem drijft naar nieuwe plekken, nieuwe gebieden, nieuwe ellende. Hij wil het zelf zien, door zijn eigen ogen. En bij elke tragedie die hij aantreft, bij elk beeld dat het vorige weer in gruwel overtreft, denkt hij: ik moet weten hoe het verdergaat. 

En hup, daar gaat-ie weer, een kleine, grijze man. Naar Bosnië ditmaal, op weg naar een kerel die mortiergranaten aan Assad zou hebben geleverd. Als je Fisk zo ziet, zou hij ook onderweg kunnen zijn naar het klaverjasuurtje in het wijkcentrum, maar even later zit hij tegenover een grimmig kijkende sjacheraar in oorlogstuig.

Fisk staat aan de kant van de slachtoffers. Altijd. Hij vindt: wie over de slavenhandel schrijft, hoeft niet de kapitein te interviewen als tegenwicht voor het verhaal van zijn handelswaar.

Het beeld dat na This Is Not a Movie bijblijft, is dan ook dat van het slachtoffer. De doden na de bloedbaden van Sabra en Shatila, Palestijnse vluchtelingenkampen in Beiroet, in 1982. Lijven als met bloed en zand besmeurde paspoppen. Dode kinderen. Jonge poesjes die langs lijkenstapels lopen. Ergens ertussen: Robert Fisk, hink-stap-springend door de verwoesting. Daar en op dat moment, vertelt hij, kreeg hij het zelfvertrouwen te schrijven over de gevolgen van de peilloze wreedheid van de mens.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden