reportage dries verhoeven

Bij Dries Verhoevens nieuwe voorstelling speelt humanoid Amy de hoofdrol

Robot Amy. Beeld Hilde Harshagen

Voor zijn nieuwste ‘voorstelling’ creëerde kunstenaar Dries Verhoeven een mensachtige robot die een drugsloket bestiert. Waarom?

Wat als in de toekomst alle soorten drugs legaal verkrijgbaar zijn? Hoe zou dat gaan? Misschien bezoek je daarvoor wel een futuristische variant van wat we nu nog een ‘apotheek’ noemen. Daar wordt het gewenste goedje keurig aan je verkocht en van een bijsluiter voorzien door een deskundige apothekersassistent. Zij adviseert je om na het gebruik van crystal meth het injectiewondje goed te desinfecteren. En ze vertelt, in vlekkeloos Amerikaans-Engels, dat crystal meth ervoor zorgt dat je je emotioneel en seksueel verbonden voelt met anderen, vooral met diegenen die ook crystal meth hebben gebruikt. De assistent is vriendelijk, professioneel, goed geïnformeerd en amoreel. En ze is een robot. Een mensachtige robot, ook wel humanoid. Misschien heet ze wel Amy.

Ja, dat klinkt als een fantasie van kunstenaar Dries Verhoeven. Sinds begin dit jaar werkt Verhoeven aan Happiness, een ‘voorstelling’ over drugs, geluk, zelfbeschikking en de toekomst van de mensheid. En met een kunstmens in de hoofdrol. En tja, dat is voor het eerst. De Volkskrant keek mee met het proces. Verhoeven, opgewekt: ‘Het is een race tegen de klok.’

Een Japanse stand-inrobot

Als we in januari zijn atelier in Almere bezoeken, heeft de kunstenaar net zijn Nederlandse robotbouwer ontslagen. ‘Ik werd steeds ambitieuzer in mijn plannen en betwijfelde of hij dat allemaal technisch kon bijbenen.’ De productie van ‘Amy’ is nu uitbesteed aan Chris Kunzmann van rekwisietenwerkplaats Chris Creatures in Berlijn. Kunzmann werd hem aangeraden omdat die al een keer eerder een robot had gebouwd.

In Happiness worden toeschouwers straks op zakelijke toon geïnformeerd over diverse mogelijkheden tot zelfmedicatie. Alle denkbare soorten drugs en psychofarmaca passeren de revue, van ritalin tot ayahuasca tot heroïne en coke. In het Engels, want anders werd het ‘te Jellinek’, aldus Verhoeven. Klinisch nauwkeurig wordt de juiste dosering van een middel besproken, de aanbevolen manier van toedienen (roken, snuiven, in een spier injecteren), het effect en de eventuele gevolgen. Hier staat opzettelijk ‘gevolgen’, en niet ‘gevaren’, want Verhoeven wil met Happiness drugsgebruik propageren noch veroordelen: Amy moet de bezoeker zo neutraal mogelijk van informatie voorzien.

Verhoeven speelde al langer met het idee ‘iets’ te doen met het thema drugsgebruik. ‘Recreatief drugsgebruik is in de clubscene alomtegenwoordig. Daarnaast begint de grens tussen recreatief en medicinaal gebruik te vervagen: ketamine wordt ook ingezet als antidepressivum, en in de VS is een recordaantal mensen verslaafd aan pijnstillers. Tegelijk is het nog niet zo gemakkelijk om hier een open gesprek over te voeren. In Happiness probeer ik me een wereld voor te stellen waarin drugs bij het dagelijks leven horen. De toeschouwer mag dan zelf bepalen of dat een utopische of dystopische toekomstvisie is.’

Met de aanwezigheid van Amy wil Verhoeven niet alleen zinspelen op de toekomst, maar de toeschouwer ook confronteren met de machine in onszelf. ‘In de zorg zijn artificiële hulpstukken normaal: bij slijtage krijg je een kunstheup, je ogen laat je laseren. Maar ingrijpen in ons brein, in onze emotiehuishouding, vinden we eng. Voor veel mensen die beginnen met antidepressiva is het een zorg: als ik de depressie in mezelf onderdruk, raak ik dan ook mijn enthousiasme kwijt? En wie ben ik eigenlijk nog, als ik mijn karakter zo eenvoudig een draai kan geven?’

Ter inspiratie las Verhoeven Homo Deus van de Israëlische filosoof Yuval Noah Harari, over de toekomst van de mensheid. Verhoeven: ‘Harari signaleert hoe we in toenemende mate zelf verantwoordelijk zijn voor ons geluk. De invloed van staat en kerk neemt af, zelfmedicatie wordt belangrijker. Tegelijk is er steeds minder werk voor mensen, omdat robots veel overnemen. Als de mens straks maatschappelijk nutteloos is geworden, hoe gaat die zijn dagen dan een beetje prettig doorkomen? Eén optie is drugs gebruiken. Wij beschouwen geluk als een toevallige staat van zijn, die samenhangt met onze omgeving en identiteit. Maar sommige drugs illustreren overtuigend dat geluk gewoon een chemisch proces in je hoofd is, dat je kunstmatig een beetje kunt bijsturen. Harari speculeert over een situatie waarin drugs van overheidswege worden gedistribueerd. Denk: mdma in het drinkwater.’

Als Amy uitleg geeft over een bepaald middel, wil Verhoeven dat de robot subtiel de werking illustreert in haar expressie en gestiek. Voor die bewegingssequentie van 25 minuten had hij nu eigenlijk uitgebreid met Amy willen improviseren, vertelt Verhoeven. Maar ze is nog niet af. ‘Bovendien’, zegt hij, ‘kost het Chris een half uur programmeren als ik wil dat ze alleen maar even haar hand optilt.’ Die werkwijze gaat te veel tijd kosten, dus heeft Verhoeven een list bedacht: terwijl Kunzmann in Berlijn nog aan Amy sleutelt, werkt hij in Almere alvast met een ‘stand-inrobot’: een Japanse actrice met de naam Yurie Umamoto.

Met haar kan hij eindeloos puzzelen: hoe moet Amy straks bewegen? Hoe beïnvloeden de middelen die ze bespreekt haar motoriek? Als hij dan uiteindelijk een bewegingssequentie van circa 25 minuten heeft vastgelegd, gaat die video naar robotbouwer Kunzmann in Berlijn. Die kan Amy vervolgens heel gericht programmeren, is het idee; zij hoeft immers alleen de definitieve choreografie te kennen. Volgens de planning zit het werk van Umamoto er eind februari op, en dan neemt Amy het van haar over. Als ze op tijd af is.

Dries Verhoeven repeteert in zijn loods in Almere met de Japanse actrice Yurie Umamoto. Beeld Hilde Harshagen

Het is half januari. Happiness zal op 16 mei op het Utrechtse Spring Festival in première gaan. Dat is de bedoeling tenminste.

In zijn kolossale atelierruimte (Verhoeven denkt graag in grote aantallen vierkante meters) is een klein huisje van spaanplaat verrezen, een loket van het formaat bushokje. Binnen filmt Verhoeven Umamoto, terwijl zij, gehuld in een witte apothekersjas, haar tekst playbackt. Met zo min mogelijk gezichtsexpressie mimet ze de woorden, terwijl ze tegelijkertijd een reeks minimale motorische handelingen verricht: ze houdt haar hoofd schuin, tilt haar hand op, maakt voorzichtig een vuist. En ze zegt dit: ‘Voor sommige mensen is seks verbonden met schaamte en zelfbewustzijn. Crystal meth kan dat wegnemen.’ Verhoeven vraagt of ze bij die zin haar borst zou willen aanraken. Nog altijd volkomen uitdrukkingsloos beweegt Umamoto haar gehandschoende hand stijfjes over de apothekersjas. Verhoeven: ‘Alleen je wijsvinger op je tepel, graag.’

Soms worden de instructies een beetje grimmig: ‘Kun je jezelf herhaaldelijk met één hand in het gezicht slaan? Met je ogen dicht, alsjeblieft.’ En zo gaat het door, met steeds minimale aanpassingen. Bij een tekst over de werking van cocaïne vraagt Verhoeven Umamoto om zichzelf snel op de borst te slaan met haar vuist, in het ritme van een verhoogde hartslag.

Een kruising tussen apothekersassistent en drugsdealer

Wat maakt Umamoto een goede stand-inrobot? Nadat Kunzmann een artist’s impression had gemaakt van Amy (denk: een knappe maar degelijke Euraziatische tandartsassistent in een Parodontax-reclame), ging Verhoeven op zoek naar een actrice die een beetje op haar leek. Via via kwam hij terecht bij Umamoto, die in Amsterdam woont. Zij is als performer gespecialiseerd in bewegingstheater, heeft dezelfde lengte als Amy straks (1.70 meter) en ze heeft het juiste, eh, voorkomen. Want ja, een humanoid heeft nou eenmaal een Japans uiterlijk.

‘Ik volg een beetje het mediacliché dat Azië vooroploopt bij de grote technologische innovaties’, zegt Verhoeven. ‘Maar 9 van de 10 kunstmensen komen ook echt uit Japan. Bovendien merkte ik bij mezelf, en dit is wel een beetje glad ijs, maar toch, dat ik een Aziatisch uiterlijk als ‘neutraler’ ervaar. Amy’s identiteit moet niet op de voorgrond staan. Als ze er Europees uit zou zien, krijgt het werk een andere betekenis, omdat wij dat beeld veel beter kennen. Online vond ik een heel toffe Japanse zorgrobot, zij was een belangrijke inspiratiebron voor Amy.’ Al wordt zijn Amy natuurlijk wel een bijzonder type zorgrobot: een curieuze kruising tussen apothekersassistent en drugsdealer.

Ondertussen, in zijn werkplaats in West-Berlijn, is robotbouwer Chris Kunzmann met heel andere dingen bezig. ‘Yes, yes’, lacht hij, ‘all the drugs things.’ Voor hem komt dat in de praktijk neer op vragen als: kan Amy straks haar arm boven haar hoofd strekken, haar hoofd kantelen, en zichzelf ghb toedienen met een pipetje? (Antwoord: nee). Verhoeven: ‘We hebben daarom besloten dat ze een tong krijgt.’

Een halve wang, een stukje neus

In maart – het werk van Umamoto in Almere zit erop – leidt Kunzmann ons rond in de werkplaats van zijn bedrijf, dat gespecialiseerd is in bewegende poppen (‘animatronics’): zombies, lijken, haaien, afgehakte hoofden en reuzenkrokodillen, zijn atelier aan de Rheinstrasse staat er vol mee. De robotbouwer zelf is een volslanke Duitser met het temperament van een Amerikaan: energiek, doortastend, goedlachs, luid. Op een drafje laat hij het bezoek in de werkplaats de verschillende onderdelen van Amy zien, te beginnen bij een rij 3D-printers waarmee praktisch elk plastic stukje van haar werd geprint. Glunderend toont hij een rondslingerende hand, waarvan de plastic vingerkootjes met staaldraad zijn verbonden. Motoren zullen straks aan die kabeltjes trekken, waardoor Amy haar vingers op haast menselijke wijze kan krommen. Triomfantelijk: ‘Zulke flexibele vingers hadden kunstmensen nog niet! Mijn collega heeft twee maanden alleen maar aan haar handen gewerkt.’ De armen, vertelt hij en passant, laten ze maken bij een ander bedrijf. Geen idee hoe dat gaat uitpakken, maar hij heeft er alle vertrouwen in, lacht hij. Hij zal wel moeten – voor robotarmen kun je nou eenmaal niet zomaar bij elk bedrijf terecht.

Verderop staat wat tot nu toe Amy’s hoofd is: een halfvoltooide plastic puzzel van een schedel, met enorme oogbollen en rubber oogleden, zonder neus, maar wel met een griezelig wijd opengesperd kunstgebit. De bedrading hangt als een paardenstaart uit haar onafgewerkte achterhoofd. Vier collega’s zijn net tien dagen bezig geweest dit halve hoofd in elkaar te zetten, vertelt Kunzmann. ‘Maar over twee weken moet ze in één geheel in deze ruimte kunnen staan.’ Het scheelt dat Amy straks geen benen nodig heeft: hoofd, romp en armen zijn genoeg, haar onderstel bestaat uit een verrijdbaar karretje, dat schuilgaat achter de balie van de apotheek.

Amy’s hoofd in ontwikkeling bij Chris Creatures in Berlijn. Beeld Hilde Harshagen
Het hoofd van Amy. Beeld Hilde Harshagen

Op het werkblad liggen proefmonsters van haar siliconen huid: een halve wang en een stukje neus (Kunzmann, liefdevol: ‘Voel maar, het is héél zacht’). De textuur is glad en een beetje glibberig, iets tussen een vaatdoekje en een plakje kaas. Op een paspop ernaast wacht haar glanzend zwarte pruik. ‘Handgemaakt van echt Aziatisch mensenhaar’, straalt Kunzmann, ‘1.690 euro, haha! Veel te duur natuurlijk, maar Dries (‘Dreeezz’) en ik wilden absoluut deze. Want die is het mooist.’

De pruik. Beeld Hilde Harshagen

Bijna 1.700 euro voor alleen nog maar haar haar. Wat Amy in haar geheel gaat kosten, wil Verhoeven liever niet in de krant vermeld hebben. Maar het verschilt niet zo veel van zijn andere projecten, meldt hij opgeruimd. Duizenden euro’s? Tienduizenden? Verhoeven: ‘Denk maar gerust in de richting van een flinke auto.’ Kunzmann, met bulderlach: ‘Een héle dikke auto!’

In zijn atelier toont Kunzmann met een afstandbediening wat dit kleine stukje Amy nu al kan. Ze kan haar hoofd omhoog kantelen of naar beneden, ze kan opzij kijken, ja knikken en nee schudden. Plechtig: ‘Het zijn dit soort kleine bewegingen die haar nu langzaam menselijk zullen maken.’ Je kunt zien dat Kunzmann in gedachten al de door hem ontworpen tandartsassistent voor zich ziet. Twee weken lang werkte hij geduldig aan haar gezicht. ‘Straks kan ze glimlachen, lachen en praten’, zucht hij. ‘She’s kind of beautiful.’

Verhoeven: ‘Chris praat over haar als over een baby’.

Amy is Kunzmanns tweede kunstmens. De eerste was ‘mister Melle’, zoals hij hem noemt, een robotkopie van de Duitse schrijver Thomas Melle, voor een Duitse theaterproductie. Tot nu toe is Verhoeven enorm onder de indruk van het werk van de robotbouwer, zegt hij. ‘Maar elke humanoid is weer compleet nieuw. We weten bijvoorbeeld nog helemaal niet of Amy straks acht uur achter elkaar kan functioneren. Chris is in Europa een pionier op dit gebied. We doen heel veel voor het eerst.’

Op 4 april, is nu het plan, moet de robot af zijn en zullen Kunzmann en zijn collega’s beginnen met het programmeren van de choreografie, onder toeziend oog van Verhoeven. Maximaal zeven uur per dag, langer kan volgens Kunzmann echt niet. Voor het programmeren hebben ze vervolgens in totaal 23 dagen de tijd, tot het transport naar Nederland. Opgewekte bulderlach: ‘Maar dat is natuurlijk nooit genoeg!’ Verhoeven, stoïcijns: ‘Het is krap. Maar ik ben optimistisch.’

Teleurstellend nieuws

Maar op 6 april meldt Verhoeven vanuit Berlijn een ‘technische tegenvaller’: Amy wordt aangestuurd door maar liefst vijftig motoren, maar die communiceren nog niet allemaal even goed met elkaar. Kunzmann heeft tien extra dagen nodig voor het sleutelen. ‘Een domper voor het programmeerproces’, schrijft hij in een mail: ‘Ik zit hier in de wachtstand. Uit verveling hou ik me maar met haar kapsel bezig.’

Hij stuurt foto’s mee van hoe Amy er nu uitziet. Haar schedel is intussen een glad, eivormig geheel van grijs plastic waar de bedrading netjes onder schuilgaat. Een plastic borstplaat suggereert een bescheiden boezemaanzet. Bij de schouders en in de smalle taille zijn haar motoren en bedrading nog zichtbaar. De techniek imponeert, schrijft Verhoeven, daarom twijfelt hij of ze wel een kostuum moet dragen. ‘Naakt is ze prachtig, met de machinerie zo zichtbaar – ook door de link met ons eigen functioneren, en hoe we dat met psychoactieve middelen een zetje kunnen geven. Aan de andere kant bestaat de kans dat haar uiterlijk zo te veel afleidt. Mogelijk vervliegen de woorden met zo’n imponerende buitenkant.’ Hij is nog steeds vol vertrouwen dat de robot op tijd af zal zijn. 

Dries Verhoeven en Amy. Beeld Hilde Harshagen

Een tijdje blijft het stil. Dan volgt op 15 april een bedrukte mail: ‘Teleurstellend nieuws hier; de première van Happiness op 16 mei hebben we moeten uitstellen.’

Ieder maakproces van een voorstelling of installatie kent zo zijn technische complicaties, zeker op de schaal waarop Verhoeven werkt. Maar deze tegenvaller is ook voor hem nieuw: Amy’s armen, die door een ander bedrijf werden gefabriceerd, bleken onverwacht niet te passen op de reeds voltooide robotromp. Verhoeven: ‘Chris gaat nu ook zelf de armen maken, dat neemt extra tijd in beslag.’ De nieuwe première wordt gepland op 1 augustus, op Theaterfestival Boulevard in Den Bosch. Het is een grote teleurstelling, schrijft hij. ‘Maar we tonen liever een goed werk dan een slappe afgeleide daarvan.’

Dan is er begin juni weer goed nieuws: ‘De productie is na een korte stop weer in volle gang en met veel vertrouwen in een werkende humanoid inmiddels’, mailt hij. Kunzmann boekt nu snel vooruitgang. Vooral over Amy’s ogen is Verhoeven enthousiast: ‘In haar pupillen zijn camera’s verwerkt, dat ziet er waanzinnig uit.’ Zo kan de robot straks ook registreren of er een toeschouwer in de ruimte is. Die kan ze lokaliseren en aankijken, waardoor het lijkt of ze zich rechtstreeks tot jou richt. Verhoeven: ‘Als je naar links of rechts beweegt, volgt ze je met haar ogen. Best creepy.’

Chris Kunzmann (links) legt met collega’s de laatste hand aan Amy. Beeld Hilde Harshagen

De maand juli kan nu worden besteed aan het programmeren. Niet maximaal zeven uur per dag, zoals Kunzmann graag wilde, maar dagelijks tot ver na middernacht. ‘Het is te gek’, zegt Verhoeven enthousiast, ‘ze doet alles wat ze moet doen, en meer.’ Omdat Amy alleen al in haar gezicht zestien motoren heeft, kan ze bijvoorbeeld haar ogen wijd opensperren om dat typische bijeffect van xtc te illustreren. Verhoeven appt een foto door van een gelukzalig kijkend, bleekroze Japans meisje, met grote opengesperde mangaogen en reusachtige feestpupillen. Ze is lief en angstaanjagend tegelijk.

Bij het programmeren is echter ook gebleken dat Amy niet in staat is zich snel en hard op de borst te slaan, als illustratie bij de werking van cocaïne: er zit een maximumsnelheid op haar armbewegingen. Verhoeven: ‘Ze is beter geschikt voor de trage, sierlijke bewegingen die je associeert met ayahuasca of cannabis.’

Het doel is steeds om haar zo menselijk mogelijk te maken, zegt hij aan de telefoon vanuit Berlijn. Maar soms doet Amy iets onverwachts. Dan beweegt ze bijvoorbeeld opeens vreemd asymmetrisch. Het doet hem denken aan de onvrijwillige reflexen bij drugsgebruik, zoals van die haaks schuivende kaken na het slikken van xtc. Een ander onvoorzien bijeffect: soms produceren haar motoren kleine schokjes, alsof ze staat te trillen – ook een onverwachte analogie met drugs. ‘Dat kunnen we totaal niet controleren, blijkt. Ik heb bij dit project veel minder de regie dan normaal – die geef ik uit handen aan een machine waarvan ik eigenlijk niet eens echt begrijp hoe die werkt. En die neemt het nu over. Zíj neemt het over.’

Amy. Beeld Hilde Harshagen

Half juli blijkt Amy meer onverwachte talenten te hebben dan beperkingen. ‘De uitdaging is vooral om haar niet te véél te laten doen’, zegt Verhoeven. ‘Het is allemaal nogal indrukwekkend, misschien wel een tikkeltje té. Chris is supertrots en wil al haar mogelijkheden ten volle benutten, maar ik wil er liever niet één grote computershow van maken. De afgelopen dagen roep ik vooral vaak ‘minder! minder!’ In die zin verschilt het niet veel van werken met een echte actrice, haha.’

De grootste ontdekking van deze laatste fase is eigenlijk hoezeer zelfdestructie op de loer ligt, zegt hij. ‘Als één motor hapert terwijl de andere doordraaien, kan ze zichzelf heel snel kapot maken. Zo kan ze onbedoeld hard inbeuken op haar gezicht. Dan is het einde project. Ook dat is een interessante overeenkomst met het effect van psychoactieve middelen. Maar wel een heel bittere.’

Happiness, 1/8 t/m 11/8, theaterfestival Boulevard, Den Bosch; 29/8 t/m 20/10, NDSM-werf, Amsterdam; 30/10 t/m 10/11, Spring Autumn (i.s.m. Festival Impakt en Le Guess Who), Utrecht.

Dries Verhoeven

Scenograaf en beeldend kunstenaar Dries Verhoeven (Oosterhout, 1976) maakt installaties en performances op locatie en in de openbare ruimte. In Ceci n’est pas... (2013) – een mensententoonstelling in een glazen vitrine – wilde hij voorbijgangers confronteren met maatschappelijke taboes. In zijn voorstelling De uitvaart (2014) droeg Verhoeven tijdens een kerkdienst verdwenen maatschappelijke overtuigingen ten grave, zoals ‘onze postkoloniale schuldgevoelens’, en ‘het draagvlak voor de kunst’. In Homo Desperatus (2014), zijn eerste museale presentatie, stelde Verhoeven zeventigduizend mieren tentoon in schaalmodellen van mondiale rampplekken en catastrofes.

Amy

Kunstmens Amy is 1.70 meter hoog en voor haar lengte misschien wat zwaar: 90 kilo. In haar gezicht zijn zestien motoren verwerkt, voor het bewegen van de lippen, onderkaak, wenkbrauwen en oogleden. Met haar ogen kan ze de bezoeker volgen, ze kan glimlachen en heeft een werkende tong. Ook heeft ze een (gemotoriseerde) hartslag. Haar ‘grotere’ bewegingen worden gestuurd door zwaardere motoren in het onderstel. Die motoren zijn met kabels en katrolletjes aan de armen verbonden, zodat Amy alle menselijke houdingen kan nabootsen. Om haar te laten bewegen is 70 meter stroomkabel nodig. Qua stroomverbruik is Amy vergelijkbaar met een goedgevulde koelkast.

Controversiële kunstwerken en hemelbestormende plannen

Dries Verhoeven (43) is gewend groot te dromen en in zijn werk het onzichtbare, of onbespreekbare, expliciet te maken. Hij begon zijn carrière als scenograaf en maakt nu als autonoom kunstenaar veelgeprezen ruimtelijke installaties waarin hij, al dan niet met de hulp van acteurs, op ingenieuze wijze de blik van de kijker weet te kantelen. Hij vestigde zijn naam met You Are Here (2007), ervaringstheater waarbij de toeschouwer zich in een klein kamertje moederziel alleen waande, maar door een slimme decoringreep opeens omringd bleek te zijn door anderen. 

In het controversiële Wanna Play (2014, Berlijn) maakte Verhoeven de verborgen wereld van homo-app Grindr openbaar, door zijn Grindr-dates uit te nodigen in een glazen huis. Het project wekte de woede van sommige Grindr-gebruikers door de gevreesde inbreuk op hun privacy. Eén boze deelnemer sloeg Verhoeven in zijn gezicht. Na aanzwellende kritiek vanuit de Berlijnse homogemeenschap werd het project voortijdig beëindigd. Een teleurgestelde Verhoeven constateerde na afloop dat hij misschien naïef was geweest.

Toch rijgt Verhoeven nog even onvermoeibaar het ene controversiële kunstwerk aan het volgende hemelbestormende plan. Een groot recent succes was Phobiarama op het Holland Festival (2017), een spookhuis op het Amsterdamse Mercatorplein waarin Verhoeven de hedendaagse angstcultuur griezelig tot leven bracht. 

Het jaar daarop maakte hij Sic transit gloria mundi (2018, Spring Festival, Utrecht): een buitenproportionele bouwplaats voor een (fictief) monument van ‘de witte man’ die roemloos van zijn voetstuk is gevallen. Die bouwplaats bestreek de volledige oppervlakte van horecaplein de Neude, tot ongenoegen van lokale ondernemers. Reaguurders op GeenStijl sloegen dan weer gulzig aan op de gevallen witte (Fortuyn-achtig kale) man: ‘Daar gaat een steen doorheen!’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden