Bij de synagoge jubelt en spettert het

Berlijn is dé nieuwe, culturele smeltkroes van Europa, waar meer kunstenaars dan ooit op een kluitje samenleven. 'Hier is iedere goede kunstenaar op weg naar onsterfelijkheid.' Deze week is in de toekomstige Duitse hoofdstad de eerste Biennale voor hedendaagse kunst opengegaan....

DE TOEKOMST in Berlijn is dit: een toren van Babel, opgetrokken uit tandenstokers, draad, luciferhoutjes en willekeurig wat je voor de voeten komt in huis of op straat. De Amerikaanse kunstenaar en 'bouwmeester' Sarah Sze (1967) laat die toren tot het jaar tweeduizend welig tieren, opzij, en omhoog door een gat in het dak de wolken tegemoet. Maar ook het omgekeerde kan gebeuren. Het draadje raakt los, het houtje breekt af, het ding stort ineen. En dan is daar de catastrofe, die zich volgens Sze prima thuisvoelt op de plek waar Albert Speer z'n gebouwen voor Hitler ontwierp, en die nu de Akademie der Künste aan de Pariser Platz heet.

De toekomst in Berlijn is ook dit: we moeten hopen op véél nieuwe bewoners, want alle lege vlaktes van vroeger moeten worden gevuld, alle straatnamen veranderd, en bijna alle architectonische herinneringen aan de DDR-tijd uitgewist. En dus gaat over een maand de bijna tweeduizend vierkante meter grote INIT Kunsthalle, in voormalig Oost-Berlijn, tegen de vlakte.

Vroeger sleet hier een Oostduits warenhuis z'n spullen. Toen kwam de Wende en stond het leeg. Totdat in april van dit jaar een groepje niet onbemiddelde galeriehouders en kunstenaars de vereniging INIT oprichtte (lidmaatschap duizend mark). Ze trokken het warenhuis binnen, en presenteren er sindsdien met veel succes overzichten van internationale, hedendaagse kunstenaars. Voor zolang als het nog duurt, daar in de Chausseestrasse, is het 'schwups-di-wupsi' - met veel bezoekers en zaterdags tot diep in de nacht dans en muziek. Na november gaat INIT niet ter ziele. Ze vindt wel weer een plek, in een oude leegstaande fabriek of een ander warenhuis, verder weg van het centrum.

De toekomst in Berlijn was kort geleden ook dit: een wit blad papier. Je kon er een vlag planten en zeggen: dit is van mij.

En dus trok galeriehouder en party animal Gerd Harry Lybke (37) van galerie Eigen + Art, in 1992 vanuit Leipzig naar Berlijn-Mitte. Daar verlieten de oude bewoners hun huizen - ze waren het zat om de klamme kamers met walmende bruinkool warm te stoken. Zat waren ze het om buiten op het 'Hinterhof' een wc te moeten delen, zat waren ze het om geen warm water uit de kraan te hebben. Auguststrasse, Gipsstrasse, Kleine Hamburgerstrasse en Sophienstrasse: op een kluitje stonden de huizen leeg - klaar om in bezit te worden genomen door kunstenaarsinitiatieven, galeries en alternatieve cafés. Die namen het niet zo nauw en bovendien: de huren waren, en zijn nog steeds laag - want de eigendomsrechten van deze huizen uit voormalig joods bezit zijn nog niet geklaard.

Lybke drijft al zes jaar met succes zijn galerie aan de Auguststrasse. Kunstenaars uit zijn stal hebben internationale bekendheid, onder hen het Franse troetelkind Fabrice Hybert en de Schotse voor de Turner Prize genomineerde Christine Borland. Met Klaus Biesenbach - curator van de deze week geopende, eerste Biennale van Berlijn voor hedendaagse kunst - is Lybke initiatiefnemer van de periodieke zaterdagse galerie-rondgang in Berlin-Mitte. Daar, achter de oude synagoge, jubelt, bruist en spettert het.

Berlijn is nog steeds een eiland in de boerenprovincie Brandenburg. Het is nog steeds de stad van tweespalt tussen oost en west, tussen communisten en katholieken, de stad van revoluties en onverklaarbare geschiedenis. Maar feit is dat die stad, negen jaar na de Wende, nu definitief is ontwaakt uit haar culturele winterslaap.

Volgens de laatste officiële schattingen telt Berlijn op het ogenblik vierduizend ingeschreven beeldend kunstenaars. Dat is meer dan ooit, zegt Peter Radunski, wethouder van Cultuur.

De kunstenaars drukken zich uit met alle middelen die hen maar ter beschikking staan: muziek, mode, video, Internet, schilderkunst, installaties en performances. Er wordt geëxperimenteerd en gediscussieerd. 'Iedereen is hier gelijk', zegt Lybke. 'Er bestaat in Berlijn geen piramide-systeem met een grote groep middelmatige kunstenaars aan de basis, en een topje van sterren daarboven. In Berlijn staat iedereen op dezelfde sport van de ladder. Het enige wat je moet doen als kunstenaar, is daarop stappen, met de wens om onsterfelijk te worden.'

De nieuwe hoofdstad, waarvandaan in de jaren zestig en zeventig de kunstenaars nog wegvlogen, is nu de meest geliefde woonplaats van Duitse kunstenaars. Stuttgart, Bremen en Karlsruhe: ze worden voor 'zwaar provinciaals' versleten, in vergelijking tot Berlijn. 'Berlijn is de enige stad in Duitsland, waar je jonge avantgarde in een internationale context kunt presenteren', zegt Lybke.

Daarom is de Spaanse videokunstenaar Juan Carlos Robles (35), die woensdag nog een feestje bouwde op een tentoonstelling van hem aan de Monbijoustrasse, een paar jaar geleden uit 'het oh, zo erg katholieke' Sevilla gekomen. Zijn keuze, zegt hij, is ingegeven door de docenten Rececca Horn en Katharina Sieverding, die aan de kunstacademie les geven. Fernando Ninjo Sanchez (33), die afkomstig is uit Columbia, heeft zijn studie in Barcelona afgebroken, om in Berlijn verder te studeren. Al zijn in Berlijn de zomers maar één namiddag lang: 'In Berlijn ligt de geschiedenis zo voor het grijpen, dat je je er wel mee in verbinding moet staan', zegt Sanchez. 'Het is goed voor mij en mijn kunst om hier te wonen. Want elke dag dat ik wakker word, moet ik mij afvragen: wat doe ik, waarom ben ik in godsnaam hier?'

OOK NEDERLANDSE kunstenaars - onder wie Rineke Dijkstra, Viktor & Rolf, Marijke van Warmerdam, Erik van Lieshout en Bastienne Kramer - hebben de afgelopen twee jaar voor korte of langere tijd in Berlijn gewoond en gewerkt. Veel van hun werk is getoond in het vorige winter geopende Büro Friedrich, dat wordt geleid wordt door de Nederlandse tentoonstellingsmaker Waling Boers.

Berlijn is de nieuwe smeltkroes, schrijft een internationaal gerenommeerd kunstblad als Flash Art al onbevangen. De opvolger van de grote kunstcentra Wenen, Parijs en New York?

De openingstentoonstelling van de eerste Berlijnse Biennale is in elk geval veelbelovend. Klaus Biesenbach is samen met de Zwitserse tentoonstellingsmaker Hans Ulrich Obrist en de Amerikaanse Nancy Spector verantwoordelijk voor de keuze van de 71 jonge, internationale kunstenaars. Aan hen de vraag om te reageren op de stad Berlijn. Het is geen dwingende, maar een onderzoekende vraag geweest.

Alles is daarom geoorloofd. Of je nu, zoals de IJslandse kunstenaar Olaf Eliasson, de rivier de Spree letterlijk groen wilt kleuren. Of, zoals Andreas Slominski, bedenkt hoeveel blikken verf er nodig zijn om de Funkturm te schilderen. Of een politieke partij wilt oprichten, onder de motto's 'Scheitern als Chance' en 'Wahl dich selbst'. Of dat je gewoon doet wat je altijd al doet, zoals Vibeke Tandberg met haar gefilmde zelfportretten in meervoud.

De openingstentoonstelling 'Berlin/Berlin' - de Biennale biedt nog een programma tot aan het jaar tweeduizend - is op drie plaatsen te zien. In de door Biesenbach geïnitieerde Kunst-Werke in de Auguststrasse, in het verloederde, maar tragisch schone, laat-negentiende-eeuwse Postfuhramt op de hoek van de Tucholskystrasse en de Oranienburgerstrasse, en in de vervallen Akademie der Künste aan de Pariser Platz. Alle kunst bevindt zich in Mitte, op loopafstand van elkaar.

Wie moe is, kan bijkomen in het speciaal door Dan Graham ontworpen Café Bravo - in de hof van de Kunst-Werke -of zich in het Postfuhramt onder het genot van sinasappelsap en triphop laten wegzakken in witte zitbanken, achter witte voiles. Kijk dan vooral naar de schimmen die langsglijden. Kijk naar de veranderende lichteffecten. En kijk ook naar de catalogus, die een kritische, alternatieve reisgids biedt voor de stad, en waarin je behalve gegevens over de deelnemers, alle ins and outs aantreft over Berlijnse clubs, 'no go areas', mode, over armoede en rijkdom, over film, geschiedenis en architectuur.

Het is de verdienste van Biesenbach cum suis, dat op een tentoonstelling die zoveel namen, karakters, nationaliteiten en soorten kunst bij elkaar brengt en vermengt, de coherentie toch groot is gebleven. 'Berlin/Berlin' heeft veel kunstenaars aangespoord tot het zoeken naar een manier van omgang met het al dan niet vervreemdende, snelle, hectische leven van de grote stad. Zoeken sommigen dit in een gedetailleerde reflectie op kleine intieme gebeurtenissen, anderen geven hun commentaar frank en vrij.

DELUKSVOGEL Carsten Höller bijvoorbeeld, heeft in de Kunst-Werke twee van zijn reuzenglijbanen geïnstalleerd. Het is dé manier, houdt Höller je voor, om van verdieping 2 naar 1 te komen, en van 1 naar de begane grond. En iedereen roept 'joepie' als hij de zwaartekracht in zijn maag voelt rommelen. Toch is dit fysieke gevoel van vreugde nog niets vergeleken met de euforie die Höller uitdrukt op een piepklein tekeningetje aan de muur. 'Hochhausrutschbahnverbindungen' (onthouden voor Duits Galgje) heet het fragiele geval. Te zien zijn de ingewanden van twee naast elkaar gelegen flats, die met elkaar in verbinding staan via roetsjbanen. De bewoners zie je op een stoel zitten, lezen, lachen, en de glijbaan afkomen met grote pret. In Höllers grote stad zijn alle volwassenen en oude mensen als een kind zo blij.

Daarentegen schetsen Thomas Demand en Jan Liesegang een schrijnend, futuristisch, maar toch humoristisch beeld van grootsteedse vervreemding. Wie nog denkt in de toekomst werkelijk met iemand aan de telefoon een gesprek te voeren, is volgens Liesegang een domoor. Allang heeft een digitale stem de functie van gesprekspartner overgenomen - en wie wil weten wat mijn of jouw TPO's zijn ('Top Private Obligations'), moet zijn of haar persoonlijke TPI-code (Top Private Info) intoetsen.

Waar Liesegangs toekomstvisioenen toe leiden, blijft ongewis en onuitgedacht. En ongetwijfeld zullen ze dat ook blijven. Gelukkig maar. Want het is een vorm van kunst die net zo goed past bij het experimentele karakter van de Biennale, als bij dat van Berlijn.

De openingstentoonstelling van de eerste Berlijnse Biennale duurt tot en met 3 jan. Akademie der Künste (Pariser Platz 4), Postfuhramt (Oranienburgerstrasse/Tucholskystrasse) en Kunst-Werke Berlin (Auguststrasse 69). Catalogus DM 40.

Congress 3000: tot en met 3 okt, vanaf 18 uur. Haus der Kulturen der Welt (John-Foster-Dulles-Allee 10).

Morgen organiseert Büro Friedrich (Friedrichstrasse 103) vanaf 21 uur een 'Night of Performances', met o.a. Georgina Starr, Susi Pop, 3 Pussy Kisses, Angus Fairhurst en Bob & Roberta Smith. Ook wordt morgen de periodieke galerie-rondgang door Berlin-Mitte gehouden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden