Interview Bibi Dumon Tak

Bibi Dumon Tak wint Theo Thijssen-prijs: ‘Ik ga door met boeken schrijven tot ik dood ben’

Kinderboekenschrijver Bibi Dumon Tak wint de Theo Thijssen-prijs voor haar hele, met dieren bezaaide, oeuvre.

Bibi Dumon Tak Beeld Chris van Houts.

‘Als boeken kinderen waren, dan was ik een heel slechte moeder’, zegt Bibi Dumon Tak (53) naar aanleiding van de Theo Thijssen-prijs die ze vandaag in ontvangst neemt. De Theo Thijssenprijs is de jeugdversie van de P.C. Hooftprijs; er staat een bedrag van 60 duizend euro tegenover, beloont iemands hele oeuvre en is daarom de hoogste eer die een Nederlandse kinderboekenschrijver kan krijgen.

De literaire dierendeskundige, die in 2001 debuteerde met Het koeienboek, hoopt dat ze nog lang niet klaar is. In de aanstaande Kinderboekenweek verschijnt haar dichtbundel Laat een boodschap achter in het zand. Weer over dieren, maar voor het eerst in versvorm. ‘Toen ik Nederlands studeerde, was ik vrijwilliger bij Poetry International. Ik zat naast wereldberoemde dichters als Joseph Brodsky. Dat heeft voor altijd indruk gemaakt. Zo groot en overweldigend kan ik nooit zijn. Aan dat gevoel verandert zo’n prijs helemaal niets.’

Op bezoek in Artis met dierendichter Bibi Dumon Tak... wat gebeurt er dan?

‘Dan kun je me in een paar seconden zien veranderen in een doodongelukkig mens. Toen ik 13 was, plakte ik onder elke brief die ik schreef een sticker: ‘geen wilde dieren in het circus’. Daar schreef ik dan bij: ‘en niet in de dierentuin’. Mijn standpunt is onveranderd. Als journalisten per se een foto met dieren op de achtergrond willen, dan kies ik de vlindertuin. Dat gaat nog wel.’

En als degene die je vraagt pas 10 is?

‘Dat is anders. Een kind wil een keer een olifant zien, dat snap ik best. Maar ik zou dan voorstellen om drie dieren te kiezen en die heel goed te bekijken. Urenlang. Niet dat dierenzappen. Maar ik wil niet moralistisch worden. Kinderen moeten er zelf iets van leren vinden. Alleen: na de dierentuin nog een hamburger eten... oei, oei, dan krijg ik het moeilijk.’

Wil een dierentuin niet net als jij belangstelling voor dieren wekken?

‘Ik ben net verhuisd naar een piepklein dorp onder Monnickendam. Ik wandel veel in de weilanden. Als ik in de buurt kom van een gruttonest, gaat de vader of moeder mank op de weg lopen om mij daarvan weg te lokken. Wat zo’n vogeltje allemaal uit de kast moet halen als er een mens voorbijkomt! En dat is overal ter wereld zo. Dat gereis, dat gegraai. We willen overal bijzijn en aanzitten. Laat wilde dieren met rust. Natuurlijk is de Noordpool prachtig. Dus blijf je daar weg. Kijk een film. Lees een boek. Van mij bijvoorbeeld. Het enige wat ik je niet kan geven is de geur.’

Word je dieren nooit beu?

‘Nee. Wel wil ik elke keer een andere vorm vinden. Als de uitgever vraagt: kun je nog een deel schrijven, zeg ik nee. Iets teruglezen van mezelf vermoeit me. Zo zijn ook die dierengedichten ontstaan. Had ik nog niet eerder geprobeerd.’

Ontbreken er nog dingen aan het oeuvre dat nu voor altijd bekroond zal zijn?

‘Afgelopen jaar las ik voor het eerst Ronja de roversdochter. Astrid Lindgren was 74 toen ze dat schreef. Dat is toch ongelooflijk? Ik huil niet snel, maar toen dat tijdens de laatste hoofdstukken tot me doordrong, was ik in tranen. Ik weet niet of ik mijn beste boek al geschreven heb. Sommige schrijvers zeggen dat elk boek een bevalling is. Dat heb ik altijd een idiote vergelijking gevonden. Als mijn boeken mijn kinderen zouden zijn, zou ik een heel slechte moeder zijn. Mijn oeuvre staat slordig op zolder. In de huiskamer word ik omringd door schrijvers die ik bewonder. Maar ik ga door tot ik dood ben en ik hoop dat ik, wat mijn oeuvre betreft, nog niet op de helft ben.’ 

De Kinderboekenweek is dit jaar van 3 t/m 14/10. Activiteiten door het hele land.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.