Bezielende verbanden

Een beetje voor de nieuwlichters buigen

Bleich Anet

Nederlanders, ook historici en aanverwanten, zijn geneigd het politieke leven in eigen land te bekijken als een proces met een grote continuïteit. Natuurlijk, zo af en toe is er sprake van een vlaag van opwinding, maar dit is geen land van revoluties of politieke aardschokken. Kabinetten bestaan steevast uit partijen met verschillende ideeën en het compromis staat daardoor onvermijdelijk in het hart van het politieke bestel. Veranderingen voltrekken zich geleidelijk in de vorm van accentverschuivingen.


Maar is de Nederlandse politiek wel zo solide of gezapig? Deze veronderstelling wordt vurig bestreden door twee auteurs die, interessant genoeg, beide van niet-Nederlandse oorsprong zijn. De van origine Amerikaanse hoogleraar moderne geschiedenis aan de universiteit van Amsterdam James Kennedy signaleert in de essaybundel Bezielende verbanden maar liefst twee radicale politieke breuken gedurende de afgelopen vijftig jaar, die hij aanduidt als respectievelijk een 'culturele' en een 'inperkende revolutie'. En de in het Belgische Duffel geboren jonge historica Nele Beyens betoogt in haar dissertatie Overgangspolitiek dat er na 1945 in Nederland weliswaar niet zo gek veel is vernieuwd, maar dat daaraan wel, net als in Frankrijk, een stevige machts- en ideeënstrijd is voorafgegaan.


Bij het beschrijven van de lotgevallen van het naoorlogse hervormingsstreven grijpt Beyens terug op de kritiek die in de jaren dertig van de vorige eeuw in Frankrijk en Nederland werd geuit op het functioneren van de democratie. Veel Fransen waren verontrust over de instabiliteit van het politieke systeem - tussen 1932 en 1940 bleef een kabinet gemiddeld maar vier maanden aan. Vaak werd dit geweten aan een te grote macht van het parlement dat de regering om ieder wissewasje naar huis kon sturen. In Nederland was het lang niet zo bar, maar ook hier was veel kritiek op de veelheid aan partijen, op versplintering en hokjesgeest. De remedie werd eveneens gezien in een krachtiger regeergezag.


In de jaren '40-'45 is in beide landen op deze gedachten voortgeborduurd. Dat gebeurde zowel in bezet gebied onder illegale omstandigheden als in de Londense ballingschap door respectievelijk generaal De Gaulle en de zijnen en de gevluchte Nederlandse regering die daar de facto onder leiding van koningin Wilhelmina stond. De vernieuwingsplannen die door Nederlanders in Londen werden uitgebroed waren behoorlijk autoritair, maar hadden geen consequenties, omdat alle betrokkenen en zeker Wilhelmina het eens waren dat feitelijke hervormingen pas na de bevrijding, met instemming van de bevolking konden worden doorgevoerd.


De Gaulles 'vrije Fransen' hielden veel systematischer voeling met wat er aan ideeën leefde bij het verzet in Frankrijk dan de Nederlandse regering deed. Vandaar dat hun voornemen om een nieuwe grondwet te laten opstellen door een gekozen grondwetgevende vergadering (Constituante) na 1945 inderdaad is uitgevoerd, terwijl de in het isolement uitgewerkte plannen van premier Gerbrandy c.s. in het luchtledige verdwenen.


De meeste betekenis voor het Nederlandse vernieuwingsstreven had het overleg in het Brabantse Sint Michielsgestel tussen de daar gegijzelde prominenten van diverse politieke pluimage (vooral katholieken en sociaal-democraten). Bij hen rijpte het idee om de vroegere verdeeldheid te overbruggen door het oprichten van een grote progressieve volkspartij, waarin socialisten, katholieken, protestanten en vooruitstrevende liberalen zouden samengaan. De eerste naoorlogse regering onder leiding van Willem Schermerhorn bestond voor een belangrijk deel uit aanhangers van deze 'Doorbraak'. Er kwam echter weinig van terecht; het gros van de katholieken haakte onder aanvoering van het episcopaat af en steunde de eigen Katholieke Volkspartij; de nieuw opgerichte Partij van de Arbeid bleek niet veel meer dan een voortzetting van de oude sociaal-democratie, aangevuld met een klein aantal 'doorgebroken' a

ndersdenkenden.


Nele Beyens meent evenwel dat latere historici uit het uitblijven van opzienbarende politieke verschuivingen te gemakkelijk de conclusie trokken dat dus gewoon de vooroorlogse structuren weer werden hersteld. Dat kon helemaal niet, betoogt ze, want er was sprake van een machtsvacuüm en van een 'regimewisseling' en dat 'impliceert steeds een nieuw begin, zelfs als het politieke bestel uiteindelijk weer volledig naar het beeld van het oude wordt heropgebouwd'. Een ijzersterke conclusie en een eyeopener. Want inderdaad was er sprake van een vacuüm na het ineenstorten van het nazibewind. Hoge ambtenaren, burgemeesters en andere notabelen die waren aangebleven waren geheel in diskrediet geraakt, de macht lag dus als het ware op straat, voor het grijpen.


Beyens heeft het in dit verband over een machtsstrijd (het gezag moest worden bemachtigd en vervolgens gelegitimeerd), maar zet de verschillen op dit punt tussen Nederland en Frankrijk niet scherp genoeg neer. In laatstgenoemd land was daadwerkelijk een machtsstrijd aan de hand tussen het binnenlands verzet met de communisten in een prominente rol en de door De Gaulle aangestelde functionarissen. Die strijd werd uiteindelijk democratisch beslecht door middel van verkiezingen, waaruit zowel communisten als gaullisten sterk tevoorschijn kwamen.


In Nederland valt daarentegen juist het feitelijk ontbreken van een strijd om de macht op. Het verzet had hier, met uitzondering van het linkse deel dat zijn mening niet wist door te zetten, geen politieke ambities en manifesteerde zich niet. Het door Londen ingestelde Militaire Gezag werd zonder noemenswaardige tegenstand aanvaard, evenals de regering-Schermerhorn/Drees, maar haar streven naar partijpolitieke vernieuwing en sociaal-economische hervormingen sneefde als gevolg van de uitslag van de eerste naoorlogse verkiezingen in 1946 tamelijk roemloos. Nieuw was alleen dat de sociaal-democraten mochten mee regeren.


Er was dus ook in Nederland in 1945 als gevolg van het machtsvacuüm en het ontbreken van geldige regels en procedures ampel gelegenheid voor vernieuwing, maar die ruimte werd niet opgeëist, kennelijk omdat toen, zoals Beyens opmerkt 'het hervormingsstreven voornamelijk een bekommernis is geweest van een politieke en culturele elite'. Dat is bij nader inzien ook niet onlogisch: de tot 1940 streng verzuilde samenleving werd tijdens de Duitse bezetting slechts opengebroken binnen het getalsmatig beperkte verzet en de nog kleinere groep van gegijzelde prominenten. Het grootste deel van de bevolking bleef passief en luisterde zodra het kon weer naar de oude, vertrouwde leiders.


Voor dramatischer politieke breuklijnen moeten we echt verderop in de 20ste eeuw zijn. De ontzuiling van Nederland voltrok zich schijnbaar moeiteloos als bijproduct van een gedurende 'de lange jaren zestig' (Kennedy) ingezette rebellie van radicale jongeren op een breed scala van terreinen; op de universiteit en in de katholieke kerk, thuis in het gezin en in de PvdA, overal klonk een luide roep om vernieuwing. Nederland werd gidsland, met bijzondere belangstelling voor de Derde Wereld; vrouwen en homo's eisten hun rechten op; de seksuele moraal werd losser, abortus werd geliberaliseerd, soft drugs werden gedoogd, Nederland was trots op zijn vrijgevochten en tolerante imago. De conservatieve, burgerlijke, religieuze Nederlandse samenleving was 'snel en geruisloos' en haast onherkenbaar veranderd.


Deze culturele revolutie was een internationaal (westers) verschijnsel, maar de gevolgen in Nederland waren spectaculair. Wat de Amerikaan Kennedy met name opviel was de meegaandheid van degenen die het tot dan toe voor het zeggen hadden. 'Hoewel zij hard werden aangevallen door radicale jongeren (...) werden Nederlandse gezagsdragers er ook zelf van overtuigd dat zij met de tijd mee moesten gaan en dat het hun taak was om onvermijdelijke ontwikkelingen in goede banen te leiden. De culturele revolutie in N

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden