Bewoners als acteurs

De balkonscène uit Romeo en Juliet zou je er mooi kunnen spelen. Of, zegt Jeroen van Schooten, ken je de film Mon Oncle van Jacques Tati - waarin een jongetje zijn moderne ouderlijk huis ontvlucht om lekker te verdwalen in het oude pand van zijn oom, met onverwachte gangetjes en...

Aan de buitenkant zie je dat helemaal niet. Meyer en Van Schooten Architecten hebben wel opvallender gevels op hun naam staan. De schoonheid van de GWL-woningen zit binnenin, en zegt Van Schooten, díe kwaliteit is het, die nu wordt bekroond met de Merkelbachprijs 2000. Zes blokken in Amsterdam-West, voor het leeuwendeel sociale woningbouw, honderd woningen per hectare: als je met dergelijke randvoorwaarden even niet oplet, staat er zo een galerijflat met een dooie achterkant vol vuilniszakken.

Ze maakten een galerij in het hart van het blok, een corridor, een verhoogde binnenstraat waar het daglicht binnenstroomt; een plek waar je elkaar ontmoet, bloembakken ophangt, voor de lol een wandelingetje maakt. Waar je verdwijnt, een hoekje omslaat en even later onverwacht elders opduikt. 'Hier kunnen de bewoners zichzelf acteur wanen', zegt het juryrapport van het Amsterdams Fonds voor de Kunst.

Van Schooten moet er even om grinniken, maar ergens klopt het, zegt hij. Denk aan de associatie met Mon Oncle. Daarbij ziet de jury 'Hollandse ingetogenheid' gepaard aan 'zinderende exotiek'. Van Schooten: 'Tja, dan ben ik die calvinist en staat Roberto voor het uitheemse.' Ze hebben een uiteenlopende achtergrond, Roberto Meyer (Bogotá, 1959) en Jeroen van Schooten (Nieuwer Amstel, 1960). Maar ze kennen elkaar van de middelbare school in Hilversum en werken sinds jaar en dag samen. Het architectenbureau dat ze in 1984 hun naam gaven, telt inmiddels zo'n dertig medewerkers.

Faam verwierven ze met het KEMA-gebouw in Arnhem, het ING-hoofdkantoor in Amsterdam. Maar Van Schooten praat over de andere woonprojecten, De Aker, De Tagerijn, niet in de meest makkelijke buurten van Amsterdam. Bij de 21 woningen van De Tagerijn ontwierpen ze een gezamenlijke tuin. 'Ik ben heel optimistisch: als je een open gemeenschap mogelijk maakt, een antwoord zoekt op anonimiteit binnen een buurt, zal die minder snel verpauperen. De Tagerijn is een heel kwetsbaar gebouw, maar er is nog geen ruit gesneuveld.'

Natuurlijk houdt hij af en toe z'n hart vast - als er bij de oplevering al scooters door de gangen rijden, om maar iets te noemen. Je moet afstand nemen van je ontwerp. 'Vroeger belden we nog wel eens naar een opdrachtgever. Of hij de gevel maar even wilde schoonmaken. Dat doen we niet meer.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden