‘Beul en slachtoffer zijn allebei gruwelijk alleen’

Schrijven over de holocaust werd zijn levensvervulling, maar tegenwoordig houdt Elie Wiesel (1928) zich vooral bezig met het aansporen van Nobelprijswinnaars en politici om de mensheid te redden en her op te voeden....

Elie Wiesel is de auteur van meer dan veertig boeken, maar hij manifesteert zich vandaag de dag op het eerste gezicht bovenal als de naamgever en patroon van de Elie Wiesel Foundation for Humanity. Een kleine, bescheiden man, aan wie zijn leeftijd noch de gruwelijke wederwaardigheden zijn af te lezen die hem een mensenleven terug vormden en die sindsdien zijn missie in de wereld inspireren. Een in New York gestrande Franse intellectueel, zou je denken: klein, grijze kuif, gelooid gezicht, de onnadrukkelijke elegantie van een makkelijk jasje boven een broek die daar niets mee te maken heeft, en een met zelfverzekerde achteloosheid gedragen das uit de pittiger prijscategorie. Dat hij dagelijks in de weer is met het redden of ten minste het heropvoeden van de mensheid en telefonisch onafgebroken in contact staat met politici die daar een flinke bijdrage aan kunnen leveren, zie je niet in één keer aan hem af.

Hij houdt kantoor aan Madison Avenue, ter hoogte van Central Park, Manhattan. Op de twintigste verdieping van het gebouw opent een kale, danig gespierde reus in een maatpak de achterdochtig afgesloten deur. Hier wordt met mot gerekend, dat is duidelijk.

De lange gangen langs de individuele werkkamers zijn bekleed met decente boekenkasten: langs de ene wand staan duizenden boeken die zonder uitzondering het woord ‘holocaust’ in hun titel hebben, langs de andere een evenredige collectie waarvan de auteur strijk en zet Elie Wiesel is en de titels in evenzovele talen opklinken: meer dan veertig.

Gaskamer

Gaskamer
Omdat ik iets te vroeg ben, blijft de reus naast mij zitten wachten: je weet het niet, met een schrijver die op zijn vijftiende zijn moeder en zusje naar een gaskamer zag verdwijnen en die onlangs nog, op zijn 78ste, in de lift van zijn hotel in Californië werd gemolesteerd door een gek.

Gaskamer
Door de openstaande deuren van de bureaus waaieren halve telefoongesprekken de gang in, in het Amerikaans en in het Frans, op dit moment. ‘Yeah, we hebben al de minister van Defensie van Jordanië en de minister van Onderwijs van Marokko, dus het zou prettig zijn als u ook even naar dat panel kwam.’ De Elie Wiesel Foundation for Humanity belegt geregeld conferenties, bij voorkeur met Nobelprijswinnaars en fungerende kabinetsleden als deelnemers, die worden aangespoord om her en der de wereldvrede te stichten.

Gaskamer
‘Alle premiers van Israël heb ik persoonlijk gekend’, zal Wiesel even later in zijn werkkamer vertellen. ‘Als er iets is, kan ik ze zo bellen.’ Over zijn bijzondere verstandhouding met Golda Meir, die hij leerde kennen toen hij als betrekkelijk jonge verslaggever voor enkele vage Jiddische kranten bij de Verenigde Naties werd geposteerd, schrijft hij in zijn onlangs ook in het Nederlands vertaalde autobiografie Alle rivieren stromen naar de zee.

Gaskamer
‘Zij zijn alleen’, zegt hij, gevraagd naar zijn alles overheersende belangstelling voor de slachtoffers van de geschiedenis. ‘Zij zitten opgesloten in hun eenzaamheid. Daar probeer ik iets aan te doen: zij voelen zich verlaten en ik tracht hen te begrijpen en te helpen. Want er bestaat meer dan lijden. Het moeilijkste moment in het leven van een gevangene is het moment waarop zijn beulen hem voorhouden dat hij beter kan meewerken, ‘want je vrienden hebben je immers toch in de steek gelaten’. In de nazi-tijd zijn mensen juist daardoor gebroken, flinke mensen, verzetshelden. De gedachte er alleen voor te staan is ondraaglijk.’

Gaskamer
Zelf is hij een ervaringsdeskundige als het om die eenzaamheid gaat. Het scharnierpunt in zijn werk, het literaire en het autobiografische, is het moment waarop zijn vader, eind januari 1945 en slechts tweeënhalve maand voordat de Amerikanen het kamp bevrijdden, in Buchenwald van honger en uitputting stierf aan dysenterie. De 16-jarige Elie, die samen met hem uit Roemenië op transport was gesteld en te werk was gesteld in de aan Auschwitz gelieerde werkkampen van Buna, en ten slotte met hem van kamp naar kamp was versleept, bleef alleen achter.

Gaskamer
‘Er is in onze tijd een seculiere religie ontstaan’, zegt Wiesel op de vraag of wij wijzer zijn geworden van onze, van zijn ervaringen. ‘Dat is de religie van de mensenrechten. In de jaren dertig van de vorige eeuw was daar geen sprake van, maar het geloof daarin is nu wijd verbreid. Die seculiere religie is wel degelijk ook een religie, maar zij is effectiever en directer dan de vroegere religies en zij verenigt protestanten, katholieken en Joden. Het belangrijkste gebod uit de bijbel dat zij ter harte nemen, is dat je niet lijdzaam mag toezien. Dat wordt tegenwoordig niet alleen beleden, het wordt ook toegepast: toen in Darfur de hel uitbrak, is er een beroep op de hele wereld gedaan – en dat vond weerklank. Het blijkt nu, anders dan in de jaren dertig, mogelijk mensen in beweging te krijgen.’

Gaskamer
Wie ‘slachtoffer’ zegt, zegt ook ‘beul’ – en wie het kwaad wil voorkomen, moet de drijfveren van de daders kennen. Toch toont Wiesel in zijn boeken hoegenaamd geen belangstelling voor de daders: op één plek in zijn autobiografie beweert hij zelfs dat hij zijn kwelgeesten uit Auschwitz niet eens meer zou herkennen. Is dat niet al te kras, ja, al te vroom?

Gaskamer
‘Toen ik voor het Eichmann-proces in Israël was, nam ik op een dag de bus naar Tel Aviv’, vertelt Wiesel. ‘Plotseling zag ik daar iemand zitten, die ik kende – de Blockälteste uit het werkkamp. Ik herkende hem aan zijn nek, ik kende die nek, en het geheugen zoomde in op die nek: waar kende ik hem van? Polen, Auschwitz, Buna, Block, zei mijn herinnering – en toen was ik er: de Blockälteste. De blikken die wij vervolgens wisselenden, maakten mij tot de aanklager. Meer was niet nodig.

Gaskamer
‘Als verslaggever heb ik zowel het proces tegen Adolf Eichmann als dat tegen Klaus Barbie bijgewoond’, vervolgt hij. ‘Daar werd ik getroffen door wat de afwezigheid van de slachtoffers bewerkstelligt. In de rechtszaal hangt een plechtige sfeer die de woorden een andere weerklank verleent. Kan de waarheid daar aan het licht komen, kan de magistraat die waarheid bevatten? De betekenis daarvan gaat immers alle rechtvaardigheid, alle rechtsherstel te buiten. De moordenaars hoopten dat zij iedereen hadden omgebracht. Voor Barbie was de ergste straf dat zij herinnerd zouden worden.’

Gaskamer
Toen Wiesel in 1986 de Nobelprijs voor de Vrede werd toegekend, noemde het prijs verlenende comité hem een ‘boodschapper voor de mensheid’ die worstelde om ‘in het reine te komen met zijn persoonlijke ervaringen’ en daartoe een krachtige boodschap ‘voor vrede, verzoening en menselijke waardigheid’ uitdraagt. Hij moet die erkenning als een nieuwe opdracht hebben ervaren: niet alleen richtte hij van zijn prijzengeld de Elie Wiesel Foundation for Humanity op, hij lijkt zichzelf eveneens te hebben geconformeerd aan zijn eigen, door en door humanistische boodschap. Alle vragen kent hij – en, helaas, al zijn antwoorden daarop eveneens.

Beul

Beul
‘De beul en het slachtoffer zijn op een metafysische wijze met elkaar verbonden’, zegt Wiesel op de persistente vragen naar de boosdoeners. ‘De beul is immers de laatste die de ter dood veroordeelde nog in de ogen kan kijken. Dat is onverdraaglijk, en daarom wordt in vrijwel alle culturen degene die terechtgesteld gaat worden, geblinddoekt.

Beul
‘Denk aan de kap die de gehangene op kreeg in de Middeleeuwen. Waarom is dat? Omdat er geen absoluter moment denkbaar is dan de abrupte overgang van leven op dood, dat is van het begin van de geschiedenis af aan de naaktste manifestatie van de menselijke conditie geweest. De beul en zijn slachtoffer, zij zijn allebei gruwelijk alleen en zij zien die eenzaamheid in elkaars ogen.’

Beul
Dat is de leer: nu het leven. In zijn novelle Dageraad maakt hij de balans op van de onuitwisbare gruwelen die in het kamp werden aangericht. Men kan zich, Nobelprijs of niet, niet voorstellen dat je nadien niet iets terug zou willen doen.

Beul
‘Ik heb mijn leven niet besteed aan het opjagen en opsporen van de beulen, met hoeveel respect ik ook kijk naar mensen die dat wél hebben gedaan’, verzucht hij. ‘De vraag wat iemand tot een dader maakte, houdt mij niet bezig. In de ergste Einsatzkommando’s waren mensen actief die gedoctoreerd waren; is onderwijs een schild tegen het kwaad? Blijkbaar niet, al is het duidelijk dat dat tegelijkertijd de enige mogelijkheid biedt om ons tegen het kwaad te wapenen. Ik geloof krachtig in de soevereiniteit van de mens: wij zijn niet alleen vrij, maar ook soeverein. Vergeet niet dat de SS volledig uit vrijwilligers bestond.

Beul
‘Toen ik naar het Eichmann-proces ging, hoopte ik daar een monster te zullen zien, liefst met drie oren en twee monden. Het was ronduit een teleurstelling iemand te zien die gewoon was, die goed at, die zichzelf goed verdedigde, iemand die tegelijkertijd volslagen normaal was en nochtans over anderen besloten had wie van hen wel menselijk waren en wie geen mens was, wie het hooguit waard waren als slaven behandeld te worden. Toegegeven, dat roept de vraag op of er in ieder van ons een dader schuilt. Met iedere vezel in mijn lichaam hoop ik van niet: ik was 15 toen ik in Auschwitz aankwam.’

Palestijnen

Palestijnen
Goed, terug naar de slachtoffers, zijn specialisme. Hij verklaart zich solidair met alle slachtoffers. Maar ontbreekt er niet één subgenre van de hedendaagse slachtoffers, wereldwijd, namelijk de Palestijnen? Zeker, dat is geen gemakkelijke vraag, zeker niet voor hem, omdat zij slachtoffers zijn van de slachtoffers van weleer die nu daders werden.

Palestijnen
Diep zuchten en steunen: ook die vraag komt hem op de een of andere manier kennelijk vertrouwd voor. ‘Al mijn critici blijven het herhalen, vooral als zij van links komen: hoe kan jij de verdediging van de slachtoffers op je nemen, behalve die van de Palestijnen? Het zijn doorgaans niet de subtielste critici.’ De holocaust-overlevende en de Nobelprijswinnaar lijken, inmiddels beneden fluistersterkte, in een Talmoedisch twistgesprek met elkaar verwikkeld te raken.

Palestijnen
‘Ik begrijp hun woede, maar die woede zou zich op hun voorouders moeten richten’, verzucht Wiesel, ‘want die hebben in 1947 de verkeerde beslissing genomen. Dat heb ik hun ook geschreven, in mijn Open Brief aan het Palestijnse Volk.

Palestijnen
‘Waarom strijden zij niet zonder geweld, hoe kan van mij worden verwacht dat ik een zelfmoordterrorist aanvaard? In het begin van de 21ste eeuw is er een ziekte opgekomen, om te beginnen in Israël: mensen, vooral jonge mensen, blazen zichzelf op en sleuren onschuldigen mee in de dood. Hoe breng je dan nog de normale empathie op? Wat kan Israël daartegen doen, een tijdbom die altijd en overal kan liggen tikken? Ik ben geen generaal, dus het enige wat ik kan proberen is gesprekken gaande houden, comités oprichten, conferenties organiseren. En dat doe ik, onophoudelijk.

Palestijnen
‘Maar wat moet Israël doen met Hamas en Hezbollah, die helemaal geen twee staten willen, maar die de vernietiging van de ene ten gunste van de andere bepleiten en daarvoor strijden?’

Palestijnen
Nou, niet met grof geweld Libanon binnenvallen om een paar gekidnapte soldaten op te halen.

Palestijnen
‘Kijk, die oorlog in Libanon, verleden zomer, was een vergissing’, zegt hij met een opmerkelijke toegeeflijkheid. ‘Ik probeer met een comité van Nobelprijswinnaars het gesprek op gang te brengen: ik heb geen andere macht dan de macht van een vrije geest en de behoefte andere vrije geesten uit te nodigen.’

Palestijnen
Laatste vraag: wat zou er van hem geworden zijn als Adolf Hitler niet tussenbeide gekomen was en zijn toekomstplannen danig in de war had gestuurd? ‘Dan zou ik nu Talmoed-leraar in een klein dorp in Roemenië of Bulgarije zijn’, zegt hij beslist, ‘want dat is mijn natuurlijke staat.’ Hij staat op, rekt zich uit, legt een hand op mijn schouder en loodst me langs de lijfwacht, de onveilige gang van het kantoorgebouw in.

Palestijnen
Een man met een missie, een man in dienst van een missie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden