Beschouwing moshpit

Beuken bij Iggy Pop én Ronnie Flex: in de moshpit ‘voel je dat je leeft’

Jongeren met sporen van de moshpit op hiphopfestival Woo Hah in Hilvarenbeek. Beeld Nick Helderman

Joelend tegen elkaar opbeuken voor het podium en met een bloedlip muzikaal één zijn met je medefans, is de kick van de moshpit, of het bij Iggy Pop was of nu bij Ronnie Flex.

Je kunt er je zonnebril, je schoenen, je telefoon of je ziel verliezen. Je kunt er opgaan in het moment, je laten meevoeren in de kolkende massa en er herboren uitkomen. Je kunt je er fysiek en mentaal laten zuiveren en centrifugeren als in een wasmachine. Je kunt er je arm, nek of kaak breken. Vrienden en vijanden probleemloos  een beuk verkopen. Bloed op je kleren krijgen en geen idee hebben van wie de vlekken afkomstig zijn. De dood in de ogen kijken of in het gezicht uitlachen. Je kunt er voor heel even ervaren dat je je één voelt met alle mensen om je heen, bezweet, buiten adem en dolgelukkig.

Trots toonden de stofstrijders hun verwondingen: gebutste lippen, geschaafde jukbeenderen en bloedneuzen. Beeld Nick Helderman

De moshpit – de plek, meestal vooraan bij het podium, waar concertgangers wild tegen elkaar aan botsen – is  zowel de plaats van de ultieme catharsis als de grote gelijkmaker: er is verbroedering, vervoering en loutering op een armlengte van je helden. Het klinkt wellicht als iets uit vervlogen tijden, toen punkers pogo’den en gitaren nog gierden en toen de tegencultuur gelijk stond aan grunten, distortion, witte boze jongeren, zwarte bandshirts en satanische rockverschijnselen, maar het tegenovergestelde is waar: de moshpit is, hoewel enigszins veranderd, levendiger dan ooit. Vooral onder de jeugd die niets moet hebben van rock.

Wie afgelopen zomer op Woo Hah rondliep, het grootste hiphopfestival van Nederland, zag door de aanhoudende droogte gigantische stofwolken opstuiven boven het terrein. Dat betekende dat er weer een pit was ontstaan, voornamelijk bestaande uit jongens tussen de 15 en 25, met mondkapjes en bandana’s tegen het zand en een dichtgeritst schoudertasje voor de waardevolle spullen, zodat ze als een gek konden springen, tegen elkaar op beuken en rondjes rennen. Trots toonden deze ‘stofstrijders’, zoals muzieksite 3voor12  ze noemde, hun verwondingen: gebutste lippen, geschaafde jukbeenderen, bloedneuzen, blauwe ogen.

Beeld Nick Helderman

Gevaarlijk

And it ain’t a mosh pit if ain’t no injuries’, rapt Travis Scott op zijn recente hit Stargazing (154 miljoen Spotify-streams). De shows van de rapper, die samen met Kardashian-telg Kylie Jenner een kind heeft, staan bekend om de zeer ruige moshpits waartoe hij zelf oproept en waarop hij graag gaat crowdsurfen. Na een optreden in mei vorig jaar in de Amerikaanse staat Arkansas was het publiek zo wild, dat Scott werd gearresteerd voor opruiing en in het gevaar brengen van een minderjarige. Dezelfde avond nog werd hij zonder borgtocht vrijgelaten. Zijn muziek is exemplarisch voor de pits van nu: donderende bassen die typisch zijn voor 808-synthesizers, duistere melodietjes, harde beats en invloeden vanuit de psychedelische en indierock.

Beeld Nick Helderman

Deze zomer ontstond ook in Nederland ophef over moshpits, nadat een meisje bij het Belgische Pukkelpop gewond was geraakt tijdens een optreden van Ronnie Flex, die toch vooral bekend staat om zijn melodieuze liedjes die aanslaan bij tieners. Ze was tegen het dranghek aangedrukt omdat de pit te groot was geworden en kreeg in het ziekenhuis een brace om haar gekneusde nek. Bij RTL Boulevard werd, met het bijschrift ‘Festi-valpartij’, een alarmerend item gemaakt over deze schokkende nieuwe trend waarvan presentator Peter van der Vorst zei nog nooit te hebben gehoord.

Ja, de moshpit is genadeloos overgenomen door de hiphop, de populairste muziekvorm onder jongeren. Hiphop is tegelijkertijd de nieuwe pop én de nieuwe punk, het genre waar de meeste energie en innovatie samenkomt, waar een do-it-yourselfmentaliteit heerst, en een antiautoritaire houding. Denk: de straat vs. de status quo, en waar voortdurend uit hokjes wordt gebroken. ‘Ik denk dat de hiphop zo ongeveer alles al heeft afgepakt van gasten met een gitaar’, zei Alex Agnew, frontman van de Belgische metalband Diablo Blvd in augustus tegen de Vlaamse krant De Standaard. ‘Dus dit kan er ook wel bij.’

Beeld Nick Helderman

Het laatste hitje van De Jeugd van Tegenwoordig is wat dat betreft ook veelzeggend: ‘Ik kwam haar tegen in de moshpit / Ze stonk een beetje maar I love it’, zingt Vjèze Fur, oftewel Freddy Tratlehner, op een hoekige electrobeat en huilende gitaren. ‘Elleboog en een bloedlip / Ik kwam haar tegen in de moshpit.’ Het liedje gaat over een meisje dat een shirt van de legendarische metalband Sepultura draagt en het album Trap God 2 van rapper Gucci Mane uit haar hoofd kent. De agressieve hook klinkt op een wonderlijke manier liefdevol: ‘Beng, beng, beng, beng, beng je hoofd, bitch.’

‘Ik wilde al langer een liedje schrijven over een romance op een gore plek’, zegt Freddy Tratlehner. Zo kwam hij op de moshpit als decor. ‘De laatste drie of vier jaar ontstaan er vrijwel bij elk optreden pits’, zegt hij, ‘we hoeven er niet eens om te vragen.’ Eigenlijk haat hij publieksparticipatie. ‘Al dat gedoe van ‘handjes in de lucht’ en ‘3, 2, 1’. Een sitdown (waarbij het publiek massaal op de hurken gaat zitten en op springt bij de climax, red.) vind ik helemaal walgelijk. Maar een moshpit is nog wel leuk, want dat is chaos. En ik hou er ook van om me staand te laten dragen door het publiek. De laatste jaren staan er vooral meisjes van 16 tot 20 vooraan, dus dan moet ik eerst de jongens naar voren roepen.’

Beeld Nick Helderman

Als je om een pit moet vragen, duurt het meestal te lang, zegt Tratlehner. ‘Dat haalt de vaart uit het optreden. Dan staat de muziek uit en roept zo’n gast: ‘Ik wil een modderfokking moshpit! Maak een enorme open cirkel!’ En dan vijf minuten later ben je nog bezig.’ Daar snijdt hij een gevoelig punt aan: er wordt tegenwoordig zo veel en zo snel om moshpits gevraagd door artiesten, vaak bij een nummer dat niet eens zo hard is, dat het ook iets potsierlijks kan hebben. Alsof het optreden niet af is zonder pit. Tratlehner: ‘Ja, dan komt het niet zo oprecht over. En al die mensen die losgaan, hebben geen idee wat rock is. Maar ja, wat maakt dat uit.’

Vroeger

Tja, waar komt de moshpit eigenlijk vandaan? De oervader van de ruige concertbeleving in het algemeen en de stagedive in het bijzonder is Iggy Pop, die zich tijdens optredens van The Stooges eind jaren zestig halfnaakt in het publiek wierp. Later, eind jaren zeventig en begin jaren tachtig, ontstond de moshpit in de hardcorescenes aan de oost- en westkust van Amerika. Hardcore stond toen niet voor keiharde gabberhouse, maar voor snelle harde punk. De eerste moshpit op tv, tijdens een optreden van de punkband Fear in het comedyprogramma Saturday Night Live in 1981, is legendarisch en cruciaal geweest in de landelijke verspreiding.

Nog voordat de drummer het gejaagde ritme begon aan te slaan, kropen de fans al het podium op, beukten de bandleden omver en sprongen als een troep wilde dieren over elkaar heen. Het groepje moshers was zo klein, dertig man hooguit, dat er soms meer publiek óp het podium stond dan ervoor en dat de crowdsurfers zich meermaals, met salto’s en al, in een nogal, ehm, crowdloze ruimte stortten. Het verontrustende tafereel leek volkomen chaotisch en levensbedreigend,  en was dat misschien ook wel. Voordat het optreden was afgelopen, hadden zenderbazen het programma al uit de lucht gehaald.

Beeld Nick Helderman

De schrik zat er, kortom, goed in bij conservatief Amerika. En de jeugd was er uiteraard door gegrepen. Binnen een paar jaar sloeg de moshpit over naar andere genres, zoals heavymetal, grunge en uiteindelijk ook naar enkele energieke vormen van hiphop, zoals de Beastie Boys, Public Enemy, Ice-T, Cypress Hill, Wu-Tang Clan en Onyx. Eind jaren negentig was de moshpit zo mainstream én zo gevaarlijk geworden, er waren meerdere doden bij gevallen, dat bands zich er tegen uit begonnen te spreken, zoals The Smashing Pumpkins en Fugazi. De moshpit zou een plek zijn geworden waar pestkoppen zich uitleefden in plaats van een gebroederlijke wildemansdans waarbij iedereen een beetje op elkaar let.

Generaties

Want een moshpit kent, in tegenstelling tot wat buitenstaanders vaak denken, wel degelijk een etiquette en een soort gestructureerde dynamiek. De oudere generatie metalfans geven de regels van de moshpit door aan de jonge garde, ontdekte antropoloog Lindsay Bishop in een etnografische studie waarvoor ze jaren mee op tournee ging met metalbands. Haar conclusies: de moshpit is vrijwillig, wie valt, wordt opgepakt en de gewonden worden weggedragen.

Beeld Nick Helderman

Ook is er een strikt onderscheid in moshpits. Bij de wall of death, vooral te vinden in de metalhoek, scheidt het publiek zich in twee kampen om in volle vaart als figuranten uit Braveheart op elkaar af te rennen. In de punkscene is het gangbaar met je armen als molenwieken rond te zwaaien. De meestvoorkomende vormen zijn tegenwoordig de pogopit, waar iedereen op en neer springt en tegen elkaar op beukt, en de cirkelpit: met een groep rondjes rennen als een wervelwind, bekend uit de clip Witch Doctor van De Staat en van optredens van onder meer The Opposites.

Conclusie: de pits van nu zijn veel veiliger – al kunnen er nog altijd gewonden vallen – dan de chaotische oervormen waren. Uit een natuurkundige studie aan Cornell University, waarin video’s waren geanalyseerd van het publiek bij metalconcerten, bleek dat mensen in moshpits zich statistisch gezien hetzelfde voortbewegen als gasatomen, dat wil zeggen: vrijelijk en willekeurig, alleen interacterend als ze tegen elkaar opbotsen. Het zijn zulke nieuwe moshpit-inzichten die, denken de wetenschappers, van nut kunnen zijn om in de toekomst situaties veiliger te maken waarbij in een grote menigte paniek uitbreekt.

Rest de vraag: waarom hebben de jongste concertgangers juist nu zo’n behoefte aan moshpits? Filosoof Vjèze Fur weet daar het antwoord wel op. ‘We leven in rare tijden’, zegt Tratlehner. ‘Het is best hectisch en verwarrend, het nieuws komt maar op je af. Dan is het fijn om je te uiten en niets is zo heerlijk als losgaan in de pit. Ik duik zelf ook weleens het veld in, de energie is voelbaar, je gaat op in het moment. Het is ook goed voor die kids, een beetje actie. Iedereen zit maar op z’n telefoontje en op Instagram te loeren, het leven is gemakzuchtig en risicoloos. Soms wil je voelen dat je leeft toch? Dat lijkt me essentieel aan het mens zijn.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.