Betoverend danslichaam wordt leesbaar

Tekst en dans, ze zullen eeuwig op gespannen voet staan. Helpen woorden de lichaamsbeweging te interpreteren of schrijven ze het eigene ervan juist kapot?.

Het nieuwe programma 4x20 Storyproof van Scapino Ballet Rotterdam toont twee dappere en twee fantastische pogingen om het lichaam met poëzie, dialogen en songtekten leesbaarder te maken.

Huischoreograaf Georg Reischl opent met zijn inmiddels bekende grillige idioom, in September Virgin – een vertolking van een gebroken dronkenmansleven. Mischa van Leeuwen zwalkt half triomferend over het podium, de tekst declamerend van De fles (een smartlap van Jan Boezeroen). De andere vijf dansers schieten wispelturig heen en weer en breken hun tred af met lachbuien en plotse stops. Rustpunt is celliste Nina Hitz die midden op het podium met eigen improvisaties ritme geeft aan snel wisselend tableaus. Danser Min-Li weet de kronkelige bewegingen te centreren in een rustgevende aanwezigheid. Maar toch maakt de onrust rond deze flessenkenner uiteindelijk een te richtingsloze indruk: alsof alle dansers via hun ledematen ‘met dubbele tong’ praten.

De Franse choreograaf Christophe Garcia gebruikt zijn levenslange fascinatie voor Michelangelo’s piëta voor een tragikomisch dansstuk over rouw (5 steps for a piëta). De theaterscènes onder aanvoering van een verrassend acterende Véronique Prins – over de vijf fases in een rouwproces – zijn grotesk en koket, maar net niet scherp genoeg. De bewegingen die volgen op De dood en het meisje, Schuberts muzikale klassieker over verdriet, lezen ook zonder de theatrale introductie als verschillende vormen van rouw: ontkennende, boze, depressieve en accepterende treurwilgen die sjouwen met logge lijkzakken. Het lijkt of Garcia zijn keuze voor het zwaar emotionele werk van Schubert wil verluchtigen met humor. Dat wringt.

Artistiek leider Ed Wubbe herneemt zijn veelzeggende duet Nicht zutreffendes Streichen, omdat Desire van Uri Ivgi en Johan Greben artistiek niet rijp bleek. Bryndis Brynjolfsdottir en Rupert Tookey dansen een scherp, ontroerend en intiem portret van nabijheid zoekende maar elkaar niet rakende geliefden, op dorstige violen van Heinrich von Biber en een op band voorgedragen gedicht van Hans Magnus Enzensberger. Die paar woorden over angst maken de minieme afstand tot een spreekwoordelijke kloof.

En dan zijn daar aan het slot weer die razendsnel wentelende torso’s van huischoreograaf Marco Goecke. In zijn nieuwe aanwinst Supernova laat hij vier mannen en drie vrouwen met bedwelmend vlug roterende armen en Japans dribbelende voeten een magische spel spelen van opkomen, exploderen, imploderen en verdwijnen. Met wervelend zout creëren ze eerst een nevel waar het zevental vervolgens in oplost en dan weer verschijnt, met ongelooflijke kracht, snelheid en spierbeheersing. Goecke lijkt het onmogelijke te vragen van de Scapino-dansers en toch realiseren ze het zonder aarzeling of twijfel. Af en toe steekt een koude, snijdende wind uit hun kelen op. Songteksten komen voorbij, op jazzy sax en drums, zoals het breekbare Shake that Devil out of me van Antony & The Johnsons.

Als de duivel door deze onvoorstelbaar indrukwekkende tremola’s niet uit de betoverde danserslichamen is geschud, zit hij vastgevroren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden