Betoverd door een kikker

Felix Hess, die vandaag de prijs voor Kunst en Techniek krijgt, maakt werk op het raakvlak van beide disciplines. Geluidsbeestjes bijvoorbeeld, die concerteren als kikvorsen....

Door Theo Jansen

De laatste twintig jaar waren talrijke congressen, themaweken en workshops gewijd aan kunst en wetenschap of kunst en techniek. Persoonlijk heb ik gezellig meegedeind op die brede golf van belangstelling voor het onderwerp: lezinkje hier, praatje daar. Toen werd het stil. Ik dacht dat het voorbij was. Verbazing deze week bij het openen van de post: Het zal toch niet?. . . Nee, niet weer een uitnodiging voor een symposium kunst en techniek. Hebben we dat onderwerp niet genoeg besproken? Die pruttelende ideetjes, niet weer wil ik horen dat techniek nut heeft en kunst niet. Vertel niet dat beide disciplines lang geleden uit elkaar zijn gegaan en dat ze weer bij elkaar moeten komen.

Ik heb mijn conclusie getrokken. Als er onderscheid is tussen kunst en techniek dan is dat onderscheid volkomen onbelangrijk. Wat maakt het uit of iets kunst of techniek genoemd wordt. Het gaat er om wat het is, wat het doet. Welk licht laat het (kunst)werk op de wereld schijnen? Zonder vooroordeel dient deze vraag in overweging genomen te worden.

Juist de kunstenaars die zich aan meerdere disciplines wagen, lopen het risico lastig te worden gevallen met vooringenomen standpunten. Een kunstenaar die zich op het gebied van de techniek begeeft, wordt onherroepelijk geconfronteerd met: 'Eigenlijk is het techniek.' Juist de minst technisch onderlegde beschouwer lijkt zich dit standpunt toe te eigenen. Men weet kennelijk wat techniek inhoudt: boutjes, moertjes, nippeltjes, transistortjes.

Laten we de techniek eens wat breder beschouwen. We bekijken de wonderen van de natuur. Hoe de vleugel van een vogel zich een baan klieft door de lucht, de werking van het oog, de werking van een spier, een zenuw, het staan, het zitten, het is allemaal techniek. Onder techniek versta ik alle trucjes die de Grand Créateur uit de kast heeft getrokken om dit heelal tot een succes te maken. Nu moet u niet gelijk denken dat er een god bestaat. God of geen god, wat maakt het uit? We staan op deze wereld, het is heel vreemd en tegelijk heel waar, maar als er een god bestaat dan heeft hij een degelijke technische opleiding achter de rug.

De evolutie draait om techniek. Het merkwaardigeis dat de producten van de evolutie, wij dus, ook begaan zijn met techniek. Wij, schepseltjes, zijn het evenbeeld van de grote evolutie. Wij doen hetzelfde als datgene waaruit wij zijn voortgekomen En dan bedoel ik niet het gepruts met boutjes, moertjes en transistortjes. In de techniek dreunt een diep filosofische grondtoon. Niet iedereen lijkt dit te beseffen.

Daarom is het goed dat het ingenieursbureau Witteveen en Bos uit Deventer een prijs in het leven heeft geroepen voor kunst en techniek. Wellicht dat het helpt de diepere betekenis van techniek door te laten dringen en de vooroordelen te slechten.

Over vooroordelen en vooringenomen standpunten gesproken; de eerlijkheid gebiedt te melden dat die prijs vorig jaar aan mij is toegekend. Dit jaar gaat de prijs naar Felix Hess (Den Haag, 1941). Als er één kunstenaar is die de techniek in een breed kader weet te plaatsen, dan is hij het.

In 1975 werkte hij als fysicus in Australië. Daar raakte hij onder de indruk van de geluiden in zijn tuin. Er zaten boomkikkers die naar elkaar kwaakten. Hij luisterde naar de kikkers als naar een concert. Het ritme, de ruimtelijkheid, het golven van het volume, het imponeerde hem. Al luisterend vroeg hij zich af hoe de harmonie kon ontstaan zonder dat er een dirigent aan het hoofd stond.

Hij kocht een stereotaperecorder en maakte opnamen. De concerten waren nooit hetzelfde. Ze werden bei¿nvloed door andere geluiden in de omgeving: regen, wind, krekels, een passerende vrachtwagen. Ook maanlicht of temperatuur bleken effect te hebben. 'Ik was betoverd door de Australische kikvorsen. Het waren prachtige nachten.'

Hij verklaarde het plotselinge aanzwellen van de kikvorsgeluidjes, als volgt: Kikvorsen luisteren. Als ze kikvorsgeluiden horen stijgt hun bereidheid te roepen. Bij horen van andere geluiden vallen ze stil.

Hij analyseerde de werking van het beestje en vertaalde die naar een elektronisch netwerkje, ook een soort beestje. Het kon tjirpen en kon luisteren. Felix maakte samen met een vriend, Herman Coster, honderd beestjes. En? Het werkte. Er ontstonden golvende ritmes, patronen, een concert zonder dirigent. Hess bracht

het complexe concert terug tot de herhaling van een simpel schakelingetje.

We gaan ons niet afvragen of het werk tot de kunst of de wetenschap behoort. Het dóet ons iets. Alleen al het initiatief om honderd beestjes te maken is wonderbaarlijk en inspirerend. Een jaar of tien geleden mocht ik een tjirp-concert beluisteren. Het getjirp wijst ons op de primitieve communicatiebeginselen: roepen en luisteren. Hallo, is daar iemand? Het legt bloot dat wij mensen wellicht ook ooit roependen waren. Ons tjirpen heeft wel erg veel intonaties voortgebracht en is vreselijk complex geworden, maar het blijft getjirp: roepen en wachten, vragen en antwoorden.

De anatomie van de elektronische schakeling is simpel. Het oor (microfoon) absorbeert geluid. De mond (speaker) doet het omgekeerde, die produceert geluid, meestal ander geluid dan het oor is binnengekomen, kwestie van input en output. Tussen oor en mond heeft een transformatie,een bewerking door de hersenen, plaatsgevonden. Wat dat betreft verschilt een kwaakconcert van boomkikkers niet van de kakofonie van onze mensengeluiden. Ons concert is alleen wat complexer.

De elektronische beestjes kennen maar twee woorden (geluiden): kikvorsgeluid en ander geluid. Het inwendige van het schakelingetje is ook simpeler dan onze hersenen. Achter het oor wordt de oorsprong van het woord (geluid) gedetermineerd: kikvors of ander wezen. Vervolgens splitst het signaal zich naar twee afdelingen die ik zou willen omschrijven als de ophopers van vermoeden. U voelt aan wat ik hiermee bedoel: op die afdelingen hopen zich vermoedens op. Op de ene afdeling het vermoeden dat er sprake is van een kikvorsgeluid, op de andere dat er sprake is van een ander geluid. Een van de twee vermoedens zal winnen en bepalen of een tjirpgeluid de mond gaat verlaten.Hess brengt het systeem van de schepseltjes terug tot een systeem van in-en output. Het is de stam van de woekerende boom van informatieverwerking, zowel in de natuur als in de informatietechnologie.

Een ander werk van Hess dat mij onmiddellijk aanspreekt, is het vaantje. Simpel dingetje, een vaantje, papiertje aan een stokje, dat door de luchtstroom gericht wordt. Een windwijzer eigenlijk, maar dan één voor de minimale briesjes, zuchtjes of tochtjes.

Felix Hess is gevoelig voor de subtiele verschijnselen. Hij weet ze uit te vergroten en ons erop attent te maken. Honderden vaantjes staan op de vloer van een zaal. Ze maken de luchtstromen over de vloer zichtbaar. Het werk roept associaties op met een weerkaart waarop alle windrichtingen zijn weergegeven.

Ook zie ik het beeld van een papier waaronder een magneet verstopt zit en waar ijzervijlsel overheen gestrooid is. Er ontstaan lijnen, die samen een patroon vormen. Het patroon verandert voortdurend. Kennelijk houdt de luchtlaag vlak boven de vloer van spelletjes. Als zich ergens lucht verplaatst, moet het vacuüm dat op dat moment ontstaat opgevuld worden met andere lucht. U begrijpt dat die lucht ook weer ergens vandaan moet komen. Telkens wordt het vacuüm opgevuld. Het is een spelletje van de lucht, een spel van oorzaak en gevolg, van vraag en antwoord, van roepen een luisteren.

In het kader van de lucht, moet ik de gang van de boemerang melden. Hoe kan een boemerang terugkeren? Felix Hess bestudeerde de gang van de boemerang aan de hand van een lampje dat erop gemonteerd was. Hij maakte foto's van het bewegende object in de schemering met open lens.

Het resultaat is bijgaande foto. Met het gooien van de boemerang ontstaat een beeldhouwwerk van licht. De hand smijt een sculptuur de lucht in. De aanmaak van het kunstwerk duurt niet lang, het moment van werpen duurt een fractie van een seconde. Daarna ontstaat de witte kronkellijn. Aan die lijn is af te lezen hoe snel de boemerang gaat, met welke frequentie hij ronddraait en welke afstand hij aflegt. Zakelijke feitjes, getalletjes.

De tegenstelling van de zakelijke wetenschappelijkheid met die geheimzinnige sfeer pompt in deze foto meer contrast dan op grond van een gewoon ontwikkelproces in een fotolaboratorium verwacht mag worden. Felix Hess maakte deze foto in het kader van zijn promotie aan de universiteit van Groningen.

Het was het begin van zijn loopbaan als kunstenaar.

Hij wist toen nog niet wat hem te wachten stond. Dat hij zich met hart en ziel zou overgeven aan concerten van kikvorsen, zich onvermoeibaar zou werpen op zijn talrijke andere projecten met licht en geluid, vele tentoonstellingen zou hebben, vooral in Japan en Duitsland. En dan nu krijgt hij de kunst en techniekprijs, in de grote kerk van Deventer.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden