Beter worden zonder Freud

Psychoanalytici leggen de godganse dag hun oor te luisteren bij degenen die met de regelmaat van een klok op hun spreekuur komen....

Die psychoanalytici zijn in haar ogen de zwaar beproefde erven vanSigmund Freud, hun schouders gaan gebukt 'onder de mythe van deoerontdekker'. De hele dag laten ze iemand binnen, gaan dan zitten enluisteren, innen hun honorarium, en laten dan de volgende binnen. Niets dantaal. En soms zeggen ze iets terug, iets dat zij lang bewaard hebben, zegtClément, 'in dat bewonderenswaardige en raadselachtige geheugen, waarinFreud de grondslag heeft gezien van de communicatie tussen het onbewustevan de patiënt en dat van de psychoanalyticus'.

De psychoanalyse is echter op sterven na dood, luidt de conclusie vaneen veertigtal wetenschappers, historici en patiënten in Le livre noir dela psychanalyse - Vivre, penser et aller mieux sans Freud, een virulentrapport over de stand van zaken in Frankrijk, het meest freudiaanse landter wereld. Als je je maar lang genoeg laat analyseren, dan heb je verderniets meer nodig om als psychoanalyticus aan de slag te gaan, hoogstens nogde bijstand van andere analytici. Nergens zijn er zoveel psychoanalyticien worden zoveel halve waarheden verteld; nergens zijn zoveel volgelingenvan Freud of van Jacques Lacan, diens 'buikspreker', die meestal even vrijassociërend begon te praten als hij gewend was te luisteren. Dit deed hijzo levensecht, - 'men zou het ook improvisatie kunnen noemen', schreefClément al in 1978 over Lacan -, 'dat zijn ademloze gehoor niet eens ophet idee kwam dat de man misschien gewoon aan het dichten was'.

Le livre noir de la psychanalyse is in nauwelijks drie of vier wekenal een bestseller, een in kranten, tijdschriften en op televisie felbesproken boek dat in Frankrijk tot een regelrechte guerre des psys heeftgeleid, een pennenstrijd tussen freudianen en gedragstherapeuten. Was Freudeen charlatan? Heeft hij mensen kunnen genezen? Waarom zijn psychoanalyticimeer in kunst en taalfilosofie geïnteresseerd dan in de genezing van hunpatiënten?

Het 'zwartboek', waaraan ook Nederlandse wetenschappers hebbenmeegewerkt, rekent met een mokerslag van 831 pagina's af met 'de Weensekwakzalver' (in de woorden van Han Israëls van de Maastrichtseuniversiteit), met de freudianen en de modieuze lacanianen, met het'bastion psy', de divan en de hele freudiaanse rataplan, met de mythes ende legendes van de psychoanalyse. Er staan niet alleen schrijnendevoorbeelden in van de mislukkingen van Freud - zoals 'het geval' van dedwangneuroticus Wolvenman, een van zijn beroemdste patiënten - maar vooralook scherpe analyses van zijn boeken.

Freud verdoezelde resultaten: hij vertelde in de nog maar enkele jarengeleden door het Freud-archief in de Library of Congress in Washingtonvrijgegeven brieven aan zijn verloofde Martha Bernays geheel andereverhalen, die hij volgens Israëls 'nooit, nooit, maar dan ook helemaalnooit ergens heeft gepubliceerd'.

Sommige vorsers ontdekten dat Freud loog over de bereikte mate van zijnzogenaamde therapeutische successen. In Le livre noir wordt hij doorsommigen 'een pathologische leugenaar' genoemd, 'een cynicus', of 'een opgeld beluste psychoanalyticus'. Zeker is, zeggen Frank Cioffi en AllenEsterson in een interview in het boek 'dat hij nooit de hele waarheidvertelde'; hij loog niet maar verdraaide de feiten.

Hét probleem met de psychoanalyse is dat we niet precies weten hoeFreud er toe kwam, 'omdat er van alles niet klopt aan wat Freud er zelfover heeft verteld', vindt ook Israëls. In al zijn geschriften zette Freudde feiten naar zijn hand. Die ontstaansgeschiedenis is ook moeilijk tebeoordelen, omdat de archieven gesloten blijven - al vinden de meestefreudianen dat geen probleem, want dat willen ze juist: hun genootschappenhebben veel geheimen. De trouwe adepten van Freud hebben liever niet datde deugdelijkheid van zijn theorieën wordt onderzocht, dat de feitenwetenschappelijk worden getoetst.

Het rapport is een uitputtend verslag, waarin veel onderwerpen meerderekeren worden gewikt en gewogen door steeds weer een andere wetenschapper,ook door 'afvalligen in de leer', zoals de voormalige Belgischepsychoanalyticus Jacques Van Rillaer. In het boek wordt de geschiedenisgeschetst van de psychoanalyse, versnipperd over het hele boek, over deeerste successen en de populariteit van Freud, maar ook over deanti-psychiatrie en de gedragstherapieën, over het dolhuis en defarmaceutica. Le livre noir de la psychanalyse is echter geengeschiedschrijving, maar een verzameling semi-wetenschappelijke artikelenen soms ook pamfletachtige standpunten, een j'accuse van de psychanalyse.

Toch was het kennelijk niet de bedoeling alleen maar een negatief beeldte schetsen van Freud en van zijn ideeën, het rapport is geen goedkoopdebat over de voor- en tegenstanders van 'de clowns van de psychoanalyse',zoals Lacan en zijn volgelingen wel eens worden genoemd. Bovendien, het isopmerkelijk hoe de auteurs - onder wie Frederick Crews, Frank Sulloway enPeter J. Swales - de psychoanalyse zonder vooringenomenheid bestuderen.

De psychoanalyse is nog steeds populair in Frankrijk; allerleilacaniens hebben zich gestort op de meest uiteenlopende onderwerpen, zepretenderen deze met hun zienswijzen en hun taalspelen te verrijken. Zelfsde politiek heeft zijn psychoanalytische waterdragers, en op deuniversiteiten en in publicaties laten ze zich kennen als dé Franseintelligentsia.

In haar onlangs verschenen Le divan, c'est amusant - Lacan sans peine,zeg maar een 'Lacan zonder moeite', ontcijfert bestsellerauteur CorinneMaier de geheimtaal van de extravagante Jacques Lacan. Volgens haar was hetLacans ambitie 'om van een Weense patisserie een croissantje te maken'hetgeen tientallen boeken en bijna dertig al dan niet gepubliceerde'séminaires' heeft opgeleverd. We kunnen nog even verder, allemaalsprankelende maar vaak ook onbegrijpelijke taal, geanalyseerd terwijl jegeamuseerd op de divan ligt in het kabinet van Lacan in de Parijse rue deLille. Maier, zelf psychoanalytica, die in haar bestseller Bonjour paresse'de kunst van het effectieve nietsdoen op het werk' propageerde, houdt nueen pleidooi voor de psychoanalyse, voor meer Freud, meer Lacan. Haarboekje is een 'draagbare Lacan', maar is zich daarin verdiepen nog amusant?

'Het is zoals die laatste mens die nog gauw Esperanto leert', schreefAdam Gopnik in The New Yorker. 'Wie ligt straks nog bij zijnpsychoanalyticus op de sofa?' Er was nochtans ooit een tijd dat veel lezersvan dat blad op Park Avenue een afspraak hadden met hun psychiater.Psychoanalyse was een trend. In november 1993 stond op de cover van Time:'Is Freud dood?' Wellicht, zegt psychiater Jean Cottraux, is depsychoanalyse een kunstvorm en was Freud, die in zijn Traumdeutung zijneigen proefkonijn was, eigenlijk een romancier, hij ontving ooit deGoethe-prijs voor literatuur. Of misschien was hij ook een romanpersonage,dat in zijn boeken figureert als iemand die merkt dat het helepsychoanalyse-verhaal in feite niet klopt.

Paul Depondt

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden