Beter in balans

De stilte die op 13 juni 1960 intrad na het laatste akkoord van Pli selon pli trof componist Rudolf Escher ‘als een negatieve klankexplosie na de voorgaande positieve’....

Frits van der Waa

Reinbert de Leeuw, die Pli selon pli komende dinsdag dirigeert in het Holland Festival, was er twee jaar later bij, toen de cyclus zijn eerste Nederlandse uitvoering beleefde in het Concertgebouw. Ook hij was ‘verpletterd’ door de kennismaking met het werk. ‘Het is één van de muzikale monumenten uit die tijd,’ vindt hij, terugblikkend na vijfenveertig jaar. ‘Een stuk waarin alles samenkomt waardoor die componistengeneratie geobsedeerd was: ideeën over serialisme, over ruimte, en dan - en dat geldt speciaal voor Boulez - over de verfijning van de klank. Voor het eerst was te horen hoe sterk zijn muziek aansluit bij Debussy, bij de Franse traditie.’

Portrait de Mallarmé luidt de ondertitel van het werk, dat, in Boulez’ woorden, ‘gekristalliseerd’ is rondom vijf sonnetten van Stéphane Mallarmé. De 19de-eeuwse dichter schiep labyrinten van woorden, klanken en betekenissen, waarin de componisten van de jaren zestig hun eigen alomvattende, ‘inclusieve’ idealen herkend moeten hebben.

Toch is de wijze waarop Boulez Mallarmé in klank heeft geportretteerd eerder metaforisch dan picturaal. Dat gaat zover dat grote delen van de tekst ofwel weggelaten ofwel onverstaanbaar zijn. De zinsnede Pli selon pli (‘plooi na plooi’) is ontleend aan een ander gedicht van Mallarmé, dat beschrijft hoe de stad Brugge opdoemt uit de nevel.

Het hart van het werk wordt gevormd door drie Improvisations sur Mallarmé, waarin de zangeres een hoofdrol bekleedt. Die worden omlijst door twee omvangrijke, voornamelijk instrumentale delen, Don en Tombeau, die slechts nog snippers en sleutelwoorden van Mallarmés teksten bevatten.

Er is in musicologische kringen al veel gezegd, geschreven en getheoretiseerd over de toonhoogtestructuren, formele aspecten en de mate waarin de muziek de versregels, rijm en inhoud van de poëzie reflecteert; dat gaat zo ver dat in Improvisation III de woorden oplossen in de muziek, naar analogie van de teloorgang van de scheepswrakken in de tekst.

Minstens zo belangrijk is evenwel dat het cerebrale element in Pli selon pli gepaard gaat met een grote mate van vrijheid. De Leeuw: ‘Het heten niet voor niets improvisations. De tempo’s zijn heel flexibel, mede afhankelijk van de adem van de zangeres, en van de versieringsnoten. Dat element is heel kenmerkend voor zijn stijl.’

De versie waarvan De Leeuw indertijd getuige was, klonk alweer anders dan degene die Escher twee jaar eerder had gehoord. Boulez had het eerste van de vijf delen, dat aanvankelijk gedacht was voor sopraan en piano, intussen voorzien van een orkestbegeleiding.

De componist, die erom bekend staat dat hij bij voortduring poetst en verbouwt aan zijn oudere werk, liet zijn chef d’oeuvre daarna ruim twintig jaar ongemoeid, maar onderwierp het eerste en vierde deel in de jaren tachtig toch aan een grondige revisie. Hoewel de oudere versies van Pli selon pli niet meer leverbaar zijn bij Boulez’ uitgever Universal Edition, zijn de plaatopnames die hij in 1969 en 1981 maakte dat nog wel, wat aardig vergelijkingsmateriaal oplevert met de recente – en dus omgewerkte – versie die hij in 2001 heeft opgenomen.

Opvallend genoeg kan juist de oudste opname er nog heel goed mee door. Eigenlijk klinkt de uitvoering spetterender dan die van 1981, wat voor een deel te maken heeft met de zang van Halina Lukomska, wie de rol beter ligt dan Phyllis Bryn-Julson, maar ook met het elan van de musici, al gaat het in beide opnamen om het BBC Symphony Orchestra. De meest recente registratie, met Boulez’ eigen Ensemble InterContemporain, is afwijkend, en dan gaat het niet alleen om de uitbouw van de noten, die vooral in het vierde deel heel markant is, met verschillende toegevoegde partijen en zelfs compleet nieuwe secties.

Frappant is dat de musici het vocabulaire zo veel beter beheersen. De muziek klinkt niet meer als aan elkaar gepaste puzzelstukjes, maar veeleer als een vloeiend geheel, dat moeiteloos van kleur verschiet als de noten van partij naar partij springen. Tegelijkertijd is de opname minder ruimtelijk dan de twee voorgaande, waardoor vooral sopraan Christine Schäfer, hoe excellent verder ook, iets minder markant naar voren komt.

Of Boulez’ uitbreidingen het werk nu echt beter in balans brengen, zoals hij zelf vindt, mag de luisteraar zelf uitmaken. Hoewel de schok van het nieuwe er na al die jaren misschien een beetje af is, is het toch wel duidelijk dat Igor Stravinsky’s oordeel, die het werk drie weken voor zijn dood beschreef als ‘pretty monotonous and monotonously pretty’, allerminst toepasselijk is – al heeft Boulez het zich, getuige zijn verbeteringen, misschien toch erger aangetrokken dan men destijds dacht.

1969: Halina Lukomska en BBC Symphony Orchestra. Sony.

1981: Phyllis Bryn-Julson en het BBC Symphony Orchestra. (Boulez- box met 4 cd’s). Erato.

2001: Christine Schäfer en het Ensemble InterContemporain. DG.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden