RecensieCaravaggio-Bernini. Barok in Rome

Beter dan de schilderijen roepen de beelden het barokgevoel op ★★★★☆

Op de tentoonstelling Bernini-Caravaggio ogen de doeken van onder anderen Caravaggio statisch.

Giuliano Finelli Karrdinaal Scipione Borghese (1577-1633) Rome, 1632 Carrara-marmer, h. 81 cm; voetstuk: marmer, h. 18,1 cm New York, The Metropolitan Museum of Art Inv.nr. 53.201; aangekocht dankzij een schenking van Louisa Eldridge McBurney, 1953Beeld The Metropolitan Museum of Art, New York

De man heeft niet veel goeds in de zin, kardinaal Scipione Borghese (1577-1633), met zijn varkensoogjes. Te lui om alle knoopjes van zijn verfrommelde mantel dicht te maken. Te hautain om de toeschouwer recht in de ogen te kijken. Een biretta op het hoofd alsof hij al uren aan het carnavallen is. Met één blik velt hij een stier.

Nu was de kardinaal ook een snoodaard. Hij gaf niet alleen Gian Lorenzo Bernini opdracht uit carraramarmer zijn beeltenis te houwen, maar ook diens rivaal en vroegere assistent Giuliano Finelli. Om de twee tegen elkaar uit te spelen. Finelli won uiteindelijk. In de uitgehakte kop spreekt Scipione’s doortraptheid.

Het beeld is een van de hoogtepunten op de tentoonstelling Bernini-Caravaggio. Barok in Rome, die vrijdag 14 februari in het Rijksmuseum wordt geopend, samen met talloze andere levenslustige marmerbeelden, zoals van Francesco Mochi, François du Quesnoy en van Bernini vanzelfsprekend. De grote verrassing is dat deze sculpturen zo veel beter het bruisende barokgevoel oproepen dan de schilderijen die er ook hangen. Overigens niet van de minsten: Michelangelo Merisi da Caravaggio, Giovanni Galli, Hendrick ter Brugghen en Orazio Gentileschi.

Toch opmerkelijk. 

Barok, het staat volgens de boekjes bekend als die tomeloos wervelende 17de-eeuwse kunststroming die in klassieke kunst een ongekende geestdrift en zinsbegoocheling teweegbracht. Met name in Italië. Te beginne in Rome. Met dank dus aan Caravaggio (1571-1610) en Bernini (1598-1680). En aan kardinaal Gabriele Paleotti, die tijdens het Concilie van Trente, halverwege de 16de eeuw, besefte dat de katholieke kerk, na de opkomst van het protestantisme, ook artistiek in de tegenaanval moest en alle pracht en praal, waartoe de kunst in staat was, uit de kast moest halen. 

Wie ooit in Rome is geweest, weet hoe goed uitgevoerd dat idee van Paleotti is geweest. Loop een willekeurige kerk binnen en je waant je in een Efteling van krullen en kleuren, bewegingen en verbeelde emoties. Alles is actie, passie, genot, levendigheid, spitsvondigheid, expressie. Precies zoals de dodelijke blik van kardinaal Borghese.  En precies ook zoals tentoonstellingsamensteller Frits Scholten het heeft bedoeld.

Op papier zou je verwachten dat schilders met deze uitbundigheid beter uit de voeten kunnen dan beeldhouwers. Is met verf op linnen niet zoveel meer mogelijk, wat betreft fantasie en verbeelding, licht en schaduw, dan met het moeilijk te bewerken carraramarmer, waarbij de wetten van de zwaartekracht gelden en er altijd wel een stukje afbreekt als je niet oppast, zoals de vingers in Bernini’s portret van Thomas Baker? 

Natuurlijk, de achteloosheid waarmee Gentileschi Judith en haar dienstmeid het afgehakte hoofd van Holofernes in een mandje laat wegdragen, of de overdreven schrik waarmee Caravaggio een jongeling schildert die door een hagedis wordt gebeten (oei, au, niet meer doen hoor!): het zijn taferelen die je niet makkelijk in terracotta of natuursteen zal uitbeelden. Dat klopt.

Toch lijkt het dat deze schilderijen, hoe fantastisch ook, in vergelijking met de sculpturen statischer overkomen, als gevangen in hun lijst. Terwijl de beelden vrij van elke beknelling de ruimte kiezen. Zie de slangentooi op Medusa’s hoofd, de vertrokken tronie van Triton, het kapsel van Thomas Baker dat als een harig beest tot over zijn schouders hangt. 

Alles wat je de beeldhouwkunst aan bewegingloosheid toedicht wordt in het Rijks gelogenstraft. En dan zijn de bekendste sculpturen uit de barok in Amsterdam niet te zien. Zoals de beroemde Extase van Theresia, van Bernini, die je nu eenmaal moeilijk met een slijptol uit de krullerige Cornaro-kapel kunt losmaken. Maakt niet uit, de beelden die er wél zijn, zijn de winst van deze tentoonstelling. 

Veelkleurige muren

Het is even wennen. Staat het Rijksmuseum bekend om zijn donkergrijze muren (van de Franse architect Jean-Michel Wilmotte) waartegen de collectie hangt, de wanden in de Philipsvleugel voor de Caravaggio-Bernini-tentoonstelling zijn wit, marineblauw, zachtroze, vanillegeel, kastanjebruin en bordeauxrood. Ontwerp van het Italiaanse duo Simone Farresin en Andrea Trimarchi van Studio Formafantasma. Strak, architectonisch, met doorkijkjes en zichtlijnen, alsof ze Rome op een eigentijdse manier hebben willen nabouwen. Ze studeerden aan de masteropleiding van de Design Academy in Eindhoven en wonen en werken nu in Amsterdam-Noord.

Caravaggio-Bernini. Barok in Rome

Beeldende kunst

★★★★☆

Rijksmuseum, Amsterdam. 14/2 t/m 7/6.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden