Beschaving en barbarij

VERSTOKEN VAN pretenties is Reis door het schimmenrijk, het boek dat Parool-redacteur Arie Elshout schreef over 'een mislukte eeuw', allerminst....

Voorzover een dergelijke onderneming al geen blijk geeft van hybris, strookt ze in elk geval ook niet met de deemoed die Elshout tegen het eind van zijn tour d' horizon aanbeveelt als remedie tegen te veel utopische bevlogenheid. Gelukkig maar dat de auteur op dit punt niet zo consequent is. Want al maakt de grootse opzet Reis door het schimmenrijk kwetsbaar voor kritiek, het boek zit juist daardoor vol interessante observaties en levendige momentopnamen.

Elshouts onbevangenheid heeft iets verfrissends. Daar gaat hij, in een touringcar met veteranen van de 97ste jagersdivisie uit Beieren. In de zomer van 1941 stootte dit onderdeel van de Wehrmacht via Lvov en de Oekraïne door tot diep in Rusland; een jaar later bereikte het het westen van de Kaukasus.

'Wat ooit begon als een Duitse Blitzkrieg is ten slotte teruggebracht tot een sentimental journey van een groep alte Kameraden', mijmert Elshout en hij noteert de ontboezemingen en belevenissen van zijn reisgenoten. Hij hoort hun verhalen aan over nachtelijke man-tot-man gevechten met de uit het niets opduikende Russen. Hij is getuige van een ontmoeting met Russische veteranen, waarbij het verleden met veel wodka wordt afgedronken. Maar één van de Russen houdt zich afzijdig, wil niet met Duitse veteranen drinken, want hij heeft z'n zuster verloren; ze ligt in het massagraf te Babi Jar. De man krijgt op z'n donder van een commandant; voor de Russen is verzoening thans de officiële lijn.

Elshout beschrijft de Duitse oud-militairen met een mengeling van afstandelijkheid en compassie. Hij stoort zich aan de vooroordelen van sommigen (een enkeling debiteert de Auschwitz-Lüge), twijfelt aan de bewering dat zij tijdens hun Russische veldtocht niets hebben misdaan, vat niettemin voor enkelen sympathie op. 'Ze brachten offers, de een verloor zijn jeugd of zijn kameraad, de ander zijn been of zijn arm, maar erkenning krijgen ze er niet voor', concludeert hij sober.

Reis door het schimmenrijk bestaat voor een fors deel uit historische reportages, waarbij een fragment uit het jongste verleden tot leven komt door verhalen van medespelers of ooggetuigen. Af en toe dreigt een licht gevoel van déjà vu, maar Elshout verrast regelmatig met een originele invalshoek of indringende conclusie.

Dat geldt bijvoorbeeld voor zijn beschrijving van de Berlijnse villawijk Wannsee, waar Hitler en zijn getrouwen het besluit namen de joden in Europa uit te roeien. 'De vredige normaliteit van de deftige villawijk doet geen afbreuk aan de sinistere sfeer (. . .), maar versterkt haar. (. . .) Nergens anders komt de Duitse paradox van beschaving en barbarij, die tevens de paradox van deze eeuw is, zo goed tot uiting als in de statige Wannsee-villa.'

Hartverscheurend is de reportage uit Nagasaki, de vriendelijk ogende Japanse stad die op 9 mei 1945 werd getroffen door een Amerikaanse atoombom (73.884 doden en 74.909 gewonden op 240 duizend inwoners). Oud-burgemeester Motoshima, gehaat bij extreem rechts wegens scherpe kritiek op keizer Hirohito, beschouwt de atoombom als het absolute kwaad. De twee nucleaire bombardementen op Japan noemt hij in één adem met de holocaust 'de grootste misdaden tegen de menselijkheid' uit de twintigste eeuw.

Elshout doet zelf geen pogingen een nieuwe rangorde aan te brengen in de verschrikkingen van deze eeuw. Hij houdt vast aan Auschwitz als 'het ultieme kwaad' en bepleit 'ultieme voorzichtigheid' bij het vergelijken met andere uitingen van misdadige politiek. Die stellingname lijkt me terecht, maar ze verdient een wat explicietere onderbouwing met argumenten.

Het geven van theoretische interpretaties is in het algemeen niet Elshouts sterkste punt. Hij helt over naar een totalitarisme-opvatting, waarin communisme en nazisme ideologische overmoed en minachting voor de mens als individu met elkaar gemeen hebben. Als analyse is dat nogal weinigzeggend. Andere aanzetten tot verklaring, zoals de tegenstelling tussen beschaving en barbarij (ook binnen afzonderlijke naties en systemen) en het streven naar een zo perfect mogelijke technologie van de vernietiging, worden ook aangestipt, maar blijven in de lucht hangen.

Al ontwikkelt Elshout geen coherente visie op 'zijn' eeuw, zijn interviews met beroemde historici, filosofen en politici leveren interessante uitspraken op. Zo vertelt de Amerikaanse historicus Arthur Schlesinger jr. (medewerker van president Kennedy), dat de Cuba-crisis van 1962 veel gevaarlijker is geweest dan iemand destijds wist. De Russische raketten op Cuba waren al van kernladingen voorzien. Sterker nog, aldus Schlesinger, 'de Sovjet-commandanten blijken toen de bevoegdheid te hebben gehad zonder voorafgaande toestemming van Moskou de kernwapens te gebruiken in het geval van een Amerikaanse invasie'.

De gesprekken met Gorbatsjovs medewerkers Zagladin en Sjachnazarov werpen een helder licht op de Britse en Franse aarzelingen aangaande Duitse hereniging na de val van de Muur. Vadim Zagladin: 'De Fransen en de Britten vonden dat de Russen de eenwording moesten stoppen. Dat hebben ze nooit recht op de man af gevraagd aan Gorbatsjov, maar wel indirect, vele malen, in alle gesprekken.'

Hoe dichter Elshout het heden nadert, des te boeiender wordt Reis door het schimmenrijk. Hij schetst een mooi, genuanceerd portret van Gorbatsjov, de in eigen land vergeten en verguisde hervormer. Hij komt met alarmerende reportages uit de sloppen van Boston en het Britse mijnstadje Grimethorpe.

Hij schrikt in Boston van 'de afzijdigheid waarmee de welvarender delen van de bevolking toekijken hoe de onderklasse wegdrijft'. 'Het bestaat naast elkaar, maar het leeft niet met elkaar. Het woord samenleving is er niet meer van toepassing.' En sinds de sluiting van de kolenmijn valt in Grimethorpe alles uit elkaar: straten, huizen en gezinnen. Het roept bij de verslaggever de vraag op of na de nederlaag van nazisme en communisme weer een nieuw gevaar dreigt: een neoliberalisme dat de eigen uitgangspunten niet meer ter discussie stelt.

De sociale fragmentering en het ontstaan van een onderklasse die in de westerse metropolen de plaats van de traditionele arbeidersklasse inneemt, baren ook John Kenneth Galbraith, befaamd en bejaard Amerikaans econoom, grote zorgen. Mede uit de wreed verlopen 'Russische laboratoriumproef met het pure kapitalisme' trekt hij de conclusie 'dat de sociale component nooit uit het oog mag worden verloren'. Of zoals Elshout zegt: laat het in de tweede helft van deze eeuw gesloten 'verstandshuwelijk tussen kapitalisme en verzorgingsstaat' alsjeblieft niet verdwijnen.

Anet Bleich

Arie Elshout: Reis door het schimmenrijk - Op het breukvlak van een mislukte eeuw.

Contact; 250 pagina's; * 39,90.

ISBN 90 254 2167 9.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden