Bert Natter overtreft zichzelf met gedurfd 'praatboek'

 

Een conceptuele kunstenaar van in de 40 rijdt zijn vader, een gerespecteerde oude dichter, vanuit Hamburg naar huis. De tocht gaat langzaam, want vaders oude Mercedes is niet meer zo fit. Het wordt een roadtrip to remember, voorspelt de eerste zin van het boek: 'Mijn vader is er niet meer.' Hij komt om, midden op de snelweg.


Hoewel de oorzaak van zijn dood lang in het midden blijft en die vraag de roman voortstuwt, is Remington, de derde roman van Bert Natter (1968), vooral een praatboek, een intellectuele exercitie die in de Nederlandse literatuur niet veel wordt aangedurfd. Althans, praten doet alleen de zoon. De vader 'praatte niet, hij sprak. Zelfs als hij uit zijn nek lulde, deelde hij nog mede. Hij klonk als iemand die door een zware, bakelieten telefoon van gene zijde het woord tot je richtte.'

Twee tijdgeesten

De reis, in flashbacks herinnerd door de zoon, dient als vehikel voor een gesprek tussen twee tijdgeesten. Vader (zonder naam) is een echt 20ste-eeuws personage, dat een nostalgisch verlangen oproept. Hij citeert Heidegger en Rilke, draagt immer een driedelig pak met vlinderdas, en schrijft al zijn werk op een typemachine van het merk Remington. Hij is de romanticus, de conservatief, en de materialist; voor hem is een kunstwerk een Ding an Sich, hij wil van zijn gedichten maar één origineel exemplaar hebben, alle eerdere versies vernietigt hij.

Zoon is de pragmaticus, de ideeënman; hij bedenkt slechts kunstwerken, de uitvoering laat hij aan assistenten over. Hij is van het grote gebaar, vult hele museumzalen met miljoenen blokjes marmer of een compleet bos. Zijn vader is de speldenprik, die zoekt naar dat éne goede woord.

Ingetogenheid

De kracht van de roman zit in zijn ingetogenheid - de kluchtige dramatiek van Natters eerdere boeken lijkt mijlenver weg. Vader en zoon hebben een complexe dynamiek, die op zichzelf al interessant genoeg is, waardoor je haast vergeet dat je een ideeënroman aan het lezen bent. Aan de oppervlakte zijn de twee beleefd, ze botsen nauwelijks, maar er is genoeg onderhuidse spanning om het niet in gebabbel te laten verzanden.

De ideeën worden daardoor nergens eenduidige schema's, maar winnen juist aan diepgang. De zinnen zijn direct en eenvoudig; slechts een enkele keer wordt de toon van de zoon lyrischer, vergunt hij zich een poëtische zin - alsof hij heel even zijn vader is. Zo legt het grote gebaar het uiteindelijk af tegen de speldenprik. Met dat inzicht lijkt Natter een nieuwe weg in zijn schrijverschap in te slaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden