Recensie Berliner Philharmoniker (drie sterren)

Berliner Philharmoniker: verbluffend. Maar wat bleef hangen, was de piep

Klassiek

Simon Rattle dirigeert de Berliner Philharmoniker Beeld Ronald Knapp

Vroeger speelden het Koninklijk Concertgebouworkest en de Berliner Philharmoniker een wedstrijdje om wie het mooist speelde. Maar de twee beroemde orkesten lijken hun terrein te hebben verlegd. Tegenwoordig wordt er vooral gestreden om wie het hardst musiceert.

Althans, dat zou je haast geloven na het optreden van de Berliner dinsdagavond. Het orkest was te gast in de zaal van de rivaal (al speelt, toegegeven, die rivaliteit meer aan Amsterdamse zijde), het Concertgebouw. Waar KCO-dirigent Daniele Gatti geregeld trommelvliesteisterende volumes van zijn manschappen eist, dirigeerde de Berliner-chef Simon Rattle het publiek énaar de kno-arts.

Een ongemakkelijke avond

Voor zijn afscheidstournee had de Engelsman, die na een samenwerking van 16 jaar overstapt naar het London Symphony Orchestra, Anton Bruckners Negende symfonie meegenomen. Interessant was dat hij met een ‘voltooide’, vierdelige versie kwam, die hij eerder ook heeft opgenomen. Maar al snel werd duidelijk dat het een ongemakkelijke avond zou worden.

Die fameuze orkestklank had ineens iets overspannens. Rattle jaste zo’n hoog voltage door het orkest, dat het machtige apparaat gebreken ging vertonen. Schurende dissonanten van solospelers die nauwelijks boven het tutti uitkwamen, voelden onbedoeld misplaatst. Passages die zoveel ruimtelijkheid kunnen suggereren, zorgden juist voor een claustrofobisch gevoel.

Misschien heeft het te maken met het feit dat de Berlijners ‘thuis’ in de moderne terrassenzaal van de Philharmonie harder moeten werken dan in de gulle akoestiek van het Concertgebouw. Of zou het komen doordat het orkest bij het afscheid van zijn geliefde chef zo gretig gééft? In ieder geval kreeg de dirigent de volle aandacht van de musici, iets wat zo normaal lijkt, maar allerminst vanzelfsprekend is. Die spatgelijke pizzicati – pats, pats! – gaven er blijk van.

De contrabassen springen eruit

Decibellenstortvloed of niet, dat technisch meesterschap blijft iets om van te genieten. Die zuiverheid van de hoorns in het openingsdeel, de wendbaarheid van de strijkers, die van een schitterend gegronde in-de-snaar-klank kunnen schakelen naar een voluptueus Wienerisch vibrato: verbluffend.

Een sectie die er uitsprong, was die van de contrabassen. In Hans Abrahamsens Three Pieces for Orchestra (2017), een opdrachtwerk, bleek dat de basgroep met cello-achtige finesse en kern in de hoogte, maar met behoud van diepte, een goede klasse beter is dan die van het Concertgebouworkest. Fijn stuk van Abrahamsen, de nu 65-jarige componist die in 2013 plotsklaps beroemd werd met zijn werk Let me tell you. De Three Pieces overtuigen door mysterieuze klankkleurcombinaties en ontregelende percussie.

Maar wat bleef hangen, was de piep. Voor Rattle was het going out with a bang – maar dit kan toch niet de dreun zijn die hij heeft beoogd.

Simon Rattle leidt 'zijn' Berliner Philharmoniker in het Concertgebouw tijdens zijn afscheidstournee Beeld Ronald Knapp

Berliner Philharmoniker, Afscheidstournee Simon Rattle. Werk van Bruckner en Abrahamsen. 5/6, Concertgebouw, Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.