Berlijn steekt alsnog geld in nazi-bolwerk

Geschrokken van de heftige protesten heeft de stad Berlijn een reeds besloten bezuiniging ongedaan gemaakt: op de plek waar ooit de hoofdkwartieren van Gestapo en SS waren gevestigd, komt een documentatiecentrum....

Van onze correspondent

Willem Beusekamp

BERLIJN

Op een uiterst pijnlijk moment, vorige week tijdens de herdenking van de Rijkskristalnacht (9 november 1938), werd bekend dat de Duitse hoofdstad voorlopig geen geld meer beschikbaar wilde stellen voor het project Topographie des Terrors, een 'reconstructie' van het gebouwencomplex waar de nazi-top de uitroeiing van alle Europese joden organiseerde.

Gepland is een 128 meter lang en twintig meter hoog museum op de plek waar zich tot het einde van de oorlog het Prins Albrecht Paleis bevond. Het paleis werd in 1945 gebombardeerd. Vanaf 1934 hield SS-leider Himmler er kantoor; in 1939 werd er tevens het Reichsicherheitshauptamt ondergebracht, onder leiding van Reinhard Heydrich.

Onder de grond bevinden zich nog de resten van Gestapo-kelders, waar Hitlers 'geheime staatspolitie' gevangenen heeft gemarteld. Een deel van deze ruimtes wordt opgegraven en in de oorspronkelijk staat teruggebracht. Direct naast de opgraving staat sinds enige tijd een houten keet, waar bezoekers een indruk kunnen krijgen van hoe het documentencentrum wordt opgezet.

Het project kost 45 miljoen mark. Te veel, oordeelde de Berlijnse senaat. Wegens 'acuut geldgebrek' werden de bouwwerkzaamheden stilgelegd en in de volgende eeuw zou worden bekeken of het centrum er alsnog kon komen.

Ignatz Bubis, voorzitter van de joodse gemeenschap in Duitsland en voorzitter van de internationale stichting die het project begeleidt, protesteerde maandag als eerste. Op een persconferentie in Berlijn verweet hij burgemeester Eberhard Diepgen (CDU) 'een boosaardige faux-pas' en 'woordbreuk'. De Duitse vakcentrale (DGB) volgde dinsdag met een even scherpe aanval op het stadsbestuur. De evangelische kerk en de Israëlische ambassadeur in Bonn noemden de bezuiniging 'onbegrijpelijk'.

Diepgen schoof de schuld van de bezuiniging richting zijn senator van Financiën, Annette Fugmann (SPD) en vertrok vervolgens naar Japan. Op hoog niveau, tot in de bondskanselarij, werd het overleg voortgezet. De fractieleiders van CDU en SPD (Berlijn wordt bestuurd door een 'grote coalitie') kregen vanuit Bonn opdracht een internationale blamage te voorkomen en de schade tot het uiterste te beperken. Resultaat: de kosten worden gedeeld door Berlijn (28 miljoen) en Bonn (17 miljoen).

Niettemin staat de hoofdstad op een particuliere inzamelingsactie, omdat de 28 miljoen waarschijnlijk niet alleen zijn op te brengen. Gisteren werd een bankrekening geopend waarop particulieren hun bijdrage kunnen storten.

Fractievoorzitter Landowsky lichtte de noodzaak van een collecte gisteren als volgt toe: 'Het project is een federale zaak. Juist daarom moet ik erop wijzen dat Berlijn niet in staat is nationale monumenten en herdenkingsprojecten alleen of voor het grootste deel te financieren. Gevraagd is de solidariteit van de gehele republiek, inclusief particulieren.'

Ignatz Bubis is tevreden met de thans gevonden oplossing.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden