InterviewBeri Shalmashi

Beri Shalmashi vertelt het verhaal van haar Koerdische dorp middels de verhalen van haar dorpsgenoten

Regisseur Beri Shalmashi.Beeld Valentina Vos

Te weinig mensen kennen het verhaal van de Iraanse Koerden, vindt de Nederlands-Koerdische filmmaker Beri Shalmashi. In de interactieve docu Big Village leert ze de kijker over het lot van haar dorp.

‘Is het daar gevaarlijk?’, vraagt cameravrouw Dionne Cats aan filmmaker Beri Shalmashi. ‘Daar’ is Koya, een stadje in Irak waar het hoofdkwartier van de Democratische Partij van Iraans Koerdistan (KDP-I) zetelt. Het is 2018 en de Iraans-Koerdische beweging is uitgeweken naar Irak, omdat haar streven naar een autonome regio door Iran wordt gefrustreerd met raketaanvallen, standrechtelijke executies en schimmige processen met dubieus bewijsmateriaal.

Shalmashi (36) wil naar Koya om Koerden te interviewen voor haar nieuwe documentaire Big Village, waarin ze een beeld schetst van het leven in Gewredê, een zelfvoorzienend dorpje in de Iraakse bergen waarvandaan de KDP-I in de jaren tachtig opereerde. Shalmashi bracht de eerste twee jaar van haar leven door in Gewredê, waarna haar ouders na de zoveelste Iraanse bommenregen besloten naar Nederland te vluchten.

Toen, in de jaren tachtig, stelde de KDP-I met tienduizenden peshmerga (Koerdische strijders) nog iets voor. Maar de decennialange onderdrukking heeft zijn uitwerking gehad. Hoewel er in Iran zo’n tien miljoen Koerden wonen, is de door Iran verboden partij een marginaal clubje bannelingen geworden. Te marginaal voor de Iraanse ayatollahs om tijd en munitie aan te besteden, denkt Shalmashi op dat moment.

Rookpluimen

‘Zeker, het is veilig’, zegt Shalmashi daarom tegen cameravrouw Cats. 

Ze vliegen naar Irak, waar zes miljoen Koerden wonen. In Koya filmen ze voormalig inwoners van Gewredê en krijgen ze onder meer hulp van Ibrahim, een charismatische grapjas die goed Engels spreekt en een oude vriend is van de vader van Shalmashi.

Twee maanden later, op 8 september 2018, zet Shalmashi na een uurtje yoga in het Amsterdamse Westerpark haar telefoon aan, waarop een hele rits Whatsappmeldingen verschijnt. Verontrust belt ze haar vader Mustafa, die vanuit Almere nog steeds nauw betrokken is bij de Koerdische zaak. Via Skype woonde hij een vergadering van de KDP-I bij, hoort ze van hem, maar de verbinding werd abrupt verbroken. Eerst weet hij dat aan het onbetrouwbare Iraakse internet, maar toen hij op Facebook rookpluimen boven het hoofdkwartier van de KDP-I zag kringelen, wist hij dat het mis was. De Koerden zijn toch niet onbeduidend genoeg.

Door zeven Iraanse raketaanvallen zijn achttien Koerden omgekomen. De stiefmoeder van Shalmashi belt de dochter van Ibrahim, die verblijft in een asielzoekerscentrum in Leeuwarden, om te vertellen dat haar vader dood is.

Shalmashi vermoedt dat Iran een signaal wilde afgeven aan aartsvijanden Saoedi-Arabië en Israël. ‘Even laten zien waartoe ze in staat zijn. Omdat ze geen eigen land hebben, zijn uiteindelijk de Koerden – dat zag je ook toen de Verenigde Staten ze vorig jaar in de oorlog tegen IS in de steek lieten – altijd weer de lul.’

Prikkelende verhalen

De brute aanslag haalde de kranten nauwelijks. Sowieso lijken weinigen zich over het lot van de Iraanse Koerden te bekommeren, zegt Shalmashi nu, zittend aan een picknicktafel in Amsterdam. Voor de Turkse Koerden is wel aandacht, omdat zij met hun PKK vechten tegen het Turkije van president Erdogan, die als buurman van Europa ieder moment de grenzen wagenwijd open kan zetten, met nieuwe vluchtelingenstromen tot gevolg. Ook Iraakse en Syrische Koerden halen geregeld de journaals. De Iraakse vanwege hun heldhaftige strijd tegen IS, de Syrische door hun stichting van de (internationaal niet-erkende) autonome regio Rojava, ‘een feministische utopie in het Midden-Oosten’, volgens de Volkskrant.

Zulke prikkelende verhalen hebben Iraanse Koerden niet in de aanbieding. Met Big Village (de vertaling van Gewredê), de documentaire die vanaf woensdag 17 juni online te zien is, hoopt Shalmashi hen aan de anonimiteit te onttrekken. Ook wil ze de missie van haar ouders, die hun levens hebben gewijd aan de Koerdische zaak, voortzetten. Haar vader was diplomaat en radiomaker bij de beweging, haar moeder richtte een vrouwenbeweging op.

Met coregisseur Lyangelo Vasquez heeft Shalmashi vier jaar aan het project gewerkt. Eerder maakte Shalmashi met Sanne Vogel de voor een Gouden Kalf genomineerde film Mama. Tussen 2012 en 2015 woonde ze in de Iraaks-Koerdische stad Erbil, waar ze ging doceren aan de Salahaddin Universiteit. Nu is ze onder meer adviseur bij het Nederlands Filmfonds en directeur van Avanti Almere, een kenniscentrum voor debat en inclusie.

Voor Big Village reisde ze behalve naar Irak ook naar Australië, Frankrijk, Zweden en Zwitserland om de inwoners van Gewredê te interviewen. De KDP-I was daar begin jaren tachtig noodgedwongen neergestreken, nadat de Iraanse Revolutionaire Garde een Koerdische opstand had onderdrukt. De Iraans-Iraakse oorlog was net begonnen en Saddam Hoessein bood de Iraanse Koerden onderdak en jeeps onder het motto: de vijand van mijn vijand is mijn vriend.

Op de restanten van een verlaten kamp bouwde de KDP-I een school, radiozender, krantenredactie en stenen huizen. Shalmashi schat dat er zo’n vijfduizend leden van de KDPI woonden. ‘Op zo’n willekeurige plek is een complete samenleving verrezen’, zegt ze. Lachend: ‘Ik ben zelf opgegroeid in Almere, dus ik zie parallellen.’

Het leven was eenvoudig, de omstandigheden waren soms onaangenaam. ‘Het wemelde van de muggen, schorpioenen en slangen’, zegt Ahmed Sherbagui, de radiopresentator van Gewredê, in de documentaire. ‘Er waren kleine muggen die in je neus, ogen en oren vlogen.’

Altijd was er angst. Al die overvliegende vliegtuigen konden zomaar een bom laten vallen (het eerste uitgesproken woord van Shalmashi zou ‘bommenregen’ zijn geweest). Teruggekeerde peshmerga’s vertelden bloederige verhalen over het front. Ook waren er betrouwbaarder bondgenoten denkbaar dan Saddam Hussein. Hoelang zou hij hun aanwezigheid dulden? Want intussen bestreed hij vurig de Iraakse Koerden, met wie de Iraanse Koerden heimelijk samenwerkten.

Geluk

Ondanks alle ellende, zegt Shalmashi, beschouwen alle geïnterviewden de periode in Gewredê als de gelukkigste in hun leven. Deels kwam dat door de natuur. ‘Nederlanders denken bij het Midden-Oosten vaak aan de woestijn’, zegt Shalmashi. ‘Koerdistan lijkt op de Alpen. ’s Winters ligt er een dik pak sneeuw, in maart verschijnen de eerste sneeuwklokjes en narcissen. We gingen vaak wandelen in de bergen.’

Belangrijker nog was het saamhorigheidsgevoel. Shalmashi: ‘Iedereen leefde voor iets waarvoor ze bereid waren te sterven.’ De strijd voor een Koerdische autonome regio was niet zonder gevaren, dat wisten haar ouders. Haar vaders broer, de prominente Koerd Mela Aware, was door het regime opgehangen op een plein in de Iraanse stad Sardasht. Haar moeder werd gemarteld toen ze van haar zwanger was. Ze kwam vrij na een een gevangenenruil.

Haar ouders vluchtten vervolgens naar Parijs, maar keerden na de geboorte van Beri weer terug naar de strijd. ‘Zo zie je maar’, zegt Shalmashi, ‘dat mensen echt niet zo snel besluiten naar het veilige Europa te gaan’.

Ook in Zweden is de gemeenschap, die daar honderdduizend Koerden telt, hecht. Dat merkte Shalmashi toen ze in Stockholm in een taxi stapte en vroeg of de chauffeur een Koerd was. ‘Ja’, zei hij, ‘en jij bent toch Beri Shalmashi?’ Op sociale media was het bericht rondgegaan dat ze er was.

In Genève vertelde radioman Ahmed Sherbagui dat hij het Beri’s vader nog steeds kwalijk neemt dat die na een bombardement direct de benen nam en hun studio verliet. Een uitzending kon je niet zomaar laten stilvallen, vond Sherbagui. Toen Beri haar vader hiermee confronteerde, zei hij dat hij naar haar was toegerend. Shalmashi: ‘Door het maken van deze documentaire kan ik zo’n dag mooi vanuit verschillende perspectieven laten zien.’

Ondanks de Zwitserse welvaart verlangt Sherbagui terug naar Gewredê. ‘Overal waar ik in Gewredê kwam, zei men: ‘Kijk, daar heb je Ahmed Sherbagui’’, zegt hij in de documentaire. In Zwitserland, waar hij buschauffeur is, kent niemand hem.

Koerden wereldwijd herkennen zijn stem nog steeds, zegt Shalmashi. Ze heeft hem daarom gevraagd een podcast te maken, maar dat durft hij niet. ‘Ik hoop dat hij door Big Village inziet dat er wel degelijk aandacht is voor ons verhaal en dat hij het alsnog gaat doen.’

De familie Shalmashi vlucht uiteindelijk in 1986. De UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de VN, plaatst ze in Leeuwarden. Een paar jaar later verlaten ook de laatste Koerden Gewredê, om een paar kilometer verderop opnieuw een dorp te bouwen.

Galawêj Ibrahimi, die nu in het Australische Adelaide woont, trok een pijnlijke conclusie. Ze zei tegen Shalmashi dat hun ouders allemaal martelaren zijn, zelfs als ze nog leven. ‘In Europa zijn de Koerden toch een huls van de mensen die ze in Koerdistan waren’, zegt Shalmashi instemmend. Dat geldt ook voor haar nu 67-jarige vader, die in Nederland ging werken als landmeetkundig ingenieur bij de gemeente Zeewolde. ‘Hij wordt hier vaak niet als Koerd gezien, maar als nog zo’n migrant’, zegt Shalmashi.

‘Het is toch een beetje alsof je als Nederlandse verzetsheld in Azië gaat wonen en het maakt niemand uit of je Nederlander of Duitser bent’, zegt Shalmashi. ‘Ik hoop dat de collega’s van mijn vader deze documentaire zien en denken: wauw, hij heeft dit en dat gedaan in die oorlog.’

Interactieve docu

Big Village is een interactieve documentaire, waarbij de kijker kan navigeren door de geïllustreerde plattegrond van Gewredê. Na het klikken op een bepaalde locatie vertelt een inwoner er een verhaal over. Lyangelo Vasquez is coregisseur, Harm van de Ven is programmeur en de illustraties zijn gemaakt door Suzan Hijink. Big Village is gemaakt in samenwerking met de Volkskrant en Kaliber Film.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden