Berg wint van personages in Everest

De acteurs van Everest leggen het op alle fronten af tegen de berg. De ijzige uitzichtloosheid van de Death Zone aan de top staat in schril contrast met de onbeholpen psychologisering van de bergbeklimmers. Pas als de berg het voor het zeggen krijgt, ontpopt Everest zich tot overlevingsdrama.

Jason Clarke als Rob Hall in Everest. Beeld AP/Universal Pictures

Zoals dat geregeld gaat in het rampenfilmgenre, wordt ook in Everest op handen zijnd gevaar vooraf keurig aangekondigd. Het gevaarlijkst tijdens de beklimming van 's werelds hoogste berg, zo leert de film van IJslander Baltasar Kormákur (101 Reykjavík, Contraband), is het gebied rond de top (8.848 meter hoog), de zogenoemde Death Zone waar lichaamsdelen wegvriezen en zuurstofgebrek kan leiden tot hallucinaties of de suggestie van verdrinking. Samenvattend, uit de mond van expeditieleider en hoofdpersonage Rob Hall (Jason Clarke): 'Mensen zijn niet gebouwd om te functioneren op de kruishoogte van een 747.' En dan blijft de kans op een woeste onweersstorm die deze groep klimmers anno mei 1996 overviel nog onbesproken.

Juist het risico drijft ze naar boven: arts met oogproblemen Beck (Josh Brolin), de hoesterige Doug (John Hawkes), de zwijgzame Japanse (Naoko Mori) die reeds zes bergen beklom en ook de zevende hoopt te trotseren en, leider van een concurrerend team, rouwdouwer Scott alias Mr. Mountain Madness (Jake Gyllenhaal), die in tegenstelling tot de geduldige Rob vindt dat hulpbehoevende klimmers niets op de berg te zoeken hebben.

Interview

Everest, de verfilming van de dramatische bergbeklimming in 1996, is een balansoefening. De gekken voor de een zijn helden voor de ander. Regisseur Baltasar Kormákur lost het op met veel 'echt': van het originele logboek tot de echte weduwe. Bor Beekman sprak de maker.

Onbeholpen

Allemaal hebben ze op hun eigen manier iets te bewijzen, al ontbreekt de aandacht voor diepere beweegredenen. De psychologisering van leden van de heldenclub voelt zelfs tamelijk onbeholpen: Beck is zo met zichzelf bezig dat-ie zijn trouwdag vergeet en de volgende dag pardoes van een wiebelige klimladder duikelt.

De logistieke problemen die de sterke toename van het aantal commerciële klimexpedities met zich meebrengt (1996 was destijds een recordjaar), wordt aangestipt, maar niet uitgewerkt; het blijft bij een quasi-terloopse opmerking van basiskampcoördinator Helen (Emily Watson) of een plichtmatig discussietje tussen tegenpolen Rob en Scott. Om het persoonlijk drama te onderstrepen, converseren Beck en Rob via walkietalkie en satelliettelefoon met hun vrouwen aan het thuisfront (respectievelijk Robin Wright en Keira Knightley), maar die scènes resulteren slechts in opgelegd sentiment. Kortom, het sterrenensemble legt het op alle fronten af tegen de berg.

Maar zo gauw die berg het voor het zeggen krijgt, in de laatste akte van de film, verdwijnt de halfslachtigheid naar de achtergrond en ontpopt Everest zich gericht tot overlevingsdrama. Dan wordt ook eindelijk duidelijk - in drie dimensies - hoe het voelt om op ruim 8 kilometer hoogte langzaam door ijzige uitzichtloosheid te worden gegrepen.

Everest. Avontuur/drama. Regie: Baltasar Kormákur. Met: Jason Clarke, Josh Brolin, John Hawkes, Jake Gyllenhaal, Emily Watson, Keira Knightley, Robin Wright. 121 min., in 88 zalen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden