Berend Boudewijn over veranderingen in de (televisie)wereld en zijn 'heel goed gelukte' huwelijk

De 'niet-biografie' van tv-icoon Berend Boudewijn (hij van Martine Bijl) schetst hoe Nederland werd opgeschud door de komst van televisie. 'De mensen waren zo onschuldig.'

Berend Boudewijn: 'Ik kan niet werken zonder harmonie' Beeld No Candy

'Op dit soort dagen mis ik Henk van der Meijden', zegt Berend Boudewijn (81), verwijzend naar de aartsvader van de Nederlands roddeljournalistiek, die er wat vriendelijker methoden op na hield dan de huidige entertainmentpers, althans, dat is zijn indruk. Martine Bijl, de bekende echtgenote van Boudewijn, staat namelijk op de cover van de deze ochtend verschenen Privé. De kop: 'Enorme terugslag MARTINE.'

Boudewijn wordt vanochtend gebeld door een bezorgde kennis. Toevallig tijdens het interview, en toevallig net op het moment dat de toestand van zijn vrouw ter sprake komt. In 2015 werd Martine Bijl, actrice en presentatrice, getroffen door een hersenbloeding. Het herstel verloopt voorspoedig. 'Als ze nu binnen zou lopen, zou je niets meer aan haar zien, al vindt zij zelf dat ze minder goed spreekt dan vroeger. Ze is wat sneller moe, dat is eigenlijk het enige. Het is een lang proces, van ziekenhuizen naar revalidatiecentra. Een paar maanden geleden heeft Martine gordelroos gekregen en dat is hartstikke vervelend en pijnlijk. En bovendien: in haar gezicht, vlak bij haar hersenen, dus dat maakte ons erg bezorgd, zoals je zult begrijpen.'

Na het telefoontje keert Boudewijn terug in de keuken van hun appartement, gelegen in het souterrain van een statig landhuis aan de Vecht. 'Ik hoor net aan de telefoon dat de Privé vandaag een stuk heeft over Martine. Ze heeft, door die gordelroos, een periode van diepe neerslachtigheid gehad. Ze verbleef een tijdje in een kliniek, maar ze komt vanmiddag goedgemutst naar huis. Over een paar uur haal ik haar op. De Privé is dus niet op de hoogte, want in de Privé staat dat het heel slecht met haar gaat.'

Boudewijn en Bijl hebben een lange geschiedenis met de roddelpers. Bij het begin van hun relatie, zevenentwintig jaar geleden, lagen de paparazzi in de bosjes. En een jaar geleden lagen ze er opnieuw, om vast te leggen hoe Bijl na vijf maanden revalideren eindelijk weer in de schitterend aangelegde tuin kon wandelen. Een verschil: de eerste keer achtervolgde een woedende Boudewijn in zijn zescilinder Mercedes de betrapte paparazzo, de laatste keer kon het hem weinig schelen, zo beschrijft hij in Ik stond erbij en ik keek ernaar, het boek waarin hij zijn carrière als regisseur, acteur en televisiepresentator heeft vastgelegd. 'We bekeken de foto's laconiek. Een advocaat bezoeken kwam niet in ons hoofd op. We vonden het al een mirakel dat we daar samen gelopen hadden.'

Tekst gaat verder onder de foto

CV Berend Boudewijn

23 juni 1936 Geboren in De Bilt.
1956-1957 Toneelschool Amsterdam.
1957-1959 Royal Academy of Dramatic Art in Londen.
1960 Debuut als televisieregisseur met De barpianist (Vara).
1961-1968 Theater-regisseur bij toneelgroep Arena/de Nieuwe Komedie. Daarna als freelancer tientallen regies bij diverse gezelschappen.
1964 Presenteert met Herman Stok het optreden van The Beatles (Vara).
1966 Regisseert aantal afleveringen Ja zuster, nee zuster (Vara).
1967 Presentator Per Seconde Wijzer (Vara).
1971-1975 Presentator BB-Kwis (KRO).
1973 Televizierring voor de BB-Kwis.
1978-1986 Directeur Stadsschouwburg Amsterdam.
1978-1982 Columnist Het Parool.
1990-1993 Presenteert radioprogramma Ophef en vertier met Hanneke Groenteman.
1992 Getrouwd met Martine Bijl.
1993-1994 Regisseert RTL-serie Diamant.
1995-2006 Regisseert een aantal afleveringen van Baantjer.
2017 Boek Ik stond erbij en ik keek ernaar.

'En dat beschouwende is misschien ook wel een beetje mijn levenshouding: liever niet al te geïnvolveerd raken, liever waarnemen' Beeld No Candy

Zijn boek 'heeft niet de pretentie van een autobiografie, hoor', zegt Boudewijn, na de vraag waarom hij het schreef. 'Het zal wel een soort ijdelheid zijn, denk ik. Het gaat, hoop ik, niet alleen over mij, maar ook over hoe het er vroeger aan toeging in die theater- en televisiewereld. Het leek me wel aardig. De televisie was in die tijd een onontgonnen gebied. Maar het is allemaal tamelijk lang geleden, dat kan ik niet ontkennen.'

Boudewijn deed van alles, maar noemt zichzelf vooral regisseur: van vele tientallen theater- en cabaretvoorstellingen, van televisieregistraties van (onder anderen) Marc-Marie Huijbregts, Erik van Muiswinkel, Diederik van Vleuten en Martine Bijl, en van series als Baantjer en Diamant. Hij was ook acht jaar directeur van de Amsterdamse Stadsschouwburg en televisiepresentator: van Per Seconde Wijzer (Vara) en de naar hem vernoemde BB-Kwis (KRO), waarvoor hij in 1973 de Televizierring won.
Het boek heet Ik stond erbij en ik keek ernaar, want Boudewijn wilde zijn eigen rol 'niet te hoogdravend' maken. 'Als regisseur sta je erbij, anderen moeten de kastanjes voor je uit het vuur halen. En dat beschouwende is misschien ook wel een beetje mijn levenshouding: liever niet al te geïnvolveerd raken, liever waarnemen.'

Het voorwoord is geschreven door Diederik van Vleuten. Hij schrijft: 'Een boek van Berend Boudewijn over Berend Boudewijn. Als niemand het schrijft, dan doe ik het zelf wel. Ik zie het hem denken.'

'Dat is de enige zin in zijn verder héél aardige stukje waarvan ik dacht: tsja. Ik heb niet gedacht: waar blijft dat prachtige boek over mij. Dat kan ik niet onderschrijven.'

Wat zijn de eigenschappen van een goede regisseur?

'Empathie. Ik kan niet werken zonder harmonie. Sommige regisseurs vinden het leuk enorm de zweep erover te halen, om in woede uit te barsten, acteurs van hun à propos te brengen. Daar houd ik helemaal niet van. Maar wat ik misschien wel mijn voornaamste taak vind, als regisseur, is: zorgen dat het niet sáái wordt. Het ergste wat een recensent kan schrijven is dat-ie zich te pletter heeft verveeld.'

U wilde aanvankelijk acteur worden, waarom?

'Dan moet je naar de Berggasse 19 in Wenen, want dat is geloof ik het adres van Freud. We kunnen wel helemaal gaan analyseren waarom ik dat wilde, maar dan krijg je van die standaarddingen: acteurs zijn eigenlijk onzeker, kunnen zich in de wereld niet goed handhaven en kruipen daarom graag in een vermomming. Ik weet ook niet waarom ik dat wilde. Als 10-jarige zag ik De koopman van Venetië en dat vond ik hartstikke mooi. Toen ik tegen mijn moeder zei dat ik acteur wilde worden, was ze niet enthousiast. 'Weet je dat wel zeker?' Maar dat moet je als ouders altijd zeggen, vind ik, tegen kinderen die in de kunsten willen.'

Ja?
'Zoiets moet geen bevlieging zijn, anders wordt het niks. Het is geen makkelijk vak. De meeste acteurs zijn nu eenmaal niet Pierre Bokma. Ouders moeten hun kind realiteitszin bijbrengen: als je acteur wil worden, bedenk dan dat er per generatie maar twee of drie Pierre Bokma's zijn. Hopelijk hoor jij daarbij, maar zeker is dat niet. Op de toneelschool in Londen zeiden ze tegen sommige studenten: 'Je zult altijd werk hebben, alleen nooit hoofdrollen.' Die waren daar heel pragmatisch in.'

U bent na een jaar weggestuurd van de toneelschool in Amsterdam, blijkbaar zagen ze geen groot acteur in u. Was dat een schok?

'O, ja, ik was volstrekt verbaasd. Mijn doel was bereikt, zo voelde dat, toen ik op de toneelschool werd aangenomen. De groep was hecht, we deden alles samen. Ik werd na een jaar naar Siberië verbannen. Heel erg.'

Wat was de reden?

'Onduidelijk, voor mij althans. Achteraf gezien hadden ze geen ongelijk om mij weg te sturen. Ik was niet heel goed. Ik was eigengereid en tegendraads, een jongetje dat de wijsheid in pacht dacht te hebben, maar tegelijkertijd verlegen. Na die afwijzing heb ik doorgezet en ben ik aangenomen op de toneelschool in Londen. En na Londen stak ik bij alle gezelschappen mijn vinger op om werk te vinden als acteur. In de tussentijd regisseerde ik studenten en dat beviel zodanig dat ik met regisseren ben doorgegaan. Het acteren was daarna geen brandend verlangen meer.'

Heeft u nog veel werk als regisseur?

'Op dit moment niet. Ik zou wel weer eens in een repetitielokaal willen staan. Echte klussen, dat begint wel een beetje minder te worden. Ik begrijp ook niet waarom.'

Misschien denken ze dat u te oud bent voor echte klussen?

'Ja, ik ben 81. Ik kan het niet geloven, want 81 is een getal dat ik mijn leven lang heb geassocieerd met ouderen, en nu ben ik het zelf. Oscar Wilde heeft gezegd: 'The tragedy of growing old is not that one is old, but that one is young.' Dat is heel erg waar. Voor jezelf blijf je altijd jong, je wordt alleen oud voor de buitenwereld. Ik ga er niet onder gebukt, hoor, maar in de verte doemt er iets op, namelijk het besef dat het leven misschien wel eindig is ofzo. Ik dacht dat dat kwaadsprekerij was, maar het schijnt echt waar te zijn.'

U beschrijft in uw boek een wereld die bijna onvoorstelbaar ver weg voelt. Een wereld van voor de komst van de televisie, bijvoorbeeld.

'Dat vind ik leuk om te horen, eerlijk gezegd. Dat het zo bij je is overgekomen. Mijn generatie groeide op zonder televisie. Wij gingen 's avonds mens-erger-je-nieten of ganzenborden. Of we luisterden naar de radio, iedereen stil, moeder met een breiwerkje. Ik ging als jongetje een keer met mijn moeder naar de bioscoop en er was bijna niemand. De ouvreuse zei: 'Vanavond is De Familie Doorsnee op de radio.' Iedereen bleef thuis voor een radiouitzending van een halfuur. De mensen waren zo onschuldig. En wij als toneelschoolleerlingen waren vooral met elkaar bezig, want verder was er niks. Ik zag alle toneelvoorstellingen die er in Nederland gemaakt werden, onvoorstelbaar. Tegenwoordig is er zo veel, aan theater, films, Netflix - oeh, nee, het is niet meer bij te houden. Ik kijk overigens graag naar Netflixseries. Bij die heel goede dramaseries van tegenwoordig is de macht in handen van de schrijvers, en dat is geweldig. Zij delen de lakens uit, niet de producenten, en dat is goed, want producenten willen altijd dingen als 'meer lekkere wijven erin'. Als Charles Dickens nu leefde, zou hij voor Netflix schrijven.'

Was het vroeger beter, toen de mensen nog onschuldig waren?

'Nee hoor, helemaal niet. Maar alles heeft nu een veel kortere levensduur. Als er een mooie film uitkomt, heeft iedereen het daar twee weken over en daarna is er weer een volgende mooie film.'

Tekst gaat verder onder de foto.

'Als je met iemand naar bed ging, moest je trouwen. Alles was zeer overzichtelijk' Beeld No Candy

In de jaren vijftig had men het een halfjaar over één film?

'Ja. Zo'n film zag je vier keer in de bioscoop. Wij spraken met de klas avonden lang over de aanpak van Peter Scharoff, een Russische toneelregisseur uit die tijd. Tijdens een performance in het Stedelijk Museum gooide Lucebert een glas water over zijn hoofd leeg. Ik stond buiten op de stoep, omdat ik wist dat er iets groots gebeurde.'

Zegt u nu: het was ook een naïeve tijd?

'Ja. We leefden netjes en kuis. Er werd nauwelijks gerotzooid. Er was nog geen pil, dat scheelde natuurlijk. Als je met iemand naar bed ging, moest je trouwen. Alles was zeer overzichtelijk.'

Terwijl u uit een redelijk vooruitstrevend gezin komt. Uw vader Johan van der Woude schreef romans en uw moeder Elise Smulders was een getalenteerd violist en vertaler. Ze scheidden toen u 7 was, ook niet gebruikelijk in die tijd.
'Op de middelbare school was ik de enige met gescheiden ouders, grappig hè? Mijn moeder heeft altijd gezegd: 'Als ik het over kon doen, was ik weer met je vader getrouwd.' Dat is goed. Het is belangrijk dat gescheiden ouders niet kwaadspreken over elkaar. Na de scheiding woonden mijn moeder en ik op een bovenwoning in de Sarphatistraat. Een deel van het huis verhuurde ze aan een homoseksueel stel. Die jongens waren dolblij, want in die tijd was dat een groot taboe. Ze hadden opgebiecht dat ze een stel waren en mijn moeder had alleen maar gevraagd: 'Houden jullie echt van elkaar?' 'Ja, mevrouw.' Zo aandoenlijk. Misschien is je tijdens het lezen opgevallen dat mijn moeder er wat beter vanaf komt dan mijn vader. Ik had met hem nog wel een appeltje te schillen.'

U beschrijft bijvoorbeeld dat uw vader plots toenadering zocht toen u een televisiebekendheid werd. Hij logeerde bij u en nam zijn buitenechtelijke vriendin mee, met wie hij zijn tweede vrouw bedroog. Een egocentrische man.

'Zeer. Het was leuk om eindelijk aandacht van hem te krijgen, maar ik vond het tegelijkertijd vreemd dat hij ineens op de eerste rij zat, terwijl hij zich eerder nooit zo om mij had bekommerd. Ik heb mezelf vanaf de toneelschool Berend Boudewijn genoemd, zonder mijn achternaam Van der Woude, ook om me van hem los te weken. Mijn vader was ooit redelijk bekend, hij heeft twintig boeken geschreven en een heleboel stukken voor Vrij Nederland. Ik erken ook zijn kwaliteiten, zoals zijn vitaliteit en avontuurlijkheid. Je moet het er maar mee doen hè, met je ouders.'

U beschrijft de komst van de televisie als iets miraculeus. Er werden, ook door u, allerlei emanciperende kwaliteiten toegedicht aan de televisie.
'Ja, terwijl het natuurlijk niets meer dan een medium is. Met een ballpoint kun je Mein Kampf schrijven, maar ook Ulysses. Je kunt Erdogan op televisie laten zien, maar ook Gandhi. In die begintijd waren de verwachtingen torenhoog: de televisie zou democratiserend werken, want iedereen zou toegang krijgen tot kennis, tot mooie kunst, het zou niks meer uitmaken of je naar een dure school was geweest. De Vara had daar met name nogal een betweterig handje van. Ook dachten we dat de informatievoorziening veel beter, want controleerbaarder, zou worden. Nu blijkt dat het beeld dat televisie schetst ontzettend manipuleerbaar is. Dat konden we toen niet bevroeden.'

Boudewijn gaat nog een kopje 'George Clooney-koffie' zetten, 'maar misschien moest ik dat grapje maar niet meer maken, wat vind jij?' Tijdens het gerommel met cupjes: 'Als een van de eersten in Nederland kon ik een televisie kopen, omdat ik bij de omroep werkte. Die stond bij mijn moeder. Op een avond kwam ik binnen en zat mijn moeder mesmerized voor dat ding, want Jacques Brel was op televisie. Zo iemand, zo expressief en goed, hadden we nog nooit gezien, we waren stupéfait. De televisie liet ons het onbekende zien, en de televisie bracht saamhorigheid, omdat iedereen dezelfde programma's keek. Dat je er rijk mee kon worden, daar hadden we toen nog geen idee van.'

Bent u er zelf een beetje rijk mee geworden?

'Nee, dan had ik later carrière moeten maken of langer moeten doorzetten. Ik heb geen klachten, maar wat ik verdiende is onvergelijkbaar met het salaris van presentatoren nu. Er keken 10 miljoen mensen naar mijn programma en het won de Televizierring, maar ik moest 25 duizend gulden van mijn vader lenen om een huis te kunnen kopen.'

U relativeert uw eigen plotselinge doorbraak als showmaster nogal: 'Ik kon met mes en vork eten, ik praatte niet plat en ik liep daar bij de Vara toch al rond.'

'Daar komt het wel een beetje op neer. Gek genoeg denk ik dat ik het heel redelijk gedaan heb. Met de BB-Kwis werd ik echt wereldberoemd. Ik denk dat ik er geschikt voor was omdat ik er niet helemaal geschikt voor was. Ik was niet gelikt. Ik hield me vrij gedeisd, als presentator. Die mensen, de kandidaten, gingen me aan het hart. Natuurlijk getuigt het van een hoge mate van ijdelheid om niet betrapt te willen worden op ijdelheid. Misschien dat ik me daarom op de achtergrond hield.'

Tekst gaat verder onder de foto

'Hoe het was om wereldberoemd te zijn in Nederland? Het is grotendeels aan me voorbijgegaan, gelukkig maar' Beeld No Candy

Waarom werd de BB-Kwis zo'n enorm succes?

'Als ik dat wist, zat ik nu aan de rand van een privézwembad. Het is gek, want naar het vervolg, ook door mij gepresenteerd, keek men niet meer. Als ik toch iets moet zeggen: de kijkers konden zich identificeren met de kandidaten. En het was de eerste quiz met een echte prijzenregen.'

Hoe was het om wereldberoemd te zijn in Nederland?

'Het is grotendeels aan me voorbijgegaan, gelukkig maar. Op straat werd ik herkend, soms kwamen er groepjes kinderen achter me aan. Iedereen wist wie ik was, maar ik was gewoon met mijn leventje bezig.'

Toen bestond er nog geen roddelpers?

'Nee, je had vanaf de jaren zeventig alleen Henk van der Meijden en De Telegraaf. Als die een interview wilde, moest ik daar van de KRO ja tegen zeggen. Dat werd dan een tamelijk keurig interview, overigens, waarin ik de meest begeerde vrijgezel van Nederland werd genoemd, of zoiets.'

Was u ook echt vrijgezel? Over uw liefdesleven komt de lezer van uw boek weinig te weten.

'In die tijd had ik wel een vriendin. Maar dat mijn liefdesleven er niet uitgebreid in voorkomt, daar is over nagedacht natuurlijk! Want dan heb je met allerlei andere mensen te maken. Of ik zou in de verleiding komen mijn gelijk te gaan halen. Het werk was voor mij ook heel lang nummer één. En dat kon omdat ik altijd, min of meer, vrijgezel was, wat overigens weer niet wil zeggen dat ik nooit een vrouw had. In het boek heb ik het vooral over mijn werk. Maar ik heb wel geprobeerd iets van mijn privéleven aan te stippen om het Rutte-effect te vermijden. Ik heb bij onze vrijgezelle premier weleens het gevoel dat hij 's avonds in een foedraal wordt gelegd, aan een elektrische oplader. Dat was bij mij nooit het geval.'

Er komt op een gegeven moment kort een vriendin, A., ter sprake, van wie u maar eens naar een psychiater moet. 'Ik was inderdaad niet goed bij mijn hoofd want ik ging ook nog.'

'Ja, ja, ja. Ik was ontevreden met die relatie. Ik heb bewust in het midden gelaten wie er gelijk had, zij of ik.'

Wat was het probleem? Had u bindingsangst?

'Nee, zij had bindingsangst en daar mopperde ik over. Zij had gróte bindingsangst, althans, dat maak ik er nu van. Ik ga niet voor anderen spreken. Ik heb in mijn boek geprobeerd om elk waardeoordeel over anderen te vermijden.'

Ik miste het persoonlijke eigenlijk wel een beetje in uw boek.

'Ik ben niet altijd solitair door het leven gegaan, bepaald niet. Getrouwd, met Martine, ben ik pas op latere leeftijd, in 1992. En mijn huwelijk is wel echt heel goed gelukt, dat kan ik je wel zeggen. Daarvoor was ik wel verliefd geweest, maar de echt diepe vertrouwdheid kwam pas toen ik Martine leerde kennen.'

Heeft u ooit een gezin gewild?

'Als jongeman dacht ik dat als ik iets met een vrouw had, ik met haar zou trouwen en dat het voor eeuwig zou zijn. Dat bleek anders te gaan. Ik heb meerdere langdurige relaties gehad, met bijzondere vrouwen. Het zou erg zijn als ik het gevoel zou hebben dat ik mijn tijd met iemand had verdaan, maar dat gevoel heb ik nooit gehad.'

Heeft u veel gemerkt van de seksuele revolutie?

'In de jaren zestig sloeg het allemaal door naar losbandigheid. Dat was aan mij niet besteed, ik wilde een grotere geïnvolveerdheid met een vrouw. Maar trouwen was niet langer vanzelfsprekend. Dat is fantastisch, er kwam meer vrijheid. Ik heb altijd relaties gehad met vrouwen die economisch zelfstandig waren. Dat maakt relaties evenwichter en beter, denk ik. En vrouwen interessanter, ze zijn leuker als ze hun eigen boontjes kunnen doppen.'

U had lang een relatie met politica Hedy d'Ancona. Haar dochter, Hadassah de Boer, vertelde in Vrij Nederland dat zij 11 was toen ze hoorde dat niet Guus de Boer, maar u de vader was van haar twee jaar oudere broer Hajo. Om het nog verwarrender te maken: toen dat aan Hajo en Hadassah werd verteld, had u opnieuw een verhouding met D'Ancona. Het moet voor u een gecompliceerde situatie zijn geweest.
'Ja, dat was het ook, maar godzijdank is hij een heel intelligente en grappige jongen, met wie ik goed overweg kan. Het is ingewikkeld geweest, maar nu is het leuk. En dat is fijn.'

Hij had vanaf zijn 13de dus twee vaders: Guus de Boer en u?

'Ja. En dat is heel knap van hem, dat hij dat zo goed heeft gehanteerd.'

Heeft u altijd geweten dat hij uw zoon was?

'Ja.'

Wilde u die eerste dertien jaar zelf geen rol in zijn leven spelen?
'Jawel, ik wilde dat juist wel. Alleen: nu kruipen we langzaam naar mijn privéleven toe. Ik bedoel het niet onaangenaam, maar ik vind dit voor de buitenwacht niet zo relevant. Ik ben hartstikke blij dat ik met zo'n leuk iemand zo'n goede relatie heb. Hij zit nu in Italië met zijn gezin. Voor zijn twee kinderen ben ik opa, een van de opa's, daarom staat hier ook een trampoline in de tuin. Misschien is het allemaal wel zo ontstaan onder invloed van die jaren zestig, maar wat doet het ertoe. Waar het om gaat, is dat het voor hem, uiteindelijk, goed heeft uitgepakt. De rest is eigenbelang.'

Hoe was het voor u te weten dat u een zoon had, terwijl die zoon niet wist dat u zijn vader was?

'Vervelend. Een kinderachtig woord, maar daarmee is de vraag beantwoord. Het gaat er niet om wat ik voelde, het gaat om hém. En godzijdank heeft die jongen het fantastisch gehanteerd. Uiteindelijk is het voor de betrokkenen een verrijking geweest, geen verarming. Met Hadassah heb ik ook een fantastische relatie.'

Tekst gaat verder onder de foto

Over zijn vrouw Martine Bijl: 'Ik bewonder haar. Ze is een vat vol talenten' Beeld No Candy

U zei: ik vind mijn huwelijk met Martine heel goed gelukt. Wat is het geheim van een geslaagd huwelijk?

'Jaha, nu moet ik enorm uitkijken, want Martine vindt het vervelend als ik haar publiekelijk te veel lof toezwaai. Ik bewonder haar. Ze is een vat vol talenten. Ik voel me enorm bij haar op mijn gemak, ze is erg grappig en zij vindt mij grappig. We kunnen elkaar vinden in de pietluttige dingen.'

U kent haar doordat u haar theatersolo's regisseerde. Was het liefde op het eerste gezicht?

'Ik vond haar leuk, maar ook erg gereserveerd. We waren alletwee ook min of meer gebonden. In ieder geval: het duurde járen. En nu zijn we zevenentwintig jaar bij elkaar, zorgeloze jaren, tot die zonnige septemberochtend. Het was een soort granaat, die in haar kop explodeerde, maar ook in ons leven, eigenlijk. Een hersenbloeding is een bruusk en onverwacht ongeluk.'

Wat gebeurde er op die zonnige septemberochtend?

'Martine deed een paar gymnastiekoefeningen. Piep piep piep, de radio sloeg aan, het Journaal van 9 uur. Ik hoorde een bons en toen lag ze naast de stoel. Nou ja, 112 gebeld. Ze werd het huis uitgetakeld door de brandweer, want ze moest horizontaal blijven, ze zei nog: 'Heel Holland zakt'.'

Best knap dat ze er op zo'n moment nog zo'n grapje uit wist te persen, toch?

'En kenmerkend voor haar. Ze heeft zich met grote discipline teruggevochten. Ze moest opnieuw leren wat een vork en een lepel was en waar die dingen voor zijn en nu maakt ze op zondagochtend een heerlijk ontbijt. Ze loopt weer trappen, rijdt weer auto, doet boodschappen. Of we ooit nog samen naar New York gaan, weet ik niet. Misschien hoeven we niet zo nodig. Naar New York gaan is ook echt niet het belangrijkste in het leven.'

Keert Martine nog terug bij Heel Holland Bakt?

'Daar is geen uitsluitsel over te geven. Martine vordert gestaag. Maar misschien vindt ze het volgend jaar een gepasseerd station.'

En in de Privé staat nu dus een vervelend artikel of trekt u zich daar niks van aan?
'Ik vind het jammer, moet ik je eerlijk bekennen, juist vandaag, op de dag dat ze naar huis komt. We waren zo eufoor, omdat het zo goed gaat, omdat ze er weer bovenop is, weer kwiek is en vrolijk. Als je een hersenbloeding hebt gehad, ligt depressiviteit op de loer, heb ik geleerd. Een depressie is een kortsluiting in de hersenen. Godzijdank zijn er medicijnen die werken.'

Houdt u zo'n blad dan van haar weg of zegt u het straks meteen tegen haar?

'Het is zinloos het bij haar weg te houden. Ze komt er toch achter. Als dit een toneelstuk was, zou ik mijn boek, waarvan ik gisteren het eerste exemplaar in de bus kreeg, meenemen als ik haar ga ophalen, samen met die Privé. Dat is een dramaturgische truc: als er nieuwe ontwikkelingen in het plot zijn, laat die dan tegelijkertijd gebeuren. Zo denk ik ongewild vaak over mijn leven. Misschien is het voor mij dan iets beter te hanteren. Dus als dit een toneelstuk was, zou ik tegen Martine zeggen, met dat blad en mijn boek in de hand: kijk eens, ik heb slecht nieuws én goed nieuws.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden