Bent u binnenkort in New York? Luister naar die ouwe stinkrocker in de kroeg en laat u lekker meevoeren

David Simon, de man achter een van de beste series ooit, The Wire, stortte zich voor The Deuce met overgave op de porno- en misdaadwereld van begin jaren zeventig. Hoe geweldig is die serie? Allereerst: waar komt die terugzucht naar seventies- New York toch vandaan? Plus: een bezoek aan een nu totaal schoongeveegd Times Square.

New York, Times Square in de jaren zeventig Beeld Leland Bobbé

'Blah blah blah New York in the seventies', kopte het lekker bijterige New Yorkse popcultuurblog The Awl boven een artikel waarin een 'tenminste lekker kort' stuk van schrijver Edmund White in The New York Times werd aanbevolen, 'voor wie het nog aankan nóg zo'n stuk over het New York van de jaren zeventig te lezen'. Het stuk van White, zelf een ervaringsdeskundige van het New York in dat tijdperk, heette: 'Waarom kunnen we niet ophouden over het New York van de jaren zeventig?'

Het was eind 2015, en het begon op te vallen dat ons een vloedgolf overspoelde van essays, boeken en series over een zekere stad in een zeker tijdvak.

Die golf is nog steeds niet uitgeraasd. Sterker, met The Deuce is daar zojuist een flinke - en bijzonder smakelijke - sloot aan toegevoegd. En huizenhoog is die golf, op het hilarische af, zelfs als je je tot de hoogtepunten beperkt.

In 2009: City Boy, van voornoemde White, de memoires van een jonge provinciale homoseksueel die eind jaren zestig in een smoezelig en gevaarlijk New York arriveert en daarna de o zo oneindige mogelijkheden van seksuele bevrijding en artistieke ambitie exploreert.

In 2010: Just Kids, de gelauwerde herinneringen van popdichter Patti Smith, die als meisje uit New Jersey zonder cent op zak aankwam in een rauw en riskant New York, waar evenwel met goedkope huur en de juiste mindset een wereld van kunstzinnige zelfverwezenlijking voor het grijpen lag.

2013: The Flamethrowers, de geprezen roman van Rachel Kushner over een meisje uit Reno, Nevada, dat in een stukgebeukt New York kunstenaar hoopt te worden, waarna ze aan de hand van haar geliefde, een steenrijke wildebras, een stad beleeft die zó zindert dat ze als vanzelf het genre van de conceptuele kunst voortbrengt.

Geen Pretty Woman

Actrice Maggie Gyllenhaal (1977, New York) speelt niet alleen een van de hoofdrollen (en spectaculair, zie recensie) in The Deuce. Toen ze werd gevraagd voor de rol van prostituee Candy, legde ze een belangrijke eis op tafel: ze wilde de serie produceren. Voor een rol waarvoor ze als actrice zoveel risico moest nemen, wilde ze meer controle. Schrijver David Simon: 'We wilden dezelfde dingen en we waren bang voor dezelfde dingen.'Gyllenhaal in een interview: 'We wilden vooral geen Pretty Woman maken.'

2015: Smash Cut, een autobiografische roman waarin Brad Gooch herinneringen ophaalt aan de relatie die hij als jonge gay had met een filmregisseur in een donker en misdadig New York, waar het clubleven toegankelijk, fantasierijk en extravagant was.

Zelfde jaar: City on Fire, de wolkenkrabberdikke roman van Garth Risk Hallberg over een groezelig en moordlustig New York waarin talloze personages in meer of mindere mate ontdekken hoe energiek en elektrificerend de chaos is.

2016: Vinyl, de door Marin Scorsese geproduceerde serie over de geboorte van punkrock in een totaal afgeleefd en door overvallen geplaagd New York, waar de nietsontziende explosiviteit van rock opnieuw kon ontvlammen (Ramones! Blondie! The New York Dolls!) omdat ze tussen de puinhopen wisten hoe ze het dak van een club (in het bijzonder het legendarische CBGB's) konden afkrijsen.

Ook dat jaar: Baz Luhrmanns reeks The Get Down, over hoe het door drugs- en bendegeweld geteisterde New York de voorwaarden schiep voor de tegen-de-klippen-opkunst van de superspannende vroege hiphop.

En dan nu dus The Deuce , en uiteraard is het er vies, plakkerig, afgeleefd, lelijk, donker, ranzig, vol goedkope glitters, en ben je er je leven niet zeker, hangt het van menselijk uitschot aan elkaar, maar dat geeft het New York van dat decennium juist zijn schoonheid, spanning, avontuur en onbegrensde mogelijkheden.

Het is de terechte geschiedschrijving van een opwindende periode die ontegenzeggelijk veel film-, schrijf-, kunst- en poptalent heeft opgeleverd, maar behalve geschiedschrijving is het ook nostalgie in haar zuiverste vorm. Alleen al de eenvormigheid van het beeld dat uit die talloze boeken en series opdoemt, wijst daarop - was het échte geschiedschrijving geweest, dan was het stadsportret veel rijkgeschakeerder en genuanceerder geweest.

Bovendien is dat eenvormige beeld in de kern een cliché: uit puinhopen en tegenslag wordt ware creativiteit geboren. Een idee van kunstenaarschap dat op zijn minst teruggaat tot de Romantiek. Dat soort clichés moet je op zijn minst een beetje wantrouwen.

Zeker als ze een ideaalbeeld zijn, en veel wijst erop dat dat glorie-in-de-puinhopenbeeld sterk geïdealiseerd is. Edmund White, Patti Smith en ook Baz Luhrmann in The Get Down willen bijvoorbeeld beweren dat de ruwe stad met zijn lage huren en overvloed aan kunstzinnig talent een grote mate van toegankelijkheid had - dat het in kunstzinnige zin makkelijk was om opwaarts mobiel te zijn. Dat je bij wijze van spreken zó uit de bus uit de provincie maar een paar blokken door hoefde te lopen om aan te bellen bij Andy Warhols Factory, om daar te chillen tussen de artistieke nachtvlinders, zodat je het, als je maar serieus je best deed, kon maken in de culturele elite. Dat je maar met je goddelijke lichaam de legendarische discotheek Studio 54 hoefde binnen te dartelen en je in no time lekker coke lag te snuiven met Bianca Jagger.

Popdichter Patti Smith Beeld epa

Onzin natuurlijk. Studio 54, om maar wat te noemen, had een gruwelijk hautain deurbeleid, zelfs voor supertalent dat het nog niet helemaal gemaakt had. Daar is zelfs een bekend liedje over gemaakt: Le Freak, van Nile Rodgers, die als beginnend baanbreker met zijn groep Chic ooit aan de deur werd geweigerd - de oorspronkelijke songtekst van Le Freak was niet 'Freak out! Le freak, c'est chic', maar 'Fuck you! Studio 54', wil de anekdote.

De wereld wordt er heus niet zachtaardiger en saamhoriger op louter omdat iedereen arm is en voor 200 dollar in het centrum woont - ook, of juist dan, is het een bitter gevecht van uitsluiting, naar boven knokken en elkaar de tent uitvechten.

Daarnaast is het New York van de jaren zeventig in al die uitingen helemaal niet hét New York van de jaren zeventig, hoogstens een New York van de jaren zeventig. Het is het New York van de films Taxi Driver (1976) en Dog Day Afternoon (1975), maar kijk een paar blokken verderop, en Woody Allen staat Annie Hall (1977) te draaien, en Manhattan (1979) - zelfde stad, zelfde tijdperk, maar ineens een plezierig, esthetisch tableau van weidse parken, musea, art-decogebouwen met mooi doorleefd patina en uitzonderlijk aangename upper middle class-appartementen. En misschien wel even spannend en creatief.

Tekst gaat verder onder de video

Maar dat selectieve shoppen in het verleden is precies wat nostalgie is: zwelgen in een ideaal, dat je goed denkt te kennen, en tegelijk voorgoed voorbij is. Onderliggend mechanisme voor dat zwelgen is een tantaluskwelling: dat het zo herkenbaar lijkt, en zo dichtbij, maar dat je er nooit echt bij zal kunnen. Een heerlijke kwelling.

Dat je het tijdperk goed moet kennen, hoeft niet te betekenen dat je het zelf hebt meegemaakt. Nostalgie wordt wel uitgelegd als het terugverlangen naar de paradijselijke en onbezorgde kindertijd, maar dat is alleen maar zo omdat je als kind nog niet alle nuances zag en er in de herinneringen dus weinig is dat het benodigde ideaalbeeld verstoort. Juist een beperkt beeld werkt beter, dus één louter heel goede indruk volstaat.

Als je nu door New York loopt, bijvoorbeeld, zie je door de opgepoetste gebouwen en gegentrificeerde buurten nog makkelijk het ruige van vroeger jaren heen schemeren - omdat je dezelfde architectuur, eenzelfde sfeer kent uit talloze films, boeken, foto's en verhalen.

Nauwelijks een tijdperk is zo goed gedocumenteerd als de jaren van Scorsese en Blondie en Warhol en CBGB's (Pakt u anders even het geweldige fotoboek New York in the 70s (2001) erbij van kunstwereldfotograaf Alan Tannenbaum). En zo kan ook een schrijver als Garth Risk Hallberg, geboren in 1979, aanwijsbaar terugverlangen naar een tijd en plaats waarin hij zelf nog niet leefde.

Grappig is wel dat de I NY70s-hausse aantoont dat een tijdperk niet beter hoeft te zijn dan het huidige om als ideaalbeeld te fungeren. In de jaren tachtig was er nostalgie naar de jaren vijftig, omdat alles toen zo aangeharkt, glanzend en optimistisch was. In de jaren zeventig was er nostalgie naar de jaren twintig, omdat men toen vlak voor de economische crisis zo wild en glitterend danste op de rand van de vulkaan. In de jaren nul was er nostalgie naar de jaren tachtig, omdat de popmuziek toen zo leuk en onbevangen en kleurig plastic was. Maar ook verval en smerigheid kan weemoed wekken - ook omdat dat in New York zo definitief voorbij is, en omdat de mare wil dat er juist in die lelijkheid echt geleefd werd.

Ook The Deuce maakt ruimhartig gebruik van die terugzucht. Maar, zoals het een goed kunstwerk betaamt: het grijpt het cliché bij de kladden en brengt daarin meticuleus en uitvoerig de nuance in aan - doordat het een rijkgeschakeerd verhaal over waarachtige personages vertelt.

Bent u binnenkort in New York en komt u - de kans is best groot - in een kroeg onverhoopt aan de bar te zitten naast een ouwe stinkrocker met shaghaar, een Ramones- T-shirt en een appartement dat inmiddels twintig keer zoveel waard is, die verhalen begint over waar het vroeger zo leuk was, hoor hem dan welwillend aan en laat u lekker meevoeren. Maar werp, for the sake of truth, érgens in het gesprek even tegen dat zij toch van de generatie waren die zeiden nooit sentimenteel terug te kijken, dat het hier en nu veel interessanter was, met de blik vooruit.

Lees verder

Het New York van de jaren '90: geweld, drugs, een rattenepidemie en armoede
Eind jaren negentig ging de bezem door de louche seksbuurt uit de serie The Deuce rond Times Square, nu terrein van ketens en toeristen. V zocht er naar wat restjes vunzigheid. (+)

Alles klopt aan The Deuce, de nieuwe serie van David Simon (The Wire) *****
Alles klopt aan The Deuce: de heerlijke jarenzeventigvibe, dialogen en vooral de topcast met Gyllenhaal in de rol van haar leven. Lees hier de recensie van de serie. (+)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden