Benjamin Herman trekt feestelijke lange neus

Jazzsaxofonist Benjamin Herman maakt de ene plaat na de andere. Hij verdient er niets aan, maar het moet. En dan is hij zojuist ook nog uitgeroepen tot Nederlands best geklede man. ‘Ik ben door al mijn vrienden uitgelachen.’

‘Herman wie?’ Het was een veelgehoorde reactie nadat jazzsaxofonist Benjamin Herman onlangs werd verkozen tot best geklede man. Hij is geen echte BN’er. Maar als iemand het afgelopen jaar de jazz een gezicht heeft gegeven, is hij het. Door waanzinnig veel te spelen, onder meer meer met Hans Teeuwen en Jules Deelder. Door vorige week een Edison te winnen voor zijn cd Campert. Doordat er een boek over hem verscheen van fotograaf Peter van Breukelen, Happy Man. Door weer een ijzersterke nieuwe cd van New Cool Collective, de dansbare band die jazz met succes een plek heeft gegeven in het uitgaansleven.

En sinds deze week ligt alweer een nieuwe plaat in de winkel: Hypochristmastreefuzz. Een feestelijke lange neus naar de hokjesgeest die de Nederlandse jazz jaren heeft gekenmerkt. Morgen is de presentatie in het Bimhuis, gevolgd door een tournee.

Overexposure
Het gevaar van overexposure ligt op de loer, beaamt Herman. ‘Maar het gaat bij mij niet zover dat ik met die vrouw van RTL Boulevard ga lopen slijmen op zo’n uitreiking. Ik stond buiten te blowen en zij ging achter mijn tweelingbroer Jonathan aan. Deze hele week ben ik door al mijn vrienden uitgelachen. Dus ik vind het wel mooi zo. Als ik er te ver in doorga, kan ik bijvoorbeeld niet meer gaan stappen met Frank van Dok, de percussionist van New Cool. Die vindt me dan gewoon een lul.’

CV

  • 1968 - wordt geboren in Londen
  • 1977 - verhuist naar Nederland
  • 1980 - krijgt eerste saxofoon
  • 1985 - eerste optreden North Sea Jazz
  • 1990 - speelt mee op Saxuality van Candy Dulfer
  • 1991 - studeert cum laude af aan Hilversums Conservatorium
  • 1994 - richt New Cool Collective op
  • 1997 - succesvolle cd Café Alto
  • 1999 - speelt met souljazzveteraan Idris Muhammad op Get In
  • 2004 - speelt met Paul Weller
  • 2006 - krijgt prestigieuze VPRO Boy Edgar Prijs
  • 2007 - introspectieve plaat Campert
  • 2008 - toert door Engeland met pianolegende Stan Tracey; van New Cool Collective verschijnt Out of Office, fotoboek Happy Man van Peter van Breukelen, Edison voor Campert, cd Hypochristmastreefuzz
]]>Herman voelt aan het dure horloge om zijn pols, de trofee van de Best Geklede Man. ‘Zoveel heb ik ook niet te zeggen hoor, over kleding. Ik vind het leuk, that’s it. Een eer om in het rijtje te staan met Jules Deelder. Hij was ook heel trots op me. Met hem kan ik wel lang kletsen over de snit van een pak en over de stof. Maar hij koopt geen confectie. Van twee pakken die Jules koopt, daar kan ik een cd van opnemen. Dat heb ik hem ook uitgelegd. Hij zegt: ga nou mee naar Oger, dan-en-dan komt de man van Borelli, moet je zien wat gaaf. Ja, ik wil wel, maar ik heb mijn geld nodig om cd’s te maken.’

Tegen alle commerciële wetten in maakt Benjamin Herman de ene plaat na de andere. Hij verdient er niks aan, maar het moet. ‘Volgens mij word ik ziek als ik dat niet doe. Dan loop ik de hele dag rond alsof ik moet kakken.’

Mengelberg
Op Hypochristmastreefuzz speelt Herman composities van Misha Mengelberg, de 73-jarige grondlegger van de Nederlandse impro. Hermans aanpak is rock-’n-roll en ruig, virtuoos en vakkundig tegelijk. Hij scheurt op zijn sax, laat stukken half uit de bocht vliegen maar speelt moeilijke thema’s ook met een ijzingwekkende precisie. Daarmee slaat Herman een brug tussen de onconventionele, alternatieve ‘piep-knor’ en de straight bebop, stromingen die elkaar in Nederland lange tijd niet hebben kunnen luchten. ‘Laat ik voorop stellen: als ik niet naar het conservatorium was gegaan, was ik een slechte saxofonist geworden. Maar het heeft heel lang geduurd voor ik van die invloed af was.

‘Er is mij jarenlang verteld wat allemaal niet goed is. Door mensen zoals Misha en drummer Han Bennink ben ik het gevoel kwijtgeraakt dat dingen op een bepaalde manier zouden moeten. Het kan op allerlei manieren. Je moet zelf weten hoe je speelt. Een rare noot maakt de muziek minder saai.

‘Ik hou van muziek waarbij je de muzikanten voor je kunt zien als in een cartoon. Zo’n trompettist die klinkt of hij elk moment zijn instrument uit zijn handen kan laten kletteren. Heerlijk. Als het allemaal heel goed is, zie ik toch van die types voor me, waar ik nou niet graag mee rond zou willen hangen.’

Om dezelfde reden gaat Herman bij cd-opnamen behoorlijk vlot en onvoorzichtig te werk. De band op Hypochristmastreefuzz, met drummer Joost Patocka, bassist Ernst Glerum en een gastrol voor gitarist Anton Goudsmit, is de afgelopen twee jaar flink ingespeeld geraakt tijdens de tweewekelijkse sessies op de Amsterdamse sociëteit De Kring – de plek waar Herman ook Misha Mengelberg leerde kennen en weleens met hem speelde.

Ter plekke bedacht
‘Voor de opnamen hebben we één keer snel gerepeteerd. Van elk stuk hebben we een paar takes gedaan, meer niet. Heel veel van wat je hoort, is ter plekke bedacht. Dat komt door mijn ervaringen met de drummer Tony Allen en met Paul Weller. Die vonden het helemaal niet belangrijk dat elke noot klopte in de studio. Als je alles overdoet tot het goed is, hou je wel alle muzikanten tevreden, maar het levert geen betere plaat op. Het is veel leuker als je hoort dat iedereen met opperste concentratie speelt. Dat wat ze doen nog nieuw is. Zoals Han Bennink zegt: muziek is leuk als je hoort dat iemand het nét kan.’

Is op Hypochristmastreefuzz de sfeer vooral wild en vrolijk, Edisonwinnaar Campert is totaal anders. De soundtrack voor de documentaire De tijd duurt een mens lang over de schrijver Remco Campert klinkt als een conceptplaat. Hij is uitgebalanceerd introspectief, melancholisch en herfstig. Nooit eerder klonk feestbeest Herman zo intens intiem. Het is de cd waar hij de meeste complimenten voor kreeg van vrienden, medemuzikanten en zijn vrouw, maar Herman weet niet of zo’n plaat er weer gaat komen. De muziek van Campert live uitvoeren ziet hij helemaal niet zitten.

‘Ja, waarom niet* Dat vind ik heel moeilijk. De cd is zo goed gelukt. Op het podium heb ik dan het gevoel dat ik dat alleen maar na probeer te doen. Het is heel persoonlijke muziek. Het gaat over iemand die ik heel hoog heb zitten. Ik wil niet de naam van Remco gebruiken om een beetje een melancholisch stukje muziek voor de mensen te spelen. John Coltrane speelde zijn suite A Love Supreme ook zelden live.’

Intimiteit delen
Kan het niet juist fijn zijn om die intimiteit te delen met het publiek? ‘Nee. Daar maak ik geen muziek voor. Ik wil dat optreden een verlengstuk is is van mijn dag. Saxofoon studeren, leuke dingen doen, lekker eten. Met de bandleden naar een gig, gein maken en muziek luisteren in de bus. En die sfeer voortzetten op het podium.’

De volgende dag belt Herman nog even op uit de kleedkamer vlak voor hij het podium op gaat om met het Metropole Orkest om – het moet nu eenmaal – muziek van Campert te spelen op het Edisongala. ‘Ik heb me maar even opgesloten om me erop te concentreren. Pfff. Helemaal niet leuk. En weet je wat het is: ondanks een bos strijkers en de bekende drummer Peter Erskine klinkt het echt niet beter dan op plaat. Het is muziek die eigenlijk maar op één manier gespeeld kan worden. Het mooie van de stukken van Misha is: je kunt er alle kanten mee op. Dat is het: ik wil gewoon keten als ik optreed.’

Mengelverg: 'Goed gedaan'
Pianist Misha Mengelberg (1935) wil best even naar de nieuwe cd van Benjamin Herman luisteren. ‘Zolang de mogelijkheid maar bestaat dat we hem na vijf minuten uitzetten en het over iets heel anders gaan hebben.’ Op de bank in zijn woning in Amsterdam-Zuid bekijkt hij de foto’s van de muzikanten in het hoesje. ‘Die mensen zijn tamelijk goed.’
Wat betekent Hypochristmastreefuzz eigenlijk? ‘Ruzie onder de kerstboom.’ Het titel- en openingsnummer is meteen een knaller. Mengelberg schreef het opzettelijk halsbrekende stuk ooit voor de virtuoze saxofonist Eric Dolphy. ‘O, veel te snel!’, is de eerste reactie. Dan: ‘Ze vliegen er wel razend goed doorheen zeg. Voor een Europese muzikant speelt Benjamin erg precies. Hij doet me aan Dolphy denken.’
Bij het stuk Brozziman, met een gruizige surfbeat en dikke gitaar van Anton Goudsmit: ‘Zo, ze gaan ertegenaan. Ja. Ik vind Anton Goudsmit erg goed. En wat fijn dat Benjamin nu eens een steengoede ritmesectie heeft gevonden. Stukken beter dan de plaat die hij tien jaar geleden met mijn stukken heeft gemaakt. Die was wat kitscherig.’ Mengelberg fluit mee met de stukken. ‘Pieuw, ja zo’n riedel naar beneden. Hier laat hij het stuk in de ruimte verloren gaan, goeie move.'
Later: ‘Zijn dat Kring-leden die er doorheen schreeuwen? O, dat is Benjamin zelf. Ha, wel goed, dat geschreeuw.’ Mengelberg danst in zijn stoel. ‘Wauw! Blow!’ Dan: ‘Die flauwe akkoorden mochten hier wel achterwege blijven van mij.’ Nadat er rotje-achtige knallen hebben geklonken: ‘Hé, dat is leuk, jawel. Nu zou Anton wel weer even mogen komen. Oh, die speelt dit nummer niet mee.’
‘Benjamin doet dingen die niet heel erg voor de hand liggen, daar hou ik van. Mooi gedaan. Er zitten memorabele stukken tussen.’ Bij het stuk De Sprong, O Romantiek der Hazen, gezongen door Ruben Hein, moet Mengelberg slikken. ‘Dit is heel mooi.’
De dochter van Mengelberg verzon als kind ooit het deuntje Wij Gaan Naar de Italiaan. Hier in een tikkeltje duistere versie, met kinderstemmen. ‘Dit zal Andrea leuk vinden.’ Even later: ‘Nu hebben we hem toch helemaal uitgeluisterd. Een 7,5 krijgt hij. Dat is veel bij mij. Charlie Parker moest ooit tevreden zijn met een 7-.’]]>

Saxofonist Benjamin Herman (ANP) Beeld
Saxofonist Benjamin Herman (ANP)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden