Benjamin en KCO betoveren met Messiaen

Messiaen+..

AMSTERDAM Olivier Messiaen, wiens mateloze ontzag voor de Vader, de Zoon en de Heilige Geest zelden heeft geleid tot een compositie die bruikbaar werd geacht voor de praktijk van de rk-eredienst, bestaat niet voor de gemiddelde kerkprovincie. De vraag is of kardinaal Simonis ooit van hem heeft gehoord. Zijn Parijse collega Mgr. Vingt-Trois wel. Met zijn aartsbisschoppelijke zegen begint 9 december, bij het naderen van Messiaens 100ste geboortejaar, een serie van 18 concerten in de Église de la Trinité. De Parijse kerk waar Messiaen ruim zestig jaar als organiste titulaire zijn Seigneur diende. Het programma meldt orgel-, piano- en ensemblewerk, en conferenties met onder anderen George Benjamin, ‘Messiaens laatste leerling’.

Nederlandse Messiaen-herdenkingen kunnen hier, wat episcopale goedkeuring betreft, niet aan tippen. Wel waar het gaat om inhoud en uitvoeringstechnisch kaliber, zoals bij het Concertgebouworkest. Daar ontrolt zich dit seizoen een attractief project in vijf afleveringen, getiteld Messiaen+. Het kruis betekent hier dat andere componisten ook aan bod komen.

Van hen verschenen er donderdag meteen al drie op het podium. Geert van Keulen werd in de bloemen gezet voor een magnifieke orkestbewerking die hij maakte van een pianostuk van Messiaens leermeester Paul Dukas. De Fransman Marc-André Dalbavie nam applaus in ontvangst na de uitvoering van een nieuw opdrachtwerk. En verder was er de voor Messiaenherdenkingen steeds onmisbaarder Brit George Benjamin (47), die verderop in de KCO-serie met een compositie aan de beurt komt. Bij de eerste aflevering beperkte hij zich tot de rol van dirigent en apostel. Zijn betoog vanaf de bok was amper verstaanbaar, maar de boodschap was duidelijk. Benjamins Messiaen-liefde kent geen grenzen. Dat werd nog duidelijker toen hij met het KCO de klank bij het woord voegde.

Messiaen schreef zijn Chronochromie in 1960 voor het avant-gardefestival van Donaueschingen. Aan de sfeer, toen vooral gericht op het ‘onderzoek’ van afzonderlijke zaken als toonduur en toonhoogte, paste hij zich op zijn eigen manier aan, tot in de laboratoriumachtige titel van het stuk. De tijd (het ritme) en de klankkleur die hier een verbintenis aangaan – ze zijn niet onbelangrijk maar dienen toch een hoger doel: het profileren van de nachtegaal, de distelvink en andere boodschappers uit den hoge wier gekwetter Messiaen in orkestklank omzette.

Knap van Benjamin en het KCO: de roemruchte passage waarin 18 solostrijkers tegelijkertijd 18 verschillende zangertjes in één volière samenvoegen, kreeg een zacht glanzende, gouden schittering. Nog knapper: de passage vormde hier de kern van een groot, al even glanzend continuüm waarin ook fortissimo-salvo’s van de percussie en het koper betoverden, in plaats van epateerden.

In dezelfde ambiance voltrok zich het nieuwe La source d’un regard van Dalbavie. Een klankcomplex waarin melodie zich tot harmonie transformeerde, en harmonieën verdampten tot een nevel van timbres. Mooi, maar dat de fraaiste passages waren opgebouwd uit geciteerde Messiaen-akkoorden, sprak boekdelen.

Hoe onverwisselbaar Messiaens akkoordkunst is, werd al aangetoond met hulp van het Concertgebouworgel. Van Doeselaar speelde er twee delen op uit La nativité du Seigneur, de grote orgelcyclus die menig beginnend Messiaenliefhebber de ogen heeft geopend voor de uniciteit van Messiaens toonsystemen. Die krijgen verderop nog een mega-profiel in Messiaens Turangalila-symfonie onder leiding van Mariss Jansons.

Roland de Beer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden