Recensie Theater

Beneatha’s Place is een hoopvol ‘zwart toneelstuk’ over racisme toen en nu ***

Beneatha's Place

Beneatha’s Place is, ondanks alle dramatische verwikkelingen en de licht ontvlambare thematiek rondom racisme en discriminatie, een hoopgevend toneelstuk. Verandering, hoe klein en langzaam ook, is mogelijk. Dat blijkt niet alleen uit het verhaal, maar ook uit het feit dat dit ‘zwarte toneelstuk’, geproduceerd door Well Made Productions, afgelopen weekend in Amsterdam eindelijk zijn Europese première kreeg.

De Brits-Caraïbische Kwame Kwei-Armah schreef het in 2013 als vervolg op A Raisin in the Sun van Lorraine Hansberry, dat uit 1959 dateert en dat Well Made Productions al eerder naar Nederland haalde. Kwei-Armah neemt de dochter uit dat stuk, Beneatha Youger, en maakt van haar de hoofdpersoon. Haar verhaal is een studie naar de betekenis van zwarte identiteit in een witte wereld én de persoonlijke worsteling van een vrouw voor wie haar huidskleur bepalend is geweest voor de loop van haar leven.

Beneatha’s Place is in de eerste plaats een ambachtelijk gemaakt well-made play: het heeft een kop en een staart, afgeronde personages en goed getimede verrassingen. Soms is het een tikje sentimenteel of voorspelbaar, maar dat is lang niet erg, dankzij met name Joy Wielkens (Beneatha) en Mandela Wee Wee (haar man Joseph) die hun rollen met de nodige intensiteit en humor inkleuren.

Foto RV - Dustin Thierry

Kwei-Armah toont twee cruciale momenten uit het leven van Beneatha, waartussen - in de pauze - vijftig jaar verstreken zijn. Hij gebruikt deze constructie om het verschil in racisme uit de jaren vijftig en dat van nu te laten zien. De eerste is van de openlijke, onbeschaamde soort en de tweede meer van de verstopte, verontwaardigde soort: het witte privilege. Tegelijk zien we hoe het verleden altijd een plaats krijgt in het heden.

In het eerste deel hebben de jonge Beneatha en Joseph zojuist Amerika verruild voor Nigeria. Hij is een bekend oppositieleider, zij studeert medicijnen. Ze proberen hun waardigheid te behouden tegenover twee witte zendelingen die hun ingebeelde superioriteit niet onder stoelen of banken steken. In een mooie, kleine rol als oude tante waarschuwt Jetty Mathurin haar nichtje Beneatha: Als een witte man met cadeautjes komt, pas dan heel goed op! En ja hoor, prompt komt de witte buurman het jonge stel welkom heten met een warme taart als cadeautje. Even later probeert hij Joseph om te kopen met grof geld. Tegenover de karikaturale, witte rollen (gespeeld door Fockeline Ouwerkerk, Boris van der Ham en Yorick Zwart) staan de twijfelende en onzekere Beneatha en Joseph, die in rap tempo de bodem onder hun bestaan weggeslagen zien worden te midden van een ontploffende onafhankelijkheidsstrijd.

Deel twee vormt een stijlbreuk. Familiedrama wordt ineens academisch debat. Het is de 21gste eeuw. Beneatha is decaan aan de universiteit en is met haar dreadlocks en kleding perfect gemodelleerd naar het Nederlandse voorbeeld van hoogleraar antropologie Gloria Wekker. Wat volgt is een schreeuwerige discussie over de naamsverandering van de vakgroep ‘Afro-Westerse wetenschap’ in ‘Kritische witheidsstudies’. De hoofdzakelijk witte hoogleraren worden geacht progressieve mensen te zijn, maar laten opvallend snel hun masker zakken, om te veranderen in verongelijkte figuren die enkel bang zijn hun privileges te verliezen. In dit zwakkere en afstandelijkere tweede deel wordt de discussie die Bergtop en Tjon A Meeuw willen voeren al te letterlijk op toneel gebracht, ten koste van de theatraliteit en verbeelding.

Foto RV

Het is dankzij de spelers en regisseur Teunkie van de Sluijs dat dit eigenaardige stuk de volle twee en een half uur genietbaar blijft. De scènes zijn snel en er mag, ondanks het onderwerp, ook gelachen worden. De vertaling van Esther Duysker treft wat dat betreft op veel momenten de juiste ironische toon. Sterk is ook het decor dat bestaat uit een grote verzameling oude advertenties en afbeeldingen met racistische stereotypen: blackface, dikke lippen, de cover van het kinderboek Drie nikkertjes. De afbeeldingen versterken het ongemak door de vele confrontaties tussen zwart en wit op het toneel, als echo’s uit een verleden dat nog altijd doorwerkt in zoveel levens.

Beneatha’s Place van Kwame Kwei-Armah door Well Made Productions, regie Teunkie van der Sluijs. Gezien: Stadsschouwburg Amsterdam, 3 mei. Tournee t/m 3 juni.

Succesverhaal

Het is een opvallend succesverhaal, dat van theaterproducent Well Made Productions. Het begon in 2015, toen oprichters Samora Bergtop en Ellen Tjon A Meeuw met behulp van crowdfunding genoeg geld bij elkaar kregen om het toneelstuk A Raisin in the Sun van Lorraine Hansberry te produceren. Dat werd een groot succes en ze wonnen in 2017 prompt de Amsterdamprijs voor de Kunst. Afgelopen donderdag ging in een afgeladen grote zaal van de Stadsschouwburg de opvolger Beneatha’s Place van Kwame Kwei-Armah in première. Bergtop en Tjon A Meeuws missie, Nederland verrijken met broodnodig ‘bicultureel theaterrepertoire’, werpt zijn vruchten af. Dode, witte mannen als Tsjechov en Ibsen mogen een paar stoeltjes opschuiven, er lijkt inmiddels ruimte te zijn voor andere gezichten.