Bellers, snurkers, ritselaars en bravo-roepers: wees eens bescheiden!

Bert Sanders, bezoeker van concertzalen, stoort zich aan het publiek. Om de schaamteloosheid te beteugelen, doet hij een aantal voorstellen....

De afgelopen week was ik als muziekliefhebber aanwezig bij alle drie de uitvoeringen van Mahlers achtste symfonie. Donderdag in de Doelen te Rotterdam, met voorafgaand de generale repetitie; vrijdag het Azië-benefietconcert in het Concertgebouw te Amsterdam; en de dag daarop de zaterdag-matinee, ook in het Concertgebouw.

Over de uitvoeringen heb ik het niet, daar is voldoende over geschreven. Het gaat hier om het publiek in de zaal, vrijdag heel stil, in tegenstelling tot zaterdag.

Ik bezoek vaak concerten en maak nogal eens wat mee. Voorbeelden: het Mahlerfeest, tijdens het uiterst gevoelige laatste deel van de negende. Een mobiele telefoon, vier maal prrrrrt, en iemand wiens losse dubbeltjes en kwartjes op het parket kletterden.

Onlangs bij het koor uit St.-Petersburg leek een toehoorder speciaal gewacht te hebben om op een verstild moment met opgeheven hoofd vanuit de tenen de zaal in te hoesten; de oudere heer die naast mij in slaap sukkelde, dat was tot daar aan toe, maar zijn zware adem ging over in luid gesnurk. Tot twee maal toe heb ik hem een por gegeven, de tweede keer wellicht iets te fors, waarvoor hier alsnog mijn verontschuldiging.

Bij de Eroica: een bejaarde dame wier gehoorapparaat een hoge fluittoon genereerde die ze zelf niet hoorde; begrijpelijk, ze was doof, maar dat was ze ook voor het advies van haar buurvrouw het apparaat beter af te stellen (afzetten was beter geweest).

Het record werd zaterdag gebroken, toen op het frontbalkon een mobiele telefoon in een colbertbinnenzak afging met een hele riedel. De man haalde het toestel tevoorschijn, de riedel werd sterker, hij keek op de display wie er gebeld had, drukte vervolgens op een knop en stopte hem terug, Ergernis, onrust op het balkon, maar. . . tien minuten later, dezelfde man, enkele keren dezelfde riedel. Hij had hem, god betere het, niet eens uitgezet. Schaamteloos!

Jan Zekveld, die vijftien meter verderop zat, stond van zijn stoel op en keek vernietigend maar machteloos in zijn richting.

Toen de laatste noot nog niet was weggestorven, was er weer de snelle harde klapper die zo graag wil laten blijken dat hij er ook is, of dat hij het stuk kent, of kijk mij nou eens. Dit keer dan niet, maar vaak heb je ook de eerste bravo-roeper die nog voor het applaus zijn aanwezigheid wil melden.

Het komt vaker voor dat het publiek rumoerig is in de concertzaal. Met al het gehoest, gerochel en genies denk ik wel eens dat er geen enkele reden is om de Nederlandse afdeling in Davos te sluiten.

Orkesten en koren hoesten nooit. Zouden die gezonder zijn of meer geconcentreerd met muziek bezig zijn? Nu is het ene publiek ook niet het andere. Het zaterdag-matinee-publiek is over het algemeen heel stil; met meer ouderen erbij wordt er wat meer gehoest, met jongeren meer gepraat.

Het vreselijkste wat je kan overkomen, is een zaal waarvan een aanzienlijk deel is gekocht door een bedrijf of een sponsor, die de kaarten vervolgens weggeeft aan zijn personeel of relaties. Daar zitten lieden bij die op dit avondje uit geen idee hebben wat voor muziek ze te horen krijgen. Ze hebben eerst geborreld in de foyer, exclusief voor de sponsor, met champagne en hapjes zalm en paling, en zitten vervolgens naast je, kletsend over 'de zaak' en soms over de muziek maar meestal tijdens.

Maar ja, dat kan je verwachten als het cultuurbeleid in Nederland steeds meer verschuift van de overheid naar de bedrijven, die de cultuur voor reclamedoeleinden gebruikt en haar ziet als secundaire arbeidsvoorwaarde voor het personeel.

Op zichzelf is het natuurlijk een goede zaak dat steeds meer 'gewone' mensen de concerten bezoeken. Ik weet zeker dat ikzelf honderd jaar geleden geen deel uitgemaakt zou hebben van het toenmalige Concertgebouw-publiek. Er is dus wel wat veranderd. We komen niet altijd meer in rok en robe. Maar dat betekent niet dat men zich niet meer behoorlijk hoeft te gedragen.

Om dit artikel op positieve wijze te besluiten, zou ik hier wat adviezen willen geven aan het publiek, maar ook aan de dirigenten. Ik ben tenslotte niet voor niets leraar in het voortgezet onderwijs, voor driekwart van mijn werk bezig met opvoeden en het leren je te gedragen (wat overigens zeker niet hetzelfde is). Een soort gedragscode.

1. Kom op tijd.

2. Mond dicht als de dirigent de 'bok' opgaat.

3. Vermijd hoestsnoepjes in krakende papiertjes. Bereid snoepen beter voor.

4. Niet hinderlijk ritselend bladeren in het programmaboekje.

5. Als u verkouden bent of dreigt te worden, houd een zakdoek paraat, waarin de hoest of nies gesmoord kan worden, want uitgebreid 'ughe ughe' is niet nodig.

6. Wacht vooral met applaus tot de dirigent aangeeft dat hij klaar is; er is daarna tijd genoeg om uw waardering te laten blijken.

Aan dirigenten het volgende.

1. Op het moment dat u uw armen heft om de muziek te laten beginnen, zijn er in de zaal nog te veel decibellen. In twee seconden tijd voel je het geruis wegebben en in de laatste halve seconde is het ontstaan van absolute rust zelfs spectaculair hoorbaar. Maar. . . wacht dan nog een seconde.

2. Als de laatste noot geklonken heeft, houd dan de armen hoog of opzij: u bepaalt wanneer de uitvoering klaar is en niet het publiek. Chailly, maar ook andere dirigenten zijn daar heel handig in. Zij dwingen rust af. Zij creëren tijd om de muziek in volle omvang uit te laten klinken.

Laten we daarom voor eens en voor altijd het volgende afspreken.

Het applaus, het bravo- of boegeroep begint als de dirigent de handen omlaag heeft en zich omdraait naar het publiek. Het is ook gunstig voor een eventuele radio- of plaatopname.

Laten we allemaal wat meer rekening met elkaar houden en beseffen dat verbale en/of fysieke uitingen voor anderen ergernissen kunnen zijn. Laten we minder praten en laten we meer en vooral beter luisteren.

Enige bescheidenheid is op zijn plaats.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden