Belle en Lille dol op waterzooi en potjevlees

Aan de stadhuisgevel van het Noord-Franse stadje Bailleul wappert naast de Franse driekleur fier de Vlaamse Leeuw. Wethouder Jerome Steenkiste spreekt naar eigen zeggen een Westvlaams uit de zeventiende eeuw; toen veroverde Lodewijk XIV dit gebied op de Spanjaarden, en sindsdien is de streektaal onderdrukt....

Van onze correspondent

Martin Sommer

BELLE

Vandaar dat er geen ontwikkeling meer in zat. 'Wij zeggen nog: ik ga een beetje ''beiden'' (wachten) voordat ik ga eten.' Bailleul - Belle in het Vlaams - is één van de twee Franse gemeenten waar Nederlands in het lager en middelbaar onderwijs sinds een jaar of wat een verplicht vak is.

Niet uit separatistische sentimenten, ofschoon de taal in Frankrijk nog altijd een gevoelig onderwerp is en de tolerantie voor afwijkelingen per traditie laag. Maar de tijd is voorbij dat in Frans Vlaanderen op de schoolmuur stond geschreven: Verboden Vlaams te spreken en op de grond te spugen.

De wethouder verzorgt een rondrit langs de restanten van flamingantisme, bijvoorbeeld de herberg Het Blauwershof in het dorpje Godewaersvelde. De Vlaamse Leeuw is er zo penetrant aanwezig, dat het Vlaams Blok niet ver kan zijn.

Maar tegenwoordig, verzekert de goedmoedige wethouder, overheerst de portemonnee de ideologie. Noord-Frankrijk is niet gespaard gebleven voor de werkloosheid (16,3 procent). En burgemeester Delobel van Belle ziet vooruit naar een Europa zonder grenzen, en voorziet meer maatschappelijke kansen voor zijn schoolkinderen wanneer ze ook aan gene zijde van de 'schreef' aan het werk kunnen. Bailleul ligt op een steenworp van België, en nu al vinden steeds meer Fransen aan de overkant werk.

'De belangstelling voor het Nederlands neemt beslist toe', zegt ook Francis Persyn, leraar Duits in Lille en belast met een officiële inspectieopdracht van het Nederlands in het middelbaar onderwijs. Hij heeft een inventaris opgemaakt van de officiële initiatieven in Frankrijk. 'Privé-initiatief bestaat niet op Franse scholen. Alles moet officieel geregeld zijn, bij wijze van spreken elke voetbalwedstrijd. Dus zeker de lessen Nederlands.'

Derhalve wordt met toestemming van Parijs in de streek tussen Duinkerken en Lille op twintig middelbare scholen Nederlands gedoceerd. Tweeduizend leerlingen in het lager onderwijs, duizend in het voortgezet onderwijs, volgen de lessen. Voor het overgrote deel vrijwillig. 'Op het platteland sterft het Vlaams uit. Je kunt het nog spreken, met mensen boven de zestig, zeventig. Het gekke is dat de nieuwe belangstelling uit de stad komt. Vanwege de carrière-kansen. De scholen in de kleinere dorpen hebben geen Nederlands op het programma.'

Volgens prof. G. van de Louw, hoogleraar Nederlands aan de universiteit van Lille III, maakt de grensregio Nord-Pas-de-Calais een 'bewustwordingsproces' door, waarvan de taal een onderdeel is. 'In Parijs en Den Haag praat men alleen maar met hoofdsteden. Maar hier hebben we niets te maken met hoofdsteden, hier speelt zich het werkelijke leven af. Hier is echt iets aan de hand.'

De ruime omgeving van Lille trekt aan de leidsels van het van oudsher alles bedisselende Parijs. De TGV naar Londen en Brussel speelt daarin een rol, maar ook de oude traditie van Lille als stapelplaats en zeker ook het culturele verband met Vlaanderen.

'Lille is even ver van Den Haag als van Parijs. Weet u dat je hier vandaan in een uur naar Breskens rijdt? Ik doe het vaak, om op de markt een haring te kopen. Heerlijk.' De Franstalige honorair consul van Nederland in Lille, René-Pierre Buffin, is een echte regionalist. Zijn departement Nord-Pas-de-Calais is altijd achtergesteld geweest, vindt hij. In Lille hadden ze als laatste Franse stad nog kinderhoofdjes op straat. 'Vermoedelijk omdat dit een linkse streek is.' Hij beaamt dat Lille meer naar het noorden kijkt dan naar Parijs. 'Dat is altijd zo geweest, kijk maar naar de keuken. Potjevlees, waterzooi. Heerlijk. En met de EU neemt het alleen maar toe. Wij horen bij Noordrijn-Westfalen, bij Nederland, Vlaanderen en Kent.'

'De post loopt nog altijd via Brussel en Parijs, en heeft drie dagen nodig om drie kilometer te overbruggen', schrijft groentekoning Bruno Bonduelle in het Jaarboek de Franse Nederlanden. Tot voor kort moest de treinreiziger van Lille (1,1 miljoen inwoners) naar Brussel drie keer overstappen. Sinds de TGV ligt Brussel op nog maar 25 minuten afstand.

Bonduelle, die zijn hoofdkwartier hier in Villeneuve-d'Ascq heeft, streeft naar de ontwikkeling van de regio, en daar hoort de bevordering van het Nederlands bij. Zijn secretaresse zegt dat iedereen in het bedrijf een 'beleefdheidscursus' volgt, zodat de buitenlandse klanten in hun eigen taal te woord gestaan kunnen worden. Ze struikelt giechelend over een 'goedemorgen'.

Wethouder Steenkiste van Belle vervolgt zijn toeristische route langs Frans Vlaanderen, wijst op de Nederlandsnamige plaatsjes, Steenvoorde, Boeschepe, St. Jans Cappel, op de Vlaamse namen op de grafstenen: Passaert, Faghel, Reubrecht. Hij laat de zerk van een militante pastoor zien. 'Wecs Vlaming, Vlaming schiep', staat erop. 'Dat betekent ongeveer: wat Gods Vlaams schiep, moet Vlaams blijven.' Hij stopt bij Le Roi du Potjevleesch voor nog een Belgisch bier en vertelt dat de onderwijzers Nederlands in de gemeente Belle worden betaald door de ministeries van Onderwijs van Nederland en België.

Deze bijdrage aan de verbreiding van de Nederlandse cultuur in Frans Vlaanderen wordt door zowel de honorair consul als de hoogleraar Nederlands in Lille ondermaats bevonden.

Prof. Van de Louw heeft knorren. Den Haag heeft zelden blijk gegeven van belangstelling voor het Nederlands in Frans Vlaanderen. En voor zijn eigen studierichting in Lille al helemaal niet. Van de Louw: 'Nederland is altijd heel bang geweest voor deze regio.' Wellicht omdat men de Fransen niet voor het hoofd wilde stoten met activiteiten die de Fransen herkennen als cultuurimperialisme.

De honorair consul wijst op zichzelf en zijn secretaresse; op zijn bescheiden kantoor, waar koningin Juliana nog aan de muur hangt. Dat is de Nederlandse vertegenwoordiging te Lille. 'De Belgen hebben hier een consul, twee vice-consuls en veertig man personeel. Dit gebied is echt het exclusief jachtgebied van de Vlamingen. In september komt staatssecretaris Van Dok. Eindelijk.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden