Interview Belgische fotografie

‘Belgische fotografen richten hun camera’s vaak op wat niet klopt. En dat doen ze met een mengeling van humor en tristesse’

Belgische fotografie zou de bijzondere eigenschap hebben niets eigens te hebben. Zou de expositie Photobook Belge wél laten zien wat haar nu echt Belgisch maakt?

Ik denk ook van Peter Dekens Beeld FOMU

Als Tamara Berghmans een fotoboek vasthoudt, moet ze er altijd even aan ruiken. De conservator van het Fotomuseum Antwerpen lacht er verontschuldigend bij, maar zo vreemd is het helemaal niet; wie, zoals zij, gek is van fotoboeken, kijkt niet alleen naar het beeld, die vindt alles belangrijk: het papier, de vormgeving, de sequentie van de foto’s, de tekst – en ja, ook de geur. ‘Want al die dingen samen bepalen hoe je een boek beleeft.’

Op tafel ligt het lijvige boek waaraan ze de afgelopen twee jaar heeft gewerkt, Photobook Belge. De gelijknamige tentoonstelling is net geopend. Boek en expositie bieden het allereerste overzicht van de Belgische fotografie van 1854 tot nu. Duizenden boeken zijn gewikt en gewogen – de bibliotheek van het museum telt alleen al 32 duizend publicaties. 250 fotoboeken zijn er uiteindelijk in de selectie opgenomen. Van het eerste met foto’s geïllustreerde medische handboek over tumoren uit 1884 tot het ‘Blut und Bodenboek’ Schoon Scheldeland van Willy Kessels uit 1944. Van Vrijheren van het Woud (1958), over de ‘nobele wilde’ in de toenmalige Belgische kolonie Congo, tot Belgicum van Stephan Vanfleteren en van de conceptuele kunstboeken van Marcel Broodthaers tot het in eigen beheer uitgegeven, extreem persoonlijke Can’t Pay You to Disappear van Thomas Vandenberghe – poëtischer kan het einde van een relatie niet worden verbeeld.

Maar wat maakt Belgische fotografie nou Belgisch, is de vraag terwijl we door de tentoonstelling lopen. Zou Berghmans op een fotoboekenbeurs de boeken van haar landgenoten er zo uitpikken?

‘Ik denk het niet.’

Is ze het dan eens met wat schrijver, fotograaf en kunstcriticus Jacques Meuris (1923-1993) ooit zei: dat Belgische fotografie de bijzondere eigenschap heeft niets eigens te hebben?

Berghmans denkt even na. Begint eerst over surrealisme – ingebakken in de Belgische identiteit. Zegt dan: ‘We zeggen hier in België: daar is een hoek af. Misschien is dat wat Belgische fotografen typeert. Ze richten hun camera’s vaak op wat niet klopt. En dat doen ze met een mengeling van humor en tristesse.’

Onmogelijk, om een representatieve keuze te maken uit die veelheid van boeken. Staan we voor de vitrine met fotoboeken over Congo, wijken we uit naar de sectie met boeken waarvoor naar het buitenland is gereisd, wil Berghmans toch ook even dat boekje op luciferformaat laten zien van het Vlaamsch Nationaal Verbond, om vervolgens stil te staan bij het boek De lucht gezien vanuit België. Kamagurka had de titel bedacht kunnen hebben. 

Om toch een beeld te geven: met grote stappen langs enkele lemma’s uit het boek.

Congo

‘Laat ik meteen erbij zeggen: dit zijn propagandistische boeken, bedoeld voor wat ze weleens noemen de leunstoelkolonialisten: niet zelf naar het land afgereisd, wel nieuwsgierig naar wat er daar gebeurde. Sommige boeken zijn echt prachtig vormgegeven, maar ga je erin lezen, dan schrik je van de toon – dat kan echt niet meer: praten over die ‘vrolijke en gedienstige bevolking’.

In een van de vitrines ligt Familie Album, uit 1958. Het is een publicatie van InforCongo, een dienst van het ministerie van Kolonialisme. Terwijl de internationale weerstand tegen het kolonialisme steeds groter wordt en de roep om onafhankelijkheid in de Belgische kolonie Congo luider klinkt, stuurt het ministerie fotografen eropuit om foto’s te maken die moeten laten zien hoe goed het gaat met de Congolese bevolking, hoeveel vooruitgang er is gebracht, hoeveel rijkdom. 

Familie Album Beeld FOMU

Berghmans: ‘Het begint al met de titel, Familie Album. Waarmee wordt gezegd: wij horen bij elkaar. Op de cover staan Congolese en Belgische kinderen om en om, gearmd en lachend: kijk eens hoe goed we het met elkaar kunnen vinden. In honderd zwart-witfoto’s, links steeds uit Congo, rechts uit België, wordt het familiegevoel nog eens onderstreept. Bij de kapper. Op het veld. Het voetbalelftal. Achter de naaimachine. Mensen op het veld. Kinderen op school. De vormgeving laat niets aan twijfel over: Congo is de spiegel van België.’

Belgitude

In 2007 verscheen Belgicum van Stephan Vanfleteren – je zou kunnen zeggen: hét fotoboek over België, in zwart-wit, 13de druk inmiddels. Maar ook hét boek dat het startsein was voor fotografen die nog nooit eerder een boek hadden gemaakt, om zich voortaan (ook) in dit medium uit te drukken. ‘Iedereen in België’, zegt Berghmans, ‘kent dit boek en vereenzelvigt zich ermee. Het is een boek over het België dat verdwijnt, een ode aan de dorpen, de duivenmelkers, de doorgroefde gezichten, de kermis, de stamgasten uit de cafés.’

Stephan Vanfleteren, Belgicum, Lannoo, Tielt, 2007 Beeld Stephan Vanfleteren

Zou ze, van alle boeken waarin de Belgische identiteit onder de loep is genomen, er één moeten kiezen? ‘Mogen het er ook drie zijn?’ Zo pakt ze er, naast Belgicum, ook Made in Belgium bij, uit 2000, van Magnum-fotograaf Harry Gruyaert, de teksten zijn van Hugo Claus.

De weerschijn in het raam
Van de sneltrein waait
Langs dorre gewesten
Langs verkoolde bossen
Langs ons, landschappen van leegte

‘Maar stel’, zegt Berghmans, ‘ik heb buitenlandse gasten. Dan geef ik ze Belgian Solutions van David Helbich mee naar huis.’ Helbich, een Duitser die al jaren in Brussel woont, begon in 2008 foto’s op Facebook te plaatsen van typisch Belgische oplossingen. In 2013 werden de foto’s gebundeld in een boekje vol absurde situaties: graffiti op een strak geschoren conifeer, de gevel van een oud huis abrupt afgebroken voor nieuwbouw, een parkeerplaats met de invalideplaats op de meest onlogische plek. ‘Belgen zijn zelfdoeners. Als er een stoplicht moet worden geplaatst op een plek waar al een verkeersbord staat, zagen we een stuk van het stoplicht af.’

Belgian solutions Beeld FOMU

Contemporary

Zo zei Yannick Boullis het in 2010, bij de eerste editie van ‘zijn’ fotoboekenbeurs Offprint, georganiseerd in de marge van de grote internationale fotobeurs Paris Photo: ‘De interessantste fotografie vind je tegenwoordig in boeken en tijdschriften, zelden nog op een tentoonstelling.’

Wie weleens de boekenbeurzen heeft bezocht, in Parijs of in Luik, of in Amsterdam tijdens festival Unseen, weet wat een walhalla’s het zijn: grote boekenuitgevers naast kleintjes, naast fotografen die boeken in eigen beheer uitgeven, vaak samen met een vormgever die – dat is absoluut een belangrijke trend van de laatste tien jaar – meer en meer bepalend is geworden. Fotoboeken als leporello’s, fotoboeken op krantenpapier, een boek als een doos met losse afdrukken, fotoboeken met tekst, met tekeningen, boekjes in boeken, uitklappers. 

‘De vrijheid’, zegt Berghmans, ‘is nog nooit zo groot geweest, en dat kun je zeker op het conto schrijven van de ontwikkeling om in eigen beheer te gaan uitgeven. Fotografen wachten niet meer tot een uitgever hun boek commercieel genoeg vinden om uit te geven, ze hoeven geen concessies te doen, ze maken heel persoonlijke boeken en zoeken daar een eigen afzetmarkt voor, via crowdfunding en Facebookpagina’s, en het steeds verder uitdijende circuit van festivals, wedstrijden, portfolio reviews en dummy awards.’

We staan inmiddels tussen de boeken van de nieuwste generatie fotografen. Lara Gasparotto, Tom Callemin, Geert Goiris, Max Pinckers, het is allemaal zo mooi en poëtisch. En daar, (un)expected van Peter Dekens, over zelfmoorden in de provincie West-Vlaanderen; hij won er terecht prijzen mee, met dank ook aan de Nederlandse vormgever Rob van Hoesel.

Mag ze als laatste één persoonlijke favoriet noemen? Iemand die iedereen zou moeten kennen? ‘Vincent Delbrouck. Autodidact. Fotografeert digitaal, knipt en plakt zijn lay-outs met de hand, bewerkt ze met rode stift, zijn signatuur, hij drukt zijn boeken in oplages van vijfhonderd en wat hij niet verkoopt, ontwikkelt hij weer verder. Ik hou van zijn associatieve beelden, ze zijn gevoelig en persoonlijk.’

Vincent Delbrouck Beeld FOMU

Photobook Belge – Uitgeverij Hannibal/FOMU; 352 pagina’s; € 59.

De tentoonstelling Photobook Belge is tot 6/10 te zien in Fotomuseum Antwerpen. 

De valkuil van het fotoboek

Is elke goede fotograaf een goede fotoboekenmaker? ‘Zeker niet’, meent Tamara Berghmans. Ze noemt geen namen, wel een valkuil: ‘Er zijn fotojournalisten die hun werk, dat altijd in kranten of tijdschriften heeft gestaan, willen bundelen tot een mooi, dik koffietafelboek. Maar hoe mooi de foto’s ook zijn afgedrukt, als fotoboek zijn ze vaak niet interessant, omdat er geen concept achter zit.’

Vastpakken

Je moet ze natuurlijk wel kunnen vastpakken, die fotoboeken, en dat kan gelukkig, op de tentoonstelling Photobook Belge in het Fotomuseum Antwerpen. Maar niet allemaal: 190 antiquarische, zeldzame of kwetsbare boeken liggen in vitrines, de helft daarvan wordt op videoschermen, groot en klein, doorgebladerd. Zestig fotoboeken kunnen worden ingezien. Ook op zaal: fotoboeken die de afgelopen vijf jaar zijn gemaakt van studenten van de Belgische academies. Die zijn te zien tot de zomer; daarna wordt een selectie gepresenteerd van de fotoboeken die sinds maart 2018 verschenen – het laatste selectiemoment voor boek en tentoonstelling.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden