Belgenpop

België koestert de inter nationale successen van dEUS, Zita Swoon, K's Choice en Soulwax. In hun kielzog dient zich een nieuwe lichting aan met Novastar, An Pierlé, Arid, Praga Khan en Laïs....

Ongelooflijk tevreden dat ge met zovelen gekomen zijt.' Zanger Jasper Steverlinck blikt vanonder zijn krullenbol met blijde verbazing de Ancienne Belgique in. De Brusselse cultuurtempel is helemaal volgelopen met rijpe tieners en jonge twintigers, die verwachtingsvol naar het podium staren, waar alweer een nieuwe sensatie van eigen bodem staat.

Popgroep Arid uit Gent is één cd ver (Little things of venom), maar onmiddellijk al op Europese tournee met de Counting Crows. In het toch al hectische schema kon nog net een gaatje worden gevonden voor een kort weerzien met de fans van het eerste uur. Gisteren Groningen, vanavond Brussel, morgen Scandinavië.

Het publiek is massaal opgekomen. De stemming is voelbaar: ons zal niet overkomen wat eerdere generaties wel is gebeurd.

Een greep. Buitenlandse recensenten omarmden aan het begin van de jaren tachtig Arno Hintjes en zijn tc Matic, terwijl de critici in België de groep afbrandden. Front 242 haalde met zijn industriële techno al de omslag van Britse muziekbladen, terwijl het Belgische popvolkje nog knikkebolde op de klanken van, pakweg - Daar gaat ze - Clouseau. Belgische dj's hitsten eerder door pillen bevangen zalen in Parijs en Amsterdam op dan in Brussel en Antwerpen.

Dat nooit meer. België koestert de internationale successen met de alternatieve rock van dEUS, Zita Swoon, K's Choice en Soulwax, en geen belofte in het kielzog van die vaandeldragers dient onopgemerkt te blijven. De intense liedjes van An Pierlé, de verantwoorde lyriek van Novastar, de breekbare rock van Arid, de techno van Praga Khan, en welja, waarom de engelenstemmen van het folktrio Laïs niet genoemd; de drie jonge vrouwen uit Kalmthout vulden al het voorprogramma van ene Sting.

Niet meer dan leuk, hoor, dat Arid zich in de Ancienne Belgique waagt aan David Bowies klassieker Life on Mars, maar het publiek veert zichtbaar op als de band daarna weer het eigen, kwetsbare Me and my melody inzet. Lekker meegalmen met Jasper Steverlinck.

And who you are and what you say, what does it mean now anyway. Want als er dan ondanks de uiteenlopende muziekstijlen toch iets gemeenschappelijks moet worden gezocht in de hausse aan pop uit België - meer specifiek uit Vlaanderen; Waalse acts zijn schaars - is het wel zelfrelativering en het ontbreken van de grote bek.

Jan Hautekiet, nethoofd van de toonaangevende popzender Studio Brussel: 'Hier heerst een gezonde scepsis over de eigen prestaties. Bands blazen hier niet hoog van de toren. Ze zijn al blij dat ze het mogen meemaken; avonturen van Kuifje. Het past wel in een fraaie traditie. Jacques Brel is ook langs de weg van geleidelijkheid, eigenzinnigheid en twijfel aan zichzelf groot geworden.'

In een Brussels café schuiven in de vroege avond twee vijftigers aan tafel. Noem ze aartsvaders van de Belgische rock. Raymond van het Groenewoud vierde onlangs zijn vijftigste met een warm feest in de AB. Arno Hintjes kleurde de mijlpaal met de welwillend ontvangen cd Le European Cowboy.

Mineraalwater voor Raymond, kopje thee met melk voor Arno.

Raymond: 'Vijftig jaar, ja. Ik heb het niet onprettige gevoel dat ik ergens vanaf ben.'

Arno: 'Waarvan?'

Raymond: 'Van de eerste vijftig jaar.'

Arno: 'Het deed mij niks, vijftig worden.'

Ze spelen nog altijd.

Raymond: 'Ik ben net als Bob Dylan bezig met een never ending tour. Soms ben ik nog in Nederland. Veel in universiteitsteden. Ja, daar waar het intellect ruim voorradig is, trek ik enorm veel publiek.'

Arno: 'Ik kom net uit Canada. Daarna ga ik naar Frankrijk, Zwitserland, Nederland misschien ook, als ze genoeg betalen. Tot eind november. Fantastisch, toeren. Je bed is opgemaakt, voor je dejeuneetje wordt gezorgd.'

Volgen jullie de nieuwe lichting?

Raymond: 'Volgen, wat is volgen? Nee, ik zit niet gekluisterd aan de radio of blader woest door de weekbladen. Maar je hoort wel eens wat. Arid, Zita Swoon, K's Choice. Nee, ik oordeel niet. Wie ben ik? Waarom zou ik?'

Arno: 'Ik kreeg laatst een plaat van iemand. Dead Man Ray. Fantastisch. Ik dacht dat het Amerikanen waren.'

Raymond: 'Mijn laatste Belgische plaat? Een van trompettist Bert Joris. Filmmuziek. Ongelooflijk mooi. De voorraad is vernietigd, hoorde ik laatst. Niemand kocht het. Toen heb ik mezelf effekes moeten herpakken.'

Arno: 'Mijn laatste? Dead Man Ray. Fantastisch. dEUS vind ik ook fantastisch.'

Internationale labels lijven aan de lopende band Belgische groepen in. Hooverphonic zit bij Sony, Laïs bij Virgin, dEUS bij Island Recors, An Pierlé, Novastar en Zita Swoon bij Warner, Arid tekende bij Columbia.

Jan Hautekiet van Studio Brussel, die een cruciale rol speelt in het etaleren van nieuwe groepen door onder meer wekelijks programma's te wijden aan demo's en live-concerten: 'Natuurlijk was er vroeger ook kwaliteit. Maar internationaal deed het, Nederland soms uitgezonderd, nooit zo veel. Het is nu voor het eerst dat er echt sprake is van succes over de grenzen. Toegegeven, de verkoopcijfers zijn nog niet gigantisch. Maar er wordt geïnvesteerd, de bands gaan naar het buitenland en krijgen een enthousiast onthaal. Dat optreden van Soulwax vorig jaar op Noorderslag, bijvoorbeeld, daar hebben ze het in Groningen nog steeds over.'

De aandacht komt niet uit de lucht vallen. De begeleiding is professioneler. Waar vroeger een toevallige vriend zich naar gelang persoonlijke voorkeur opwierp als roadie, geluidsman of manager, ontfermen tegenwoordig speciale A & R-functionarissen (artist and repertoire) bij platenmaatschappijen zich over de prille popmuzikanten en bepalen mee wie produceert, welke studio geschikt is en waar de eindmix wordt gemaakt. Niet zelden wordt uitgeweken naar gevestigde reputaties in Groot-Brittannië of de Verenigde Staten. Voordat een band een voet over de grens zet, ligt een compleet marketingplan gereed. Bovendien is het tij gunstig: niet langer domineren Amerikaanse en Britse acts de podia.

Hautekiet: 'Er wordt weinig aan het toeval overgelaten. De risico's worden berekend. Maar de maatschappijen werken nog steeds niet erg pro-actief. De cd van Laïs bijvoorbeeld kwam uit op een klein label van een bevriende muzikant. De plaat heeft geweldig goed verkocht. Pas daarna stonden de grote jongens in rijen van twee met contracten te zwaaien.'

Zowel muzikanten als platenfirma's bestempelen de internationale waardering voor dEUS en K's Choice als de inspiratiebron; wie de ongeschreven wetten van kwaliteitspop negeert, noemt ook de zigeunermuzak van Vaya Con Dios. dEUS bewees met een eigenzinnige aanpak dat er ruimte was voor rock met rafels, K's Choice toonde aan dat licht melancholische, maar toegankelijke gitaarpop niet het monopolie was van geprangde Angelsaksische zielen; de uitstraling van zangeres Sarah Bettens slechtte de restanten van de barrière.

Gitarist David du Pré (24) van Arid herinnert zich nog dat hij voor het eerst een videoclip van dEUS op mtv zag. 'Ik vond het ongelooflijk. Werd er zo maar in het Engels een Belgische groep aangekondigd. Dan gebeurt er iets bij u als muzikant.'

Het kon, kennelijk, en dat was goed voor het zelfvertrouwen. Tot voor kort was de Kaaibuurt in Antwerpen het epicentrum van de Vlaamse wave, maar nu borrelen de nieuwlichters uit alle Vlaamse windhoeken op. Alleen Wallonië ontbreekt nagenoeg. De verklaring van deskundigen in muziekland is unaniem: er is geen infrastructuur, het live-circuit is beperkt en tja, het is nu eenmaal een achter standsregio.

Waar al dat talent in wortelt? Ric Urmel, A & R-consultant bij Warner Music Benelux (Novastar, An Pierlé, Zita Swoon) plaatst een kanttekening. 'Niet overdrijven. Wij krijgen zo'n dertig demo's per week opgestuurd. Negentig procent wordt onmiddellijk afgevoerd. Dikwijls is de 34 frank aan postzegels er nog te veel op.'

Maar volgens hem leidt de smeltkroes van culturen in Vlaanderen ontegenzeggelijk tot een grote vorm van or ginaliteit. 'Epigonisme ontbreekt. Anderen overheersten ons eeuwenlang. Spanjaarden, Oostenrijkers, Fransen, Nederlanders. Brussel is al decennia het centrum van Europa. Dat heeft allemaal effect. Platte pop zul je niet zo snel tegenkomen.'

Zijn collega Christophe Turcksin van Double T-Music (K's Choice, Arid, Ozark Henry, Metal Molly): 'Vlamingen vormen een koppig volk, met een sterk geloof in eigen kunnen. Je moet wel wat doen om een plek te veroveren. Er is een zekere noodzaak tot onderscheid. Misschien speelt die vriendelijkheid, de knipoog en de nuchterheid een rol, als tegenhanger van de Britse arrogantie van groepen als Oasis en Suede.

'Vlaanderen is bovendien klein. Alleen al om puur economische redenen moet je verder kijken. De ambities zijn bijgesteld. Vroeger was het ultieme doel een plekje op het internationale festival van Torhout-Werchter. Tegen woordig is het: van daaruit de wijde wereld in.'

Bestaat in het buitenland een gerichte vraag naar Belgische groepen?

Turcksin: 'Double T is voor de helft eigendom van Sony. Laatst kwam de vraag wanneer we eens zouden stoppen met het tekenen van artiesten. Maar ik geloof niet dat het de bedoeling was dat de rem erop moest. Ik stel vast dat er nu opnamebudgetten zijn, dat er mogelijkheden zijn een product neer te zetten.'

Urmel: 'Maatschappijen zijn sowieso meer dan vroeger geïnteresseerd in lokale releases. Zo houden ze greep op de prijs. Van goedkope import uit andere kanalen hebben ze dan geen last.'

Ondertussen in het Brusselse café:

Ontdekken de nestoren Hintjens en Van het Groenewoud een typisch Belgisch geluid?

Raymond: 'Ik zie geen grote overeenkomsten tussen de groepen. De stijlen lopen te zeer uiteen. We hebben het nu vooral over rock, maar ik vind techno ook heel tof. Dat is al universeler. Dat pakt van alles wat.'

Arno: 'Iets van surrealisme, dat hoor ik wel vaak terug. We leven ook in een surrealistisch land. Vijf parlementen. Vijf. Er zijn hier meer ministers dan goede voetballers.'

Raymond: 'De productie is dikwijls toch nog een tikje amateuristisch. Ik hoor het soms aan ook het Engels. Engels op z'n Vlaams of Nederlands.'

Arno: 'Ik vind dat niet zo erg, hoor. Laatst was ik bezig met backing vocals. Mensen van Antwerpen. Hoe wil je het, vroegen ze. Op z'n Amerikaans? Engels? Australisch accent, desnoods? Waar zijn jullie van, vroeg ik. Van Antwerpen. Nou, op zijn Antwerps dan, zei ik.'

In een jongerencentrum in Aalter, westelijk van Gent, fungeren een groep uit Kortrijk en een basgitarist, begeleid door voorgeprogrammeerde percussie, in een live-uitzending van Studio Brussel als opwarmertjes voor de belangrijkste act die avond. Novastar, de groep van singer-songwriter Joost Zweegers (28), is al na een cd van een dik half uur en een handvol optredens bewierookt door de Vlaamse pers. Koning Kippenvel. De Poolster krijgt concurrentie. Als er vergelijkingen worden gemaakt: Crowded House, of, waarom zou het met minder moeten, The Beatles.

Ric Urmel van Warner is ook in Aalter. 'Gewoon, even luisteren hoe het publiek reageert.' Hier wordt niks gehyped, bezweert hij. 'Heeft Joost het zelf niet gezegd: ik zal nooit worden doorgeprikt, want er is niks om door te prikken?'

Er was slechts een hartverscheurende hit, Wrong, en de vraag groeide uit zichzelf. Begin maart lag de cd in de winkel. Klanten rukten de exemplaren uit de koffer van de vertegenwoordigers. Urmel: 'Dat was onze salesmen in jaren niet overkomen.' Binnen anderhalve week op één, nog nimmer vertoond bij een dergelijk debuut.

Beneden in een zaaltje ontkracht Zweegers tussen twee sets de veronderstelling dat platenfirma's in België weloverwogen strategieën met nieuw talent ontwikkelen. Vier jaar geleden won hij Humo's Rock Rally, de tegenvoeter van de Grote Prijs van Nederland, maar de ene na de andere aanbieding sloeg hij af. 'Het was toch meestal: kom op, snel een single, en dan zien we wel verder. Daar hield ik wel een kater aan over. Ik heb zelfs overwogen om er maar mee op te houden. Alleen bij Warner kreeg ik de ruimte voor ontwikkeling. Eerst akoestische demo's, en van daaruit geleidelijk verder.'

Zijn verklaring voor het succes? 'België is klein, altijd een beetje weggeduwd. Dan heb je doorzettingsvermogen nodig om boven te komen. Nederlandse bands kunnen met een grote mond een wat mindere kwaliteit verdoezelen. Belgen beheersen dat kunstje niet.'

Hij heeft enig recht van spreken. Zweegers heeft Nederlandse ouders. Ze verhuisden toen hij vier jaar was van Sittard naar de Belgische Kempen. Later verbleef hij enige tijd in Eindhoven. Hier in Vlaanderen sta ik te boek als een drukke, assertieve jongen. In Nederland behoor ik tot de stillere types.'

Nee, hij voelt zich geen onderdeel van een modegril. Ik ben niet op de kar van een of andere vibe gesprongen. Mooie nummers slaan altijd aan. Ik vreesde alleen dat ik precies tussen poppy en alternatief zou belanden. Dat is dus meegevallen: beide stromingen waarderen het.'

Jong Aalter roept om The best is yet to come, de tweede track van de cd. De presentator van Studio Brussel omarmt de jonge drumster. 'Ze zit echt te genieten achter die kit, hè. Je ziet het aan alles, gewoon.' En ja, ze geniet. Inderdaad, dit is nog maar het begin. Zweegers: 'Als je eenmaal iets van succes hebt geproefd, wordt België al snel heel klein.'

Zien jullie verschillen met vroeger?

Raymond: 'Toen wij begonnen was het altijd: rock 'n' roll, dat gaat nooit lukken in Vlaanderen. Gelijk de domper erop.'

Arno: 'Vijftien jaar geleden was ik op een internationale muziekbeurs in New York. Alle landen, zulke stands, met bijdragen van de overheid. Prachtig. Bij de Belgen stond een grote tafel. Weet je wat erop stond? Beeldjes van Manneken Pis, het Atomium en Walibi. Check it out.'

Raymond: 'Het sneeuwbaleffect is groter. Een goede groep, dan zullen we eens gaan kijken of de rest ook de moeite waard is.'

Arno: 'Je had vroeger ook goede groepen. The Pebbles, The Wallace Collection. Wat is veranderd, is de houding. De Vlamingen zijn er weer fier op Vlaming te zijn. De pers is zeker chauvinistischer dan vroeger. Maar pas op. De hype. Ik weet hoe het werkt met die platenkantoren. Ik heb daar een beetje schrik van. Cijfers staven niet altijd het beweerde succes. Laatst was ik in het buitenland, waar een Belgische groep optrad. Nee, ik zeg niet welke. Ik kwam binnen. Er waren vijftig toeschouwers. Veertig van hen waren Belgische journalisten. Ik was de 41ste Belg. Maar het is niet slecht dat ze het doen. Andere landen doen het precies zo. Oasis, hoe groot is Oasis nou eigenlijk buiten Engeland?'

Raymond: 'Muzikanten hebben nooit zo hoog aangeschreven gestaan in België. Wielrenners, die krijgen waardering. Die duwen op de trappers, dat is serieus. Dan kun je tenminste zien dat ze zich inspannen. In andere landen bestaan regelingen voor muzikanten. Hier is niks. Ik heb na mijn carrière nog slechts één ijzer in het vuur: pianist in Holiday Inn. Strangers in the night.'

Arno: 'Check it out.'

A & R-manager Christophe Turcksin vergezelde Arid geregeld op tournee in Groot-Brittannië. Goed hoor, was de reactie van de kenners, maar die jongens staan er zo maar te staan.

In het café van de Ancienne Belgique haalt gitarist David du Pré zijn schouders op. Zo zijn ze nu eenmaal niet. 'Bijna niemand in België is zo. Hier wordt het niet gepikt als je je als Oasis zou opstellen.'

Met verbazing stelde hij vast dat zelfs de Counting Crows, niet bepaald het schoolvoorbeeld van een groep die het van imago moet hebben, schmink aanbrengen voor ze het podium betreden. 'Nee, dat zouden wij niet doen. Het houdt ons totaal niet bezig. Ik zie me al op mijn knieën over het podium schuiven. Ik zou me er niet goed bij voelen.'

Belgische bands leggen vooral muzikaal de lat hoog, constateert hij. Neem zijn band. Arid wil niet het meest voor de hand liggende melodietje kiezen, niet de geijkte structuren volgen. Niet te snel een cd opnemen. Repeteren tot je erbij neer valt. Dag in dag uit, net zolang tot je de juiste groove hebt. Pijnlijke beslis singen durven nemen. Davids neef is verwijderd. Niet honderd procent gemotiveerd. 'Zorg dat ge goed zijt. Eerst zwarte sneeuw zien.' Mis schien, denkt hij, blijven de Nederlandse bands om die reden wat achter. Subsidies voor jongerencentra, uitkeringen voor muzikanten. Zo komen ook slechtere bands aan bod. Het leidt tot een zekere laksheid. We waren laatst in Amsterdam en wilden nog een keer repeteren. Een telefoontje en het was geregeld. Dat is hier niet voor te stellen.'

Natuurlijk volgt de relativering. 'Je kunt nog zo hard werken, uiteindelijk moet het gewoon een beetje meezitten. Toevallig ziet een vj van mtv Believer van Arid wel zitten. Toevallig is een vriendin van iemand uit het productieteam talentscout voor Columbia Records. Maar de muziek zelf wordt er niet beter of slechter door.'

's Avonds in de AB wappert zanger Jasper Steverlinck (de muziekpers: Freddie Mercury! Bono! Jeff Buckley!) af en toe met de haardos, maar echt uitbundig wordt het nooit. De Fender Telecaster van Du Pré blijft keurig rinkelen en snerpt nimmer. Als hij in Life een gitaarmuur moet optrekken, neemt hij het zekere voor het onzekere en gaat er even bij zitten. Niemand in het publiek die erom maalt. Een fan uit Gent: 'Zo zijn we. Geen poeha, zoals bij jullie.'

Nog wat wijze woorden van de vijftigers in het Brusselse café?

Raymond: 'Ik hoop dat de groepen zich amuseren. Plezier maken. Dat is het allerbelangrijkst. Verder niks. Misschien is het wel zeer Belgisch om alles te relativeren. Maar ik denk dat ik het realistisch zie. Mijn gedachten dwalen onwillekeurig af naar Soeur Sourire, de zingende non. Kent ge haar nog? Dominique, Dominique. Het was de allereerste Belgische nummer één in Amerika. Ze pleegde later zelfmoord.'

Arno: 'Succes is niet goed voor de Belgen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden