Belgen zijn patriotten van hun stad, dorp, wijk of straat

Ze hoeven geen grote monarchisten te zijn, maar in woelige tijden weten onderdanen hun vorst te vinden. Zo ook in België....

Bart Dirks

In 1917 schreven Vlaamse frontsoldaten een brief aan Albert I. Ze herinnerden hem eraan dat de Vlamingen in 1914 de wapenen hadden opgenomen tegen de Duitsers omdat de koning hen in ruil meer rechten had beloofd.

In 1980 volgde een literair schrijven aan de toenmalige Belgische vorst, Brief aan Boudewijn van Walter van den Broeck. Hij neemt de koning mee naar het dorp Olen in de Kempen, zoals het was begin jaren vijftig. De kleine Walter was toen een jaar of tien; Boudewijn was bij zijn troonsbestijging in 1951 pas twintig jaar oud.

Van den Broeck vertelt over zijn vader, arbeider bij tfabriekske, die niets van het koningshuis moest hebben, en over zijn moeder, huisvrouw, die tranen plengde bij de dood van Albert I en koningin Astrid. Maar vooral vertelt hij over Olen.

Die plaats bestaat feitelijk uit Olen-centrum, Achter-Olen en Olen-Fabrieken. De schrijver gidst de vorst langs elke straat, langs de Tnieffabriek met de locomotief de Geit, waarop je, net als op de fabriekssirene, de klok gelijk kan zetten. Hij wijst hem zelfs op de pisbakken waar de nonnen de jongens leren hoe ze kuis moeten plassen: ‘met de hand maak je een bruggetje over je piemel – zó jongen, zó – en je kijkt, het hoofd in de nek, pal naar omhoog, onderwijl zachtjes biddend: Jezusmariajozef!’

Verder gaat de rondleiding, langs het kerkhof, het kruidenierswinkeltje, de duivenmelkers. Tot slot bereiken ze de cité, de arbeiderswijk. Elke straat wordt vermeld. Verder wordt er scherpgesteld, op de Koperstraat waar 24 gezinnen wonen met 87 kinderen. Alle buren passeren de revue, tot de rondleiding eindigt op de Koperstraat nummer 45. Daar woont de familie Van den Broeck.

De jonge Walter is vrijpostig, maar beleefd. Hij vraagt zijn vorst alleen om zijn ogen eens heel goed de kost te geven in het land waar niemand zich Belg noemt. Vlaming of Kempenaar voelt Walter zich trouwens evenmin.

‘Wij zijn wel degelijk patriotten, maar dan van een huis, een straat, een wijk, een dorp of een stad. Verder reikt ons vermogen niet om een ruimte mentaal te overkoepelen. De grenzen van ons gemeenschappelijke ik, ons wij dus, reiken tot daar waar een ander dialect, een andere taal wordt gesproken. Van daar af begint de vervreemding die men met de touwladders van staatsstrukturen poogt te overbruggen.’

Het België van nu lijkt soms nog opvallend veel op het Olen van toen. De wereld is een dorp geworden, maar voor menig Belg is zijn dorp de wereld. Dat voedt zowel de gemeenschapszin als de afzondering. Het is een even tedere als verontrustende boodschap die Walter van den Broeck brengt. Helaas moet koning Albert II het nog zonder literaire post stellen. Maar de brief aan zijn broer heeft nog altijd zeggingskracht, nu België verscheurd is door een diepe crisis.Bart Dirks

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden